Vaders én moeders moeten in het eerste jaar na de geboorte van hun kind zes weken betaald verlof krijgen. En niet de werkgever, maar de overheid moet dat financieren.
Lees verder onder de advertentie
Dat is het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) aan het kabinet.
Financiering
In de verlofregeling die de SER voor ogen heeft, kunnen beide ouders minder gaan werken na de geboorte van hun kind. Ze mogen hiervoor ieder 26 keer het aantal arbeidsuren per week inzetten, zes weken verlof worden doorbetaald. De SER vindt niet dat dit moet leiden tot lastenverzwaring bij de werkgevers: de financiering zou dus vanuit de overheid moeten komen.
Volgens de SER is het vooral in het eerste half jaar na de bevalling belangrijk om het opnemen van betaald verlof te stimuleren. “Het is een periode waarin ouders keuzes maken voor bepaalde arbeids- en zorgpatronen. En die blijven in de verdere loopbaan vaak gehandhaafd.”
Lees verder onder de advertentie
Twee betaalde dagen vrij
De partner van de moeder heeft nu recht op twee betaalde dagen vrij na de geboorte. Het kabinet heeft bij zijn aantreden gezegd dit partnerverlof volgend jaar uit te breiden tot vijf dagen doorbetaald. Per 1 juli 2020 kan de partner vijf weken thuis blijven tegen 70 procent van het salaris, aldus het kabinetsvoorstel.
Nog vóór je kind de deur uit stapt, is de emotionele “basislijn” voor de dag vaak al bepaald. Niet door een strak schema of een perfect afgevinkte routine, maar door iets anders: hoe veilig en verbonden je kind zich bij jou voelt.
Iedere week delen we op Kek Mama een dilemma van onze lezers. Deze week vraagt Mariët (34) zich af of het online verlanglijstje voor haar dochter eigenlijk wel zin heeft.
Sinterklaas is een gezellig kinderfeest, maar kan ook voor veel spanning zorgen. Bij Jikke (34) thuis zorgde de sinterklaassurprises dit jaar voor een portie kinderlijke wraak.
Er is zo’n opvoedwijsheid die hardnekkig blijft hangen: zoals je een kind aanspreekt, zo gaat het zich ook gedragen. Geef je vertrouwen, dan groeit het. Praat je alsof het kind iets kan, dan gaat het eerder proberen om inderdaad “dat kind” te zijn.