Beeld: Unsplash
Beeld: Unsplash

Hoe vertel je in godsnaam aan je kind dat je uit elkaar gaat? Lees alles over het slechtnieuwsgesprek uit Het grote co-ouder doeboek van Petra Vollinga.

‘Schatje, ga eens even zitten. Pappa en mamma moeten je iets vertellen.’

Ik zie zijn gezichtje meteen betrekken. Waarschijnlijk omdat we zelf zo ernstig kijken. Of weet een kind van zes stiekem precies wat er aan de hand is als zijn ouders besluiten dat het zo niet langer kan?

We gaan met z’n drieën aan de grote houten keukentafel zitten. Mees, die dan pas drie is, blijft onverstoorbaar op de bank naar de teletubbies kijken. Hoe Dipsy Lala met een handtas te lijf gaat, is natuurlijk ook een stuk leuker dan wat wij te vertellen hebben.

‘Pappa en mamma gaan uit elkaar en pappa gaat ergens anders wonen.’
 

'Ik zie hem langzaam instorten'

Ik heb weleens ergens gelezen dat je slecht nieuws meteen duidelijk moet brengen en dan pas verder moet praten. Dat doen we. Bo houdt zich groot. Maar ik zie hem langzaam instorten. ‘Ik wil niet dat pappa ergens anders gaat wonen,’ snikt hij hartverscheurend.

Wij doen er ondertussen alles aan om hem te laten weten dat wij dan wel uit elkaar gaan, maar dat we zielsveel van hem houden en dat ze ons allebei altijd zullen blijven zien. Want dat dat zo is, staat voor ons allebei blijkbaar als een paal boven water. Daar hebben we niet eens een gesprek aan gewijd, dat was gewoon zo.
 

'Ze mogen er zo min mogelijk last van hebben'

Niemand vraagt om een scheiding en die gastjes al helemaal niet, dus ze mogen er zo min mogelijk last van hebben. Zoiets ging vanaf de allereerste seconde in ons om. Co-ouderschap dus. Nog diezelfde middag neemt pappa-die-ergensanders-gaat-wonen ze mee naar zijn tijdelijke nieuwe onderkomen. Een aftandse caravan zonder verwarming en elektriciteit. Het moet maar, het kan nu echt even niet anders. Ik dood de tijd bij een vriendin, maar voel me als een stuk aangeschoten wild dat pas weer rust heeft als de kudde compleet is.

Als ik ze weer thuis heb ’s avonds, vertellen ze enthousiast over de leuke camping en de oergezellige caravan, de schatten. Na nog één openhartige huilbui van Bo op schoot bij de open haard, gaan we lekker samen in het Grote Bad. Een kersvers gezin van drie. En dat is ook meteen de laatste keer dat ik hem zo openlijk verdriet over ons heb zien hebben. Daarna kruipen we met z’n drieën in het Grote Bed. Als een kluwen zacht vel en schone haartjes vallen we doodmoe in slaap.

Tot een uur of vier, dan schrik ik wakker. Eén seconde weet ik het even niet en dan komt het besef weer keihard binnen: we zijn gescheiden. En ik klem me vast aan vier kleine voetjes die om onverklaarbare redenen allemaal in mijn handen zitten.
 

Slechtnieuwsgesprek

Eigenlijk is het gewoon een slechtnieuwsgesprek. Dat je van je baas te horen krijgt dat je bent ontslagen. Dat je van de dokter te horen krijgt dat je doodgaat. Dat je van je ouders te horen krijgt dat ze uit elkaar gaan. Dat alles waarvan je dacht dat het fijn en veilig was in één keer volledig in elkaar dondert. De literatuur voor managers laat er geen twijfel over bestaan:

  1. Inleiding
    De inleiding kan simpel blijven: ‘Schatje(s), ga even zitten. Pappa en mamma willen je/jullie iets vertellen.’ Bij de communicatierichtlijnen staat dat je er ook wel als zodanig bij moet kijken, zodat de ontvanger weet: o, o, stront aan de knikker.
     
  2. Deel de klap uit
    Dan kun je door naar de tweede stap. Iets waarvan je nooit had gedacht dat je het ooit tegen je kind zou zeggen. En toch moet het. ‘Deel de klap uit’, toepasselijker kan niet, want dat is wel zo’n beetje hoe het voelt. ‘Pappa en mamma gaan uit elkaar.’ Boem. Het schijnt dat je door de shock van een slechte boodschap langzamer gaat denken. Ook al zag je de mededeling al aankomen, ineens ‘is het echt zo’. Het heeft dus niet zoveel zin om daarna een lang verhaal te houden over het hoe en waarom. Dat komt in dit stadium toch niet binnen. Hooguit twee argumenten schijn je te kunnen opnemen.
     
  3. Help met verwerken
    Dan komt het moeilijkste: help met verwerken. Misschien wil je zelf wel helemaal niet scheiden. Of is het jouw ‘schuld’. En toch zit je daar tegenover een kind dat heel verdrietig wordt, of boos, of doodstil en daar moet je wat mee. De managers en artsen van deze wereld leren dan dat je inhoudelijk niet op de zaak in moet gaan, maar wel je medeleven moet tonen. Dus niet: ‘Pappa en mamma hebben wél veel ruzie,’ maar: ‘Ik zie dat je in de war/verdrietig/boos bent. Dat begrijp ik heel goed.’
     
  4. Help bij het zoeken naar oplossingen
    Zo snel mogelijk over naar stap 4, lijkt op dat moment waarschijnlijk een goed idee. De oplossing is nabij: jullie blijven allebei ouders en je kind zal jullie allebei blijven zien. Misschien weet je al hoe je het gaat aanpakken, hoe concreter, hoe beter. Waar gaat het kind wonen, wanneer is het bij wie, blijft het op dezelfde school (ja graag!), kortom: hoe gaan jullie het invullen, dat co-ouderschap? Dan voelt je kind meteen dat het niet één van de twee ouders hoeft te missen, er gaat niemand weg uit zijn leven, het wordt alleen heel anders ingericht. Het feit dat je dat samen vertelt, is meteen het eerste babystapje van je co-ouderschap.
     
  5. Maak afspraken
    En dan stap 5. Afspraken maken. Meteen vertellen wanneer de eerste ‘overdracht’ is. ‘Morgen ben je bij mamma, dan twee dagen bij pappa en dan drie dagen bij mamma.’ Of: de ene helft van de week is pappa hier, de andere helft van de week mamma.’ Zoiets. Hoe duidelijker hoe beter, in ieder geval.
     

Hoe eerlijk moet je zijn?

Lara de Bruin (kindertherapeut en oprichter van coaching- en therapiepraktijk De Geheime tuin) ziet in haar praktijk dagelijks kinderen en ouders die proberen om te gaan met de scheiding. ‘Ja,’ beaamt ze meteen, ‘het is een klassiek slechtnieuwsgesprek en het allerbelangrijkste daarbij is: niet om de hete brij heen draaien.’ Ook stelt ze dat je geen geheimen moet hebben, want die leggen volgens haar een bom onder een gezin.

Maar hoe eerlijk moet je zijn? Als pappa of mamma er een hele rits minnaars op nagehouden heeft bijvoorbeeld. Of als één van de twee een wel heel vreemde hobby bleek te hebben of stiekem al het huishoudgeld vergokte. Of… Enfin, er zijn zo wat situaties te bedenken waarvan je je af kunt vragen hoe handig en ‘eerlijk’ het is om je kind daarmee lastig te vallen.
 

Wees duidelijk

‘Zeggen dat pappa of mamma een nieuwe vriend/vriendin heeft, is misschien verschrikkelijk om te doen, maar wel heel duidelijk voor een kind,’ stelt De Bruin. ‘Het is een reden die kinderen snappen. Iets als “We zijn uit elkaar gegroeid” is veel te vaag, daar kunnen ze niet zoveel mee. Maar natuurlijk hoef je niet alle details te vertellen. Geef ze iets concreets waar ze wat mee kunnen, dan kun je altijd later nog dingen invullen als ze groter zijn.’ Zaak is dus iets duidelijks te vertellen, waarbij je zo eerlijk mogelijk bent zonder dat je elkaar zwartmaakt door al te veel in detail te treden. Succes.

De Bruin heeft wel wat opties paraat: ‘We hebben heel veel ruzie’, ‘Ik ben heel dom geweest, want ik heb tegen mamma/pappa gelogen’, ‘Pappa/ mamma is verliefd op iemand anders en wil daarmee verder’. Dan kun je je kind daarna troosten, want het is een duidelijk verhaal. Je moet als ouders accepteren dat je het niet mooier kunt maken dan het is. En dat hoeft ook niet.


Zo moet het dus niet...

Hij: ‘Schatje ga even zitten. Ja hoor, je Nintendo mag best aan blijven. Mamma wil je iets vertellen. Ja hallo, jíj hebt er toch een zooitje van gemaakt? Mag je het ook zelf zeggen.’
Zij: ‘Nou, eh..’
Hij: ‘Goed begin.’
Zij: ‘…’
Hij: ‘Laat mij maar. Floris. Mamma heeft een nieuwe vriend. Eentje die toch zeker een jaar of vijf ouder is dan jij. En daar gaat ze nu bij wonen.’
Zij: ‘Nou, wonen…’
Hij: ‘Ja, wonen ja. Je denkt toch niet dat we je hier nog willen hebben? Of woont-ie nog bij zijn ouders?’
Zij: ‘Nee, natuurlijk niet.’
Hij: ‘Nou, dan is dat dus geregeld. Je deed toch al nooit wat in huis, dus ik denk niet dat we je heel erg zullen missen. Toch Floris?’
Zij: ‘Laat die jongen erbuiten.’
Hij: ‘Nee, ik laat die jongen er helemaal niet buiten. Hij heeft recht op de waarheid. Dus. Mamma gaat naar haar toyboy en wij blijven hier met
z’n tweetjes.’
Zij: ‘Floris. Wat je vader bedoelt is dat we uit elkaar gegroeid zijn de laatste jaren. We houden niet meer van elkaar, maar natuurlijk wel heel veel van jou…’
Hij: ‘Al was je dat éven vergeten toen je je nieuwe vlam zijn krantenwijk zag lopen.’
Zij: ‘…dus zullen we er alles aan doen om tot een goeie oplossing te komen.’
Hij: ‘Jij gaat lekker met jouw Benjamin naar de ballenbak en wij redden ons hier prima. Opgelost. Niks meer aan doen.’

 

Lees ook
Scheiden voor dummies: 12 stappen >

 

Luister naar je kind

Maar net zo belangrijk als de formulering van de boodschap, is wat je er daarna mee doet. Vooral niet sussen, geeft De Bruin als belangrijkste advies. Je wilt natuurlijk niks liever dan je kind meteen duidelijk maken dat het zich geen zorgen hoeft te maken, maar je moet uitkijken dat je daarmee niet over de problemen heen walst. Dus laat merken dat je hoort wat je kind zegt.

Als je zoon zich zorgen maakt over zijn voetbalspullen, zeg dan niet: ‘Ach joh, dat komt allemaal wel goed.’ Maar iets als: ‘Ik snap heel goed dat je je daar zorgen om maakt en we gaan overal heel goeie afspraken over maken.’ Als je dochter niet weet hoe dat dan allemaal moet met haar lievelingskleren, same thing.

Sommige kinderen slaan helemaal dicht, andere uiten zich meteen. Kijk wat er gebeurt en sla het op. Meestal kun je niet alles in één keer bespreken. Maak dus duidelijk dat je kind er altijd over mag beginnen. Of spreek meteen de volgende ‘sessie’ af, zodat iedereen weet: dan kan ik weer wat vragen.

‘Ga ’s avonds even naast je kind in bed liggen,’ stelt De Bruin voor. ‘En maak duidelijk dat het altijd bij je terecht kan met vragen. Vaak is het al heel fijn voor een kind dat het weet dat die mogelijkheid bestaat. Dat het besproken mag worden.’
 

5 tips voor een goed rotgesprek

  1. Kom er maar meteen duidelijk in met het slechte nieuws. Wees zo concreet mogelijk.
     
  2. Wals niet over de emoties van je kind heen. Zeg niet ‘Alles komt goed’, alleen om de emoties te sussen. Gevoel moet er kunnen zijn.
     
  3. Neem elke vraag van je kind serieus. Die zijn er niet voor niks, ze staan voor iets waar je kind zich zorgen om maakt.
     
  4. Respecteer elkaar. Maak geen ruzie. Wijs geen schuldige aan. Ook al is dat moeilijk.
     
  5. Probeer niet alles in één gesprek op te lossen. Het is nogal wat en als je het té groot maakt, wordt het een beetje eng.


De harde cijfers

Waren er in 1950 ‘maar’ 6.462 scheidingen, in 2015 gooiden 32.432 stellen de huwelijkshanddoek in de ring. Als je daar de decohabitaties (mensen die samenwoonden, maar niet getrouwd waren) bij optelt, kom je op meer dan 100.000 stukgelopen relaties per jaar. En 61 procent daarvan heeft één of meer minderjarige kinderen.

Concreet: zo’n 70.000 kleine (en iets minder kleine) kinderen kregen vorig jaar het pappa-en-mamma-gaan-uit-elkaar-maar-dat-is-absoluut-niet-jouw-schuldgesprek voor hun kiezen. Het grootste deel van die kinderen blijft bij mamma wonen, maar een toenemend aantal gescheiden stellen (in 2017 gestegen naar ruim 25%) besluit hun eigen ego opzij te zetten en samen voor de kinderen te zorgen: de co-ouders.

(Bronnen: CBS, Spruijt, E. en Kormos, H., Handboek scheiden en de kinderen, 2010)

 

1 op de 5 van de jaarlijks 60.000 gescheiden stellen-met-kinderen, kiest inmiddels voor het co-ouderschap. Maar hoe doe je dat in godsnaam goed?

In Het grote co-ouder doeboek, krijgen ouders alle handvatten die ze zochten. Met geïnterviewden die weten waar ze het over hebben, ervaringen, tips, adviezen en niet te vergeten doe-dingen. Koelkastlijstjes bijvoorbeeld met de 5 belangrijkste Huisregels, De Grote Vakantieplanner en Waardebonnen. Met een knipoog dus, maar met een niet minder dwingende intentie. Overleg. Slik je ego in. En doe wat het beste is voor je kinderen, schreeuwt het boek. Op een positieve, nuchtere manier waar je meteen iets mee kunt als gescheiden ouder-die-het-goed-wil-doen.
 

Het Grote co-Ouder (doe)Boek – Perta Vollinga.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

blaren kinderen
Beeld: Pixabay

En dan ineens zit er zo’n gemene blaar op de hiel of teen van je kind. Zo pak je dit euvel aan.

Zo ontstaan blaren bij kinderen

Iedereen heeft weleens last van een blaar op z’n voet. Blaren ontstaan als er te veel druk of wrijving op de voet komt (meestal op de hiel of onder de voet). Vaak is een slechtzittende schoen de boosdoener: bijvoorbeeld een nieuwe schoen die nog moet worden ingelopen en in het begin nog knelt. Maar ook te grote schoenen kunnen voor problemen zorgen: doordat de voet steeds schuift in de schoen, ontstaat er wrijving en dus een risico op blaren.

 

Hoe voorkom je blaren?

Blaren voorkom je door te zorgen voor goed passende schoenen. Zoals gezegd: niet te klein en niet te groot. Koop schoenen dus niet ‘op de groei’. Laat je kind nieuwe schoenen rustig inlopen. Eerst een paar uur, dan pas de hele dag.

 

Lees ook
Dit moet je weten over een zonnesteek bij kinderen >

 

Doorprikken of niet?

In principe hoeven blaren niet behandeld te worden. Laat de blaar dus gewoon zitten als je kind er geen last van heeft. Maak ‘m wel goed schoon met water en zeep, spoel dat af en maak alles goed droog met een tissue. Plak er een grote pleister op die de hele blaar bedekt. Er zijn ook speciale blaarpleisters te koop. Deze verzachten de pijn en hebben een vocht absorberende werking.

Heeft je kind wel last van de blaar? Dan kun de blaar doorprikken. Dat doe je zo:

  • Was je handen grondig
     
  • Maak de blaar en de huid eromheen schoon met een huidreinigingsmiddel (bijvoorbeeld jodium)
     
  • Pak een steriele naald en prik de blaar op twee plekken open: in de boven- en onderkant. Duw met een schoon watje of gaasje het vocht uit de blaar. Laat in verband met infectiegevaar de rest van de huid zitten.
     
  • Desinfecteer opnieuw de huid.
     
  • Dek de plek af met een pleister om te voorkomen dat er vuil of bacteriën bij komen.

 

Blaren op vakantie

Door de warmte, het dragen van knellende waterschoentjes en meer/langer lopen dan normaal, kunnen zeker op vakantie ook blaren ontstaan. Handel zoals bovenstaand, en raadpleeg een arts als je het in verband met infectiegevaar niet vertrouwt.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

jaloerse peuter
Beeld: Unsplash

Ja, ook peuters kunnen last hebben van het groene monster. Dit zijn de oorzaken van hun jaloezie en zo ga je daarmee om.

Waarom jaloers?

Niets menselijks is onze peuters vreemd. Dus logischerwijs kunnen ze soms flink jaloers worden. Het is een normale menselijke emotie, net als blijdschap of verdriet. Bovendien zijn peuters nog erg op zichzelf gericht. Empathie ontwikkelt zich meestal pas later, peuters kunnen zich nog moeilijk in een ander verplaatsen en gunnen een ander nog niet echt iets. En dus pakken sommige peuters rustig een nieuwe Barbie af van een vriendinnetje, simpelweg omdat ze die mooi vinden en ook willen hebben. Maar jaloezie bij peuters richt zich vooral op de aandacht van ouders. Of eigenlijk: als die aandacht naar een ander kind gaat, bijvoorbeeld als er een nieuw broertje of zusje wordt geboren. Dan kan er een ware concurrentiestrijd losbarsten.

 

Lees ook
KIND: Zo beleeft een peuter verstoppertje >

 

Zo herken je het

Een peuter die geplaagd wordt door jaloezie om jouw aandacht of liefde zal dat soms letterlijk zeggen: ‘Mijn mama! Afblijven!’ Of ze duwen hun concurrenten weg. Maar er zijn ook kinderen die dit minder duidelijk uiten. Sommige peuters gaan zich ineens lastiger gedragen: ze maken iets stuk, huilen om niets of gooien ineens hun theeserviesje door de kamer. Allemaal tekenen aan de wand die erop kunnen wijzen dat er sprake is van het groene monster.

 

Omgaan met jaloezie

Vermoed je jaloezie bij jouw peuter? Ga het gesprek aan en neem deze gevoelens serieus. Want ook jij bent soms een tikkie jaloers op je buurvrouw die voor de vierde keer dit jaar op vakantie gaat, of op die collega die een week na haar bevalling weer maat 36 had. Benoem het gedrag van je peuter: ‘Ik zie dat je het niet leuk vindt dat een ander met jouw speelgoed speelt/ik jouw zusje de fles geef.’ Dan voelt jouw kind zich al gezien en gehoord. Probeer als het enigszins kan je aandacht goed te verdelen en iets leuks in het vooruitzicht te stellen: ‘Straks maak ik een puzzel met jou.’ En realiseer je dat jaloezie een nuttige emotie is. Zo leert jouw peuter rekening te houden met een ander en dingen te delen. Wijze levenslessen, kortom.

 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >