even niet opvoeden
Beeld: Shutterstock

In pyjama mee naar de kroeg, gewoon een tweede toetje en urenlang op Fortnite. Deze moeders zijn wat losser qua opvoeden als hun wederhelft op pad is.

Niemand die het ruikt

Manon (33): “Kinderzweet stinkt niet. Dus niemand die het merkt dat mijn zoon van vier al drie dagen niet in bad is geweest wanneer we een paar dagen met ons tweetjes zijn. Hij haat het om te badderen, en ik daardoor ook. Ik ga de strijd dus wel weer aan wanneer mijn vriend thuis is; genieten wij twee intussen van een paar vieze, gezellige dagen.”
 

Chips zijn ook groente

Birgit (33): “Papa op zakenreis betekent vakantie voor ons. Die regel voerden zoon van acht, dochter van vijf en ik al door voordat ze leerplichtig waren. Best druk, die zorg in je eentje. Dus kneep ik gewoon een oogje toe als ze na een middag in het pannenkoekenhuis ’s avonds alleen nog chips wilden. Hé: in Frankrijk zijn aardappels gewoon groente.”
 

Tosti in bad

Lillian (36): “Man was een weekend weg en mijn jongens – alle drie vier-plus – wilden in bad. En er niet meer uit. Goed joh. Toen het lunchtijd werd heb ik drie tosti’s op de badrand geparkeerd en heb zelf op mijn ooie dooie de krant uitgelezen in de woonkamer. Kom ik nooit aan toe, met mijn fulltime baan. Toen mijn man thuiskwam, baalden onze kinderen vooral: nu moesten ze weer luisteren en regels naleven. ‘Kunnen we niet nog even met mama blijven’, riepen ze.”
 

Mijn tijd, mijn regels

Beate (38): “Wij hanteren één strenge regel thuis: voor vijf uur ’s middags geen schermen. Maar ja, als papa een weekje op zakenreis is, mag je dat natuurlijk best een beetje vieren – ik ook. Dus zitten mijn zonen van zeven en tien gerust vijf uur achter elkaar op Fortnite, terwijl ik de ene Netflix-serie na de andere uitbinge. Mijn tijd, mijn regels. En de kinderen varen er wel bij: wanneer mijn man weer thuiskomt, vliegen ze hem in zijn armen – en vragen meteen voorzichtig wanneer zijn volgende trip gepland staat.”
 

Pyjamadag

Mirjam (37): “Net voordat mijn derde zoon (inmiddels vier jaar) naar de basisschool ging, beloofde ik hem dat we samen een pyjamadag zouden houden. Man op werk, oudste twee kinderen op school; niemand die het zag. Maar na twee uur met lego spelen op de grond was ik wel toe aan koffie in de stad. Zoon weigerde zich aan te kleden, want: pyjamadag. Dus zat hij een uur later in zijn Batman-pyjama aan een croissant in de kroeg. Interesseert me niks. Hij zijn zin, ik ook. Prima zo.”
 

Tweede toetje

Aïda (31): “Mijn dochter van vier weet feilloos dat ze meer bij me gedaan krijgt wanneer haar vader niet thuis is. Zo vaak is dat niet, dus áls hij een keer een nachtje weg is, probeert ze er alles uit te slepen. Extra lang tv kijken, bij mij in bed slapen, en ondanks dat ze haar avondeten heeft laten staan, wel een tweede toetje. Vind ik prima hoor, voor die ene avond. Maar dan moet ze wel om zeven uur naar bed: mama heeft ook een vrije avond.”
 

Bruine wangen

Carlijn (36): “Zus en ik waren een weekend weg samen met onze kinderen, vijf in totaal. Zij was constant in de weer, maar ik snapte niet zo goed waarom. Niemand die op ons lette, de kinderen hadden het naar hun zin, dus ik lag op mijn zonnebedje met een dik boek. Mijn jongste van vier rende wel wat veel onze tent in en uit, ja. Nou en? Zoveel kon er niet gebeuren. ‘Hij heeft wel érg bruine wangen, Car’, zei mijn zusje op een gegeven moment. Bleek mijn zoon bijna twee chocoladerepen te hebben weggewerkt. Nou ja, ik was heel even bang geweest dat het poep was. Voor hem hoefde ik in elk geval niet meer te koken – en eenmaal thuis moest-ie toch echt gewoon weer mee in ons suikerarme regime.”
 

In het grote bed

Fayza (32): “Mijn vriend en ik hebben twee regels: de kinderen (drie en zeven) slapen niet bij ons in bed en als ze eenmaal in bed liggen komen ze er niet meer uit tenzij ze a) ziek, b) misselijk of c) doodsbang zijn. Vooral mijn vriend is hier nogal rechtlijnig in. Ík heb vooral geen zin in de strijd wanneer ik er een weekendje alleen voor sta. Dus leg ik ze bij voorbaat al in het grote bed, als ze beloven dat ze wel lief blijven liggen tot ik ze op ‘mamabedtijd’ doorschuif in hun eigen bed. Scheelt bergen gedoe, en als ze daardoor moeilijk doen over hun eigen bed wanneer mijn man terug is, is dat niet mijn probleem omdat, nou, mijn man terug is.”
 

Lees ook
Julia's 7 moederzonden: 'Ja hoor schat, chips is goed' >

 

Gaat vanzelf wel over

Lorena (34): “Niks zo lekker als een weekendje alleen met mijn jongens van zeven en negen. Dan slaap ik úren uit en voel me op geen enkele manier verplicht er vroeg uit te komen. Tenzij ze het huis in brand dreigen te steken. Of andere levensgevaarlijke toeren uithalen. Zoals die ene keer dat ze via de dakkapel op het dak van ons huis waren geklommen – amper vijf en zeven jaar oud. Of op de houten vloer in de keuken een fikkie probeerden te stoken met een vergrootglas en de zonnestralen die via het glazen dak van onze uitbouw naar binnen vielen. Maar ruzie, vechtpartijen: ik hoor ze gewoon niet. Die gaan vanzelf wel over. Tot mijn man thuiskomt, want dan voed ik wel weer op. Of hij. Regels bestaan pas als je weet hoe je ze doorbreekt, toch?”
 

Gordijnen dicht en hutten bouwen

Bianca (34): “Een paar dagen alleen met mijn vier kinderen van tussen de drie en negen jaar betekent een paar dagen de gordijnen dicht. Van zeven uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds de tv aan, hutten in de woonkamer en het speelgoed dat officieel elke avond opgeruimd dient te worden drie dagen lang verspreid over de vloer. Kan mij het schelen; niemand die het ziet, en alleen wij bepalen de regels. Tot mijn man weer thuiskomt, tenminste. Of iemand op visite komt. Mijn kinderen begrijpen het onderscheid daartussen uitstekend, dus zodra ze weer in het gareel moeten, is er geen centje pijn. En ik weet: wanneer ík een paar dagen uit het vizier ben, is de zooi nog tien keer groter.”
 

Dag orde en regelmaat

Marieke (41): “Mijn man is nogal van de orde en regelmaat. Op vaste tijden opstaan, eten en slaapjes, geen middagslaapjes overslaan, en de speen is alleen voor in bed. Snappen mijn zonen van twee en drie geen snars van en ík heb er niet altijd zin in. Dus geven we de voordeur nog een zwieper na zodra mijn man een paar dagen de deur uit gaat, volgen ons eigen ritme met of zonder slaapjes én de hele dag een speen binnen handbereik. Maar zodra hij thuiskomt, vliegen we hem in de armen. En schieten weer net zo makkelijk terug in het gareel. Omdat ik ook heus wel weet dat het beter is zo, en ik anders alleen maar een zooitje ongeregeld opvoed. Juist die uitzonderingen maken het leven leuker – en mijn kinderen passen zich wonderwel aan.”
 

Even stiekem stout doen

Bibi (28): “Doorgaans ben ik degene die streng vasthoudt aan de opvoedregels. Maar zodra mijn vriend de deur achter zich dichttrekt, houden mijn dochter van drie en ik er zo onze geheimpjes op na. Dat de hele dag de tv aan staat, bijvoorbeeld. En ze mag springen op de bank. Dat we twee boterhammen met zoet eten in plaats van minimaal eentje hartig, en pas een uur later dan normaal gaan slapen. Die momenten maken het leven een feestje. Én ze zorgen ervoor dat de dagelijkse sleur weer prima is. Op de dagen dat we samen even stiekem stout doen maken we herinneringen. Die momenten heeft ze ook met haar vader. Zo stiekem zijn ze dus niet, die dagen waarop we eventjes niet opvoeden, maar we hebben er wel allebei zo onze eigen manieren voor.”
 

Een wijntje opentrekken

Bouchra (30): “Mijn vriend hangt er nogal aan dat onze kinderen niet zien dat wij alcohol drinken. Ik vind dat een beetje onzin. We drinken niet elke dag en zijn al helemaal nooit dronken (in het bijzijn van de kinderen), dus wat is het probleem? Zodra mijn vriend niet in de buurt is, trekken de buurvrouw en ik dus gewoon een wijntje open. Met de kinderen ernaast. Moet ik wel voor op de blaren zitten hoor, wanneer mijn oudste dochter van negen zegt: ‘Nou pap, mama dronk wel twee wijntjes toen jij er niet was.’ Al is hij de écht stiekeme, wanneer hij met zijn vrienden een kratje bier soldaat maakt met de kinderen in diepe slaap, terwijl ik een avondje uit ben.”
 

Met z'n zessen in bed

Bernice (35): “Ik heb drie kinderen, mijn vriendin heeft één zoon. Haar ex-man is nogal van de opvoedregels. Hun zoon dient van acht uur ’s avonds tot zeven uur ’s ochtends in zijn eigen bed te blijven, krijgt geen snoep en leeft volgens een vast ritme. Doet-ie het prima op, het is een heerlijk kind, maar in de weekends – wanneer mijn vriendin en haar zoon bij mij wonen – laten we de teugels daarom extra vieren. Dan ontbijten we met z’n zessen in het grote bed, blijven de hele dag in pyjama, en bedtijd is wanneer de film is afgelopen en de popcornschaal leeg. Genieten met hoofdletters en niemand die het ziet: dat gareel komt op maandag wel weer.”
 

Handleiding in de prullenbak

Marnix (41): “Gescheiden levens betekent een gescheiden opvoeding. Dus gooi ik de handleiding die mijn ex elke twee weken meegeeft met onze dochter van negen in de prullenbak nog voordat zij haar jas uit heeft. Zonder voorbij te gaan aan belangrijke dingen als medicatie, schooltijden en gezonde voeding natuurlijk, maar wel op ónze manier. Douchen: slaan we over, als ze de dag ervoor zwemles had. En we eten pizza, want de toppings zijn ook groenten. Haar vaste bedtijd zien we als de starttijd van ons voorleesritueel. Kinderen kunnen prima onderscheid maken tussen de regels bij mama en die bij papa, denk ik; ik hoor ook vast niet alles wat dáár gebeurt.”
 

Een biertje met de buurman

John (39): “Wat een genot, als je drie bent en nog geen verplichtingen hebt. Niet dat mijn vrouw dat zo ziet: die acht rust, reinheid en regelmaat van levensbelang voor onze zoon. Gelukkig werkt zij ’s avonds in de horeca, en is onze zoon nog niet zo spraakzaam. Pakken we mooi zo af en toe een biertje met de buurman, na het avondeten. Gezelligheid is ook wat waard. Zorgen we er gewoon voor dat-ie ruim voordat mama thuiskomt in zijn bed ligt. O, én dat we niet in het café zitten waar zij werkt, natuurlijk.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama 13-2018.




 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

dol op kinderen alleen mezelf
Beeld: Pixabay

Joan zegt het maar ronduit: ze houdt niet van andermans kinderen. Beter gezegd: niet van onopgevoede kinderen die wel twaalf speelgoedbakken kunnen omkieperen maar nog niet één legoblokje zullen opruimen

De rosé-appgroep volstorten met bevallingsfoto’s. Een echo als Facebookprofiel. 123 nieuw toegevoegde foto’s aan het album Sprookjeswonderland. Duizend kiekjes van kleine Nina of Sem die bedelen om likes. Voor mij hoeft het niet, al die tentoongespreide kinderen op social media. Ik kan er niks mee. Een baby is een baby, een kind is een kind. Of het nu veel of weinig haar heeft, bolle wangen of schattige dreads.

Een enkele keer laat ik me verleiden tot een duimpje of hartje omdat ik anders zo harteloos overkom. Hetzelfde geldt voor verhalen over schattige baby’s, dreumesen en peuters. Ik mis de clou (die er vaak ook niet is), ik haak af bij opboksverhalen over wanneer een kind kon lopen, zindelijk was, zijn veters strikte of alle tafels kende.
 

Gelukkig van nageslacht

Blijkbaar denkt mijn omgeving dat ik vanwege mijn achtergrond net zo gelukkig word van hun nageslacht als zijzelf. Zwanger worden ging bij mij niet vanzelf. Dat is nogal een understatement, als je bedenkt dat het me tien jaar kostte om mijn zoon te krijgen. Toen ik vlak voor mijn dertigste de pil door de wc spoelde, rekende ik erop de volgende maand al positief te testen. Ik was altijd doodsbang geweest een keer een pil te vergeten en prompt zwanger te raken. Dus die keer dat ik het opzettelijk deed, verwachtte ik dat mijn lijf meteen de boodschap zou oppakken. Niet dus. Pillen, spuiten, reageerbuisjes – ik kwam terecht in de hele medische mallemolen.

Om een lang verhaal kort te maken en ook nog eens zegevierend af te sluiten: op de valreep, een maand voor mijn veertigste verjaardag, werd ik toch nog moeder. Ik kreeg een heerlijk kind waarover alle clichés waar zijn. Twee dagen na zijn geboorte keek ik in de wieg en dacht: als er ooit iets met jou gebeurt, hoeft het leven voor mij niet meer. Een gevoel dat daarvoor niemand bij me had opgeroepen en dat ik nu tot in mijn tenen voelde.
 

Stapelgek op kinderen? Mis.

Met zo’n succesverhaal verwacht de buitenwereld dat je stapelgek bent op kinderen. Als je zo veel moeite doet voor een baby, ben je blijkbaar een moederkloek, kindervriend en babyfluisteraar ineen. Mis. Het tegenovergestelde is waar. Als ik één ding heb ontwikkeld in mijn kinderloze jaren, dan is het een hekel aan andermans spruiten. Beter gezegd: het onopgevoede kind. Of nog beter: aan hun ouders die niet-opgevoede producten afleveren.

Ik vind het vervelend als ik tien uur lang in mijn rug word getrapt door een jongetje in de vliegtuigstoel achter me. Als er kinderen tikkertje spelen in een restaurant. Als nichtjes en neefjes op een verjaardag met twee ongewassen handjes in de bak met chips/ cashewnoten/ komkommers duiken en de tafel leegsnaaien. Laat ik het vriendelijk formuleren: dan ben ik niet zo goed in het onderdrukken van mijn ergernis.
 

Basisbeleefdheidsregels

Natuurlijk zou ik het allemaal anders doen als ik zelf kinderen had. En natuurlijk slaag ik daar niet altijd in, want ook mijn zoon is geen modelkind en weleens moe, hangerig en chagrijnig. Ook heeft hij eigenschappen waaraan een ander zich misschien stoort, maar die ik toevallig goed kan verdragen (zoals bloedfanatiek sporten en elk spelletje willen winnen). Maar de basisbeleefdheidsregels zitten er bij hem wel ingebrand.

Mijn credo is ‘mijn kind mag geen overlast bezorgen aan anderen’. Callum is pas zeven en ik kan hem rustig meenemen naar een restaurant, verjaardag, bruiloft of begrafenis. En voor trans-Atlantische vliegreizen draait hij zijn hand niet om. Dankzij goeie voorbereiding, afleiding, hapjes en vertier in de handbagage zit hij de lange vlucht uit, zonder noemenswaardig contact met medepassagiers. Na afloop van een playdate helpt hij met opruimen en geeft hij de ouder van het vriendje een handje en bedankt voor het spelen. Daar sta ik op.
 

Irritatie

Zelf vind ik het daarom lastig als kinderen hier een hele middag spelen en bij het afscheid nog geen doei uit hun snavels krijgen. Kids die wel twaalf speelgoedbakken feilloos weten om te kieperen, maar nog geen legoblokje willen terugleggen. Meestal zwaai ik moeder en kind overdreven lang na, in de hoop dat er iemand nog enige fatsoensregels herinnert. Om vervolgens met Callum aan het puinruimen te slaan en hem er nogmaals op te wijzen dat ik dit gedrag nooit zou accepteren.

Als ik een feestje geef en een vriendje van Callum na één hap frikadel met volle mond roept dat hij nog een tweede wil, mis ik het gen om dat weg te lachen en te denken: wat fijn dat het jochie zo geniet van de snack. In plaats daarvan irriteert het me mateloos en denk ik vals: jij krijgt als enige helemaal niets meer. Geen mooie karaktereigenschap, niet iets waar ik trots op ben, maar het is wel zo.
 

Lees ook
'Ik vind mijn jongste kind leuker' >

 

'Als het om kinderen gaat, is niks haar te veel'

Ik kijk dan ook vol bewondering naar vrouwen die instant van andermans kinderen houden. Die lieve moeder die elke ochtend in de klas stralend mijn kind begroet, hem bij zijn voornaam noemt en complimenteert met zijn nieuwe poloshirt/ Beyblade/ lunchbox terwijl ik niet eens weet hoe haar kind heet. De moeder die op het klassenuitje soepel zes stuiterende kids in bedwang houdt, terwijl ik er nog geen drie bij elkaar weet te houden – waaronder mijn eigen zoon die ineens een stuk minder goed luistert dan thuis. Mijn buurvrouw waar dagelijks hele schares buurtkinderen zich verzamelen en die een schijnbaar bodemloze vriezer vol ijsjes heeft. Jaloers kijk ik naar haar energie, geduld en warme inborst. Ze is 78, maar als het om kinderen gaat, is niks haar te veel.

En dan is er mijn vriendin Hettina, die ik de oermoeder noem. Zij houdt van elk kind dat ze in haar handen krijgt gedrukt (of gewoon uit andermans box of kinderwagen grist). Ze krijgt het verdrietigste kleintje nog aan het lachen. Elke baby valt op haar schoot meteen in slaap. Ook bladert ze verrukt door babyalbums en roept bij elke foto oh en ah. Toen mijn zoon net was geboren, kwam ze drie avonden bij me logeren om me door de eerste nachten te helpen. Vrijwillig.
 

Niks met baby's

Zelf heb ik dus helemaal niks met baby’s. Maar echt. Zal wel een teveel aan mannelijke hormonen zijn. Ik ben namelijk stapel op voetbal en Formule 1 en net als de meeste mannen vind ik kinderen pas lollig vanaf pakweg anderhalf jaar. Als ze kunnen lopen en een beetje praten. Eerder kan ik er gewoon niks mee en vind ik het een opgave ze op schoot te nemen of de fles te geven.

Voordat ik moeder was, kon ik nog wegkomen met een dom grapje: ‘Nee joh, straks laat ik het vallen of breekt er een armpje af, haha.’ Maar sinds ik zelf heb gebaard vertrouwen moeders mij trouwhartig hun larfjes toe. Ik kom niet meer weg met een smoes, ik krijg ze automatisch toegestopt. Overigens snappen die baby’s dat ik er niet veel mee kan, want ze zetten het bij mij onmiddellijk op een brullen.
 

Gave

Er zijn heus wel kinderen die ik kan verdragen en leuk vind. Kinderen die van hun ouders redelijk ouderwetse gedragsregels hebben geleerd of die van zichzelf erg grappig, voorkomend en innemend zijn. Maar dat zijn niet per se Callums beste vrienden. Helaas heeft hij de gave maten te kiezen die snel op mijn irritatielevel zitten.

Callum mag natuurlijk zijn eigen vriendschappen sluiten, zelfs met jongens en meiden die zijn moeder niet pruimt. Maar dat betekent niet dat ik hem niet een beetje kan sturen. Zo zijn er twee buurjongens die elke zin met een scheldwoord larderen. Ik heb ze al twee keer boos van de trampoline gestuurd omdat ze het leuk vonden non-stop ‘je bent een vieze homo’ te zingen.
 

'Dol op hun moeder, niet op die van een ander'

De eerste keer heb ik keurig uitgelegd dat artikel 1: gij zult niet discrimineren ook en vooral in mijn tuin gold. Maar toen ik niet lang daarna weer ‘homo, flikker en mietje’ uit hun monden hoorde, stormde ik naar buiten om met íets meer volume en agressie te zeggen dat een volgende keer dat ik zo’n uitspraak hoor, ze nooit meer een voet in de tuin mogen zetten. Daarmee won ik niet de wedstrijd van ‘coolste moeder’. De broertjes kijken me sindsdien doodsbang aan en vermoeden dat ik ze de volgende keer in mijn kelder verstop. Ach, voor hen zal ook gelden: dol op hun moeder, niet op die van een ander.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

niet vertellen over kinderen opvoeden
Beeld: Unsplash

Wat zijn de belangrijkste dingen die jij nooit hebt gehoord over het krijgen van kinderen, maar je wel graag had willen weten? Buzzfeed heeft een aantal van de beste antwoorden.

1. Volwassenen zijn grote kinderen

via GIPHY

"Volwassenen zijn grote kinderen. We hebben dezelfde basiseisen en vaak ook dezelfde problemen. Als we niet genoeg eten, slaap of gezonde relaties hebben worden we moe, geïrriteerd en boos. Dat kan gaan van een licht humeur tot een woedestorm compleet met schreeuwen, vechten of zelfs fysiek geweld." — Brian Knapp

 

2. Veel, heel veel saaie taken

via GIPHY

"Veters strikken, het verdomde 'Little Green Frog'-liedje 50 keer zingen, in je hoofd bijhouden wat je kind heeft gegeten om te bepalen of de volgende maaltijd rijk aan proteïne of vetten of vezels moet zijn en elke keer glimlachen als je kind de kamer inloopt, zelfs als je een moord zou plegen om vijf minuten alleen te zijn. Jup, deze mensen verdienen een onderscheiding voor doorzettingsvermogen." — Imogen Moore

 

3. Een kleuter is net een slordige huisgenoot

via GIPHY

"Het ene moment geniet je van elkaars gezelschap, kaarten, grappige kattenvideo's kijken op YouTube, gewoon een beetje hangen — dan ga je naar de badkamer om tandpasta over de hele wastafel en handdoek te vinden. Dan sta je in de deuropening, schreeuwend: 'Er zit tandpasta overal! Ruim eens op nadat je je tanden hebt gepoetst!' Je nieuwe huisgenoot komt grinnikend de hal in. 'Sorry, ik liet mijn tandenborstel vallen nadat ik er tandpasta op had gedaan en toen ben ik het vergeten.' Je lacht, maar de volgende dag gebeurt weer hetzelfde." — Tamara Troup

 

4. Terwijl je kind opgroeit ga je de persoon missen die hij/zij was

via GIPHY

"Waar is die driejarige die op schoot kroop om boeken te lezen en de oprit versierde met kunstwerken van krijt? Waar is die tienjarige die in volledige stilte elke nacht uren zat te tekenen? Waar is die grappige veertienjarige die hilarische verhalen vertelde over zijn dag, elke dag? Ze zijn weg, voor altijd." — Jessica Margolin

 

5. Kinderen leren jou net zoveel

via GIPHY

"Je hebt niet alleen kinderen — kinderen hebben jou. Ze hebben je in de palm van hun kleine handjes, om te kneden en je net zoveel te leren als andersom. Zij zijn niet de enige die aan het groeien zijn." — Jeff Darcy


Lees ook
7 dingen die ik moeilijk vind aan opvoeden >


 

6. Het is heel moeilijk om te slapen 'als de baby slaapt'

via GIPHY

"Mijn dochter viel een keer in slaap terwijl ik haar aan het voeden was. Het was 2 uur 's middags en ik dacht dat ze maar vijf minuten zou slapen, dus ik ben opgestaan en heb haar daar laten liggen. Drie uur later was ze nog diep aan het slapen en waren mijn man en ik beiden uitgeput, omdat we zelf niet bij het bed konden zonder haar wakker te maken. We wisten niet of we nou moesten huilen of lachen. Ik denk dat we het allebei hebben gedaan." — Shiri Dori-Hacohen

 

7. Alles zelf uitvogelen

via GIPHY

"Je zal allerlei soorten advies tegenkomen, goed of fout, over alles dat te maken heeft met jouw kinderen. Maar toch moet je het allemaal zelf uitvogelen - ondanks dat mensen kinderen hebben grootgebracht sinds het menselijk ras is geëvolueerd." — Scott Stirling

 

8. Je kan nooit genoeg geduld hebben

via GIPHY

"Ik dacht altijd dat ik meer geduld had dan andere familieleden en dat dit een voordeel zou zijn bij het opvoeden van een kind. Het is nuttig, maar het is alsnog niet genoeg." — Roy Ronalds

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >