Beeld: Getty
Beeld: Getty

Lieve (30) is moeder van Jan (3) en Dries (1). Na een heftige scheiding heeft ze de liefde opnieuw gevonden. Voor Kek Mama schrijft ze over alles wat ze sindsdien doormaakt.

Van de mensen op het consultatiebureau heb ik gehouden als ze dé tip bleken te hebben tegen krampjes. Maar vaker heb ik ze vervloekt omdat mijn kind niet binnen de curve viel, of iets nog niet kon terwijl een baby van die leeftijd dat toch al heel lang moest kunnen. Vandaag gaan we met onze Jan, de bijna-kleuter, voor een laatste keuring en een prikje naar het consultatiebureau.
 

More content below the advertising

'Ik brulde misschien nog wel harder'

Bijna vier jaar geleden, bij het allereerste prikje, ging ik vol goede moed richting het bureau. Reuze benieuwd was ik. Of hij was aangekomen, gegroeid was en of hij voldoende voeding kreeg. Aan dat prikje had ik niet eens meer gedacht. Toen de beste mevrouw het vaccin tevoorschijn haalde en mijn lieve kleine Jan keihard liet krijsen, brulde ik misschien nog wel harder mee. Met de woorden ‘Met uw moedergevoel zit het wel goed’ besloot ik nooit meer bij een inenting te willen zijn.

Mijn moeder offerde zich ten tijden van Jan zijn inentingen op, en zodra de naald te zien was verdween ik uit de behandelkamer. Als hij dan huilend naar buiten kwam troostte ik hem liefdevol en masseerde ik zijn beentjes met washandjes.
 

De prikjes deed hij

Toen Dries zijn eerste prikje moest en mijn moeder een jaar daarvoor was overleden, offerde mijn ex zich op. En ook al gingen we 7 maanden na de geboorte van Dries uit elkaar, de prikjes op het bureau deed hij. Gelukkig.

Ook deze laatste keer, zou mijn ex met Jan dit bezoekje aan het bureau doen. Ware het niet dat we twee weken voor de afspraak een vragenlijst toegestuurd kregen waarop een aantal vragen stonden die ik toch wel heel graag mondeling wilde toelichten, zoals ‘Heeft er het afgelopen jaar een wijziging binnen de gezinssituatie plaatsgevonden?’.
 

'Het liefste was ik gevlucht'

Het voelde bijna symbolisch om als gezin dat laatste bezoek te doen. De mevrouw bleef ons complimenteren over de (ogenschijnlijke) harmonie en bleef benadrukken hoe enorm knap het was van beide partijen om hier samen te zijn. Na een gesprek van dertig minuten kwam ook hier het vaccin tevoorschijn. Het liefste was ik gevlucht, maar dat was volgens haar niet nodig.

En toen zij ook nu weer mijn lieve kleine Jan keihard liet krijsen, brulde ik misschien nog wel harder mee dan vier jaar daarvoor. Niet alleen door het hartverscheurende gehuil van Jan, maar het gemis van alles dat ik de afgelopen vier jaar was verloren: mijn man, mijn huwelijk, mijn gezin, mijn huis, maar bovenal mijn moeder. Want wat wat ik graag met haar de cirkel rond willen maken en gewild dat zij met Jan door die deur was gekomen, terwijl ik klaar zou staan met open armen en koude washandjes.