Hoofdredacteur Nouveau en Kek Mama-columnist Claudia Straatmans schrijft elke maand eigenzinnig over moeder-dochterzaken. Deze maand: heb jij een donkere man?

“Heb jij een hele donkere man?” wordt mij vaak gevraagd als ik een foto van mijn dochter laat zien. En hoezeer ik ook fantaseer dat acteur Idris Elba mij geschaakt heeft, de realiteit is een stuk prozaïscher.

Enorm trots

Want komt mijn man in beeld (überFries, met rossige bakkebaarden, stoere truien én een wit hoofd) zie je opeens het perspectief van mensen veranderen. “O, is ze geadopteerd?”, volgt dan steevast. Ja. Mijn dochter is geadopteerd. En dat vind ik niet bijzonder, maar dat is het schijnbaar wel. Als mensen het vriendelijk vragen, vertel ik graag mijn verhaal. Vooral omdat ik zo enorm trots ben op mijn dochter. Op zondag 22 oktober 2006 kregen mijn man en ik dat o-zo-gewilde telefoontje uit Miami, Florida: “Jullie dochter is geboren.” Na jarenlange cursussen, huisbezoeken van de Kinderbescherming en actief achter een Amerikaanse adoptie-advocaat aan (het zogenaamde ‘zelfdoenerstraject’) was het dan zo ver. Als extra complicatie moest onze advocaat er rekening mee houden dat ik de veertig jaar naderde (een red flag situation – Amerikaans jargon - omdat de Nederlandse adoptiewet een strenge maximaal veertig jaar tussen jouw leeftijd en dat van het kind aanhoudt. (Ooit stuurde Piet-Hein Donner een wet naar de Kamer om daar 42 jaar van te maken, maar toen viel het kabinet, kwam Ernst Hirsch Ballin op Justitie en die draaide het weer naar veertig jaar.)

Fardau de Vries

Die zondag in oktober was ik 39,5 jaar en werd ik moeder van Fardau de Vries. Dat ze zo ging heten, moesten we voor de vlucht naar Amerika al beslissen. Haar retourticket werd van tevoren al geprint. Het was een gok, maar toen we haar – zes dagen oud - in de ogen keken wist ik: dit is een Fardau. Fries voor ‘stichtster van de vrede’. Dat is mijn blijde verhaal. Maar er wordt soms ook niet vriendelijk gereageerd. En dan ben ik sprakeloos. Zoals die keer, jaren geleden, in de Amsterdamse Molukkenstraat, waarbij een slalommende fietsterroriste op mijn geschrokken ‘Kijk uit’ in een seconde mijn situatie scande en terugbeet: “Ach jij, met je geadopteerde dochter.” Flabbergasted was ik. Hoe durfde ze? Hoe kon ze het mooiste wat ik heb zo neerzetten? Meteen herpakte ik mezelf, en wilde achter haar aan racen om haar eens goed de waarheid te zeggen. Mijn vriendin hield me tegen: “Laat het los, die vrouw is gek.” En ‘tuurlijk, dat is die fietstroela, maar zo zijn er meer domme, onwetende, kwaadwillende mensen op de wereld.

Kleurenblind

Mijn dochter is namelijk niet anders. Ze is zoals elke doorsnee tienjarige. Verslaafd aan Mysical-Ly, aan Sims 4, en aan Musical-Ly (ja, nog een keer, ze krijgt er namelijk géén genoeg van). Ach, wat zou ik wensen dat de wereld kleurenblind is. Dat is ze zelf in ieder geval wel. Als Jason Derulo zingt, wil ze bruin zijn, als Joy van Beautynezz een krullentang uitprobeert, baalt ze dat ze geen steil bruin haar heeft. Haar eigen zwierige dreadlocks vindt ze niet bijzonder. Nee hoor, haar bijzondere kenmerk, zegt ze, “is dat ik coole kleren heb.” Zo’n laconieke houding heeft ze ook als ik mijn benen insmeer met selftan onder het mom ‘mama wil bruinere benen’. Haar nonchalante reactie is dan: “Had je maar in Amerika geboren moeten zijn.” Fardau de Vries. Mijn Peerka Blakka. Ik wens dat ze zelf altijd kleurenblind blijft.

Claudia Straatmans (49) is hoofdredacteur van Nouveau, getrouwd met Wiepke Hein. Samen zijn zij de ouders van Fardau de Vries (10).

De tekst van deze column is gedeeltelijk eerder verschenen in JAN magazine.

Lieve toe aan vakantie
Beeld: 123RF

Lieve (31) is moeder van Jan (3) en Dries (1). Na een heftige scheiding heeft ze de liefde opnieuw gevonden in Rogier, met wie ze een latrelatie heeft. Voor Kek Mama schrijft ze over alles wat ze sindsdien doormaakt.

Ik weet niet wie er meer aan toe is, Jan of ik. Wat hakt het er in zeg, zeven weken lang elke ochtend om 6.30 uur opstaan om die twee schatjes in de kleren te krijgen, hun buikjes te vullen en op tijd achter de deur te schuiven bij de juf. Ik ben gebroken.
 

'Tegenwoordig bepaalt meneer alles zelf'

Jan zit nu zeven weken op de basisschool. En in die zeven weken is het van een peuter en echte kleuter geworden. Of daar ook een soort van kleuterpuberteit bij hoort weet ik niet, maar tegenwoordig bepaalt meneer alles zelf. Dat heeft zo af en toe zijn charme maar vaker is het uitermate irritant. Vooral in de ochtenden is het vaker strijd dan dat het een gezellig ochtendritueel is.

Het begint al bij het aankleden. Want dan wil hij nog slapen. Of wil hij iets anders aan dan ik had bedacht (een eigen smaak zou trouwens verboden moeten worden). Of is hij ziek. Tenminste dat zegt ie. En als ik dreig met een zetpil dan is ie ineens weer beter.
 

Het meest verschrikkelijke deel

Dan komt het meest verschrikkelijke deel: het eten van één boterham. Een boterham, zelfs zonder korstjes, staat garant voor minimaal drie kwartier feest aan tafel. Pap gaat er al helemaal niet in en zonder enige vorm van ontbijt naar school vind ik meer iets voor een ontaarde moeder, en dat ben ik toevallig niet. In ieder geval niet voor acht uur ’s ochtends.

Als ik dit bespreek met de kind&oudercoach krijg ik allerlei tips. Een kookwekker om de tijd voor zijn boterham-moment te bepalen, een time-timer om het te visualiseren en tot slot tot twintig tellen en vooral heel erg rustig blijven en positief benaderen. En dat laatste blijkt vooral de laatste weken steeds moeilijker en moeilijker. Tot twintig tellen lukt nog wel maar dat rustig blijven en positief benaderen? Nee.
 

'Heb jij een oplossing?'

Het is alsof de koek een beetje op is. Bij Jan, maar zeker ook bij mij. Ik kan er de kracht niet meer voor op brengen om lekker pedagogisch verantwoord bezig te zijn. Dus eet Jan de laatste twee dagen voor de vakantie zijn boterham op de gang. Als ik hem ’s middags vraag, wanneer we op de fiets zitten naar huis, of hij een oplossing heeft, zegt hij ‘Gewoon, dat jij niet meer zo boos bent en ik mijn brood op eet’. Kinderlogica.
 

Toe aan vakantie

Wanneer ik op zaterdag wakker word van een klein lief kinderkusje en ik op mijn wekker kijk, ben ik blij verrast. Het is al negen uur! Als we rustig op zijn gestaan en aan tafel zitten, eet Jan alsof hij al weken niks gehad heeft. Wel drie boterhammen, met korstjes, gaan erin als zoete broodjes. Ach, laten we het erop houden dat ook hij enorm toe was aan vakantie :-).
 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

gebit-kind-tanden-wisselen-eerste-tandje

Tandartsen blijven erop hameren: vanaf het moment dat het eerste tandje tevoorschijn komt, moet je het gebit van je kind goed verzorgen. Maar wat is nu een goede poetsroutine en hoe zit het met tanden wisselen? Een paar belangrijke punten op een rij.

Lees ook
De beste tips: zo komt je kind van de speen af

 

  1. Over het algemeen komt het eerste tandje door tussen de 6 en 9 maanden - vaak eerst de onderste voortandjes. Vanaf dan is dagelijkse reiniging van het gebit dus ook nodig. Ook zou je al een afspraak bij de tandarts kunnen maken - al beginnen de meeste ouders hier vanaf een jaar of 2 mee.
  2. De meeste kinderen hebben rond hun derde het hele melkgebit compleet. Toch raadt de tandarts aan om het gebit al vanaf twee jaar elke dag twee keer te poetsen. Hiervoor kun je prima peutertandpasta gebruiken: daar zit minder fluoride in en als je kind dit inslikt, is het niet erg. Maar wat als je kind niet wilt poetsen? Kek Mama vroeg het aan échte experts. En deze komen soms met verrassende oplossingen.
  3. Ongeveer tien tot twintig procent van de kinderen hebben last van zogenaamde ‘kaasmolaren’: gelige of bruine vlekken die worden veroorzaakt door een fout in de samenstelling van het glazuur van de tand. Om de schade te beperken is het belangrijk dat het gebit goed verzorgd wordt. De tandarts kan ook helpen, door een speciale pasta of fluoride aan te brengen.
  4. Het glazuur van het melkgebit is dunner en minder sterk. Hierdoor ontstaan makkelijker gaatjes en slijt het glazuur van het melkgebit sneller. Op 7- of 8-jarige leeftijd kunnen de knobbels van de melkkiezen door het kauwen al zelfs zijn weggesleten. Goed dus, om het gebit van je kind goed te verzorgen.
  5. Tanden wisselen doen kinderen vaak vanaf 5- of 6-jarige leeftijd. In tegenstelling tot doorkomende melktandjes, merkt je kind hier vaak weinig van - behalve dat de melktand los gaat zitten. Goed poetsen is tijdens de wisselfase extra belangrijk, omdat de nieuwe tanden erg gevoelig zijn voor cariës (gaatjes).
  6. In principe is de richtlijn dat de speen rond het derde jaar wel weg kan, anders loopt je kind risico op een zogenaamde ‘overbite’. Opvoedkundige Tischa Neve: "Laat je kinderen te lang met een speen rondlopen, dan zijn ze niet te verstaan met zo'n ding in hun mond. Ook is het slecht voor de mondmotoriek en het gebit. Het wordt voor ouders alleen maar gemakzucht. Je denkt al snel: hup, speen erin, dan is mijn kind wel stil."
  7. Om het gebit te beschermen en je kind levenslang goede mondverzorgingsgewoontes bij te brengen, heeft de tandarts drie belangrijke tips: beperk de suikerinname om tandbederf te voorkomen, zorg ervoor dat kinderen genoeg fluoride krijgen (bijvoorbeeld door een behandeling bij de tandarts of door supplementen) en leer je kinderen om regelmatig en goed te poetsen en te flossen.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >