Beeld: Getty
Beeld: Getty

Van de avontuurlijke vrouw die Yvonne (34) ooit was, is niets meer over. Ze is elke dag bang dat haar iets overkomt en haar kleuterzoon alleen achterblijft.

“Sinds ik moeder ben geworden, ben ik bang dat mij iets overkomt en mijn zoontje van vier alleen achterblijft. Die angst kan me zomaar ineens midden op de dag overvallen. Ik word duizelig, krijg hartkloppingen en buik­pijn. Vorige week vrijdag bijvoorbeeld, wilde ik naar de markt om lekkere bolletjes te halen voor tussen de middag. Maar halverwege werd ik bevangen door hevige, onredelijke angst en bezorgdheid die het zweet over mijn rug deden lopen. Ik heb me omgedraaid en ben naar huis gegaan. Dan maar geen bolletjes. Laatst overkwam me hetzelfde toen ik op de fiets boodschappen wilde doen. Ik kan het niet meer precies terughalen, misschien werd ik aan het schrikken gebracht door een auto – het was alsof een onbeduidend incident de angstgolven aan het rollen bracht. Ik weet dat mijn vrees op niets is gebaseerd, maar juist die ongeworteldheid maakt de paniek gemener en onverwachter. Het liefst zou ik aan de schoolpoort gaan staan om persoonlijk te controleren of mijn zoontje wel echt door de BSO wordt opgehaald. Achter een boom gluren of hij niet alleen achterblijft op het schoolplein.

Wekelijks last van

Toen er een invaljuf was, heb ik tot drie keer toe gebeld of de BSO hem wel had opgehaald. Pas toen ik hoorde dat hij zoet zat te spelen met de andere kinderen, kon ik ontspannen. Ik weet dat ik met dit soort overbezorgdheid de angst alleen maar in de kaart speel, maar ik kan het niet stop­pen. In het begin had ik er zo eens in de maand last van, nu is het wekelijks en soms houdt die verlamming dagenlang aan. Nog even en mijn zoon gaat er last van krijgen, dat mag ik nooit toestaan. Hoe doen andere moeders dat? Als ik hem ophaal van school ga ik altijd veel te vroeg van huis, om uit te sluiten dat ik ook maar een minuut te laat kom. Op een kinderfeestje kwam hij eens stoer vragen of hij mocht blijven logeren. Ik kon hem dat onmogelijk weigeren, maar ik heb wel die moeder gevraagd of ze de deur goed op het nachtslot deed. Jaja, zei ze lachend, en ik doe ook het traphekje dicht. Ik lachte schaapachtig mee. Het is ook om je te bescheuren, als het allemaal niet zo beklemmend was.

Gebeld door een onbekende vrouw

Voor de geboorte van mijn zoon was ik een ondernemende vrouw die skydiven hoog op haar bucketlist had staan, nu durf ik niet eens meer met vriendinnen uit. Ik ben bang om in de auto te stappen en de macht over het stuur kwijt te raken. Als passagier in de auto bij iemand anders is zo mogelijk nog enger, want dan geef ik de controle uit handen. Wie zorgt er voor mijn kereltje als ik er niet meer ben? Hij heeft alleen mij. Ik voed hem in mijn eentje op. Zijn vader verdween toen ik drie maanden zwanger was. Op een avond werd ik gebeld door een onbekende vrouw die een notitie had gevon­den waarop een afspraak stond met mijn vroedvrouw. Zij wilde weten wat dit te betekenen had, aangezien zij al jaren met deze man – mijn vriend dus – samenwoonde. We hebben een uur aan de telefoon gezeten. Al die maanden dat we samen waren, was hij dus ook met haar en ik had nooit iets gemerkt. Ik voelde me vol­ slagen belachelijk door zijn bedrog en met deze vrouw sprak ik af dat we beiden met hem zouden breken. Dat is gebeurd, maar ik was behoorlijk uit het veld geslagen en de rest van mijn zwangerschap moest ik in het reine zien te komen met mijn kennelijke onvermogen mensen en situaties juist te schatten.

Het beïnvloedt je leven

In diezelfde tijd overleed mijn vader na een complicatie in het ziekenhuis. Ik ben bevallen in een periode dat de wereld mij intens onveilig voorkwam. Toen begon het, de angst en de paniek. Eerst onmerkbaar en sluipend, daarna steeds venijniger. Mijn diepe ongerustheid bepaalt intussen niet alleen mijn stemmingen, maar beïnvloedt ook keuzen die op het eerste gezicht niets met mijn zoontje te maken hebben. Ik ben zelfs op zoek gegaan naar een andere baan omdat ik voor mijn werk in de spits in de auto moet zitten, iets waar ik steeds minder goed tegen kan. Carnaval heb ik afgezegd, omdat ik dan twee uur moet reizen en ik mag sowieso van mezelf niet meer dan twee glazen wijn drinken. Ik moet helder zijn voor als er gevaar dreigt.

'Ik moet af van die controlezucht'

Tot voor kort had ik er nooit zoveel over gesproken met anderen, maar vorige week beaamde een goede vriendin van mij wat ik al vermoedde: mijn bezorgd­heid heeft de vrouw die ik was totaal buitenspel gezet. Steeds vaker zijn er momenten dat ik mezelf niet meer leuk vind, omdat ik altijd maar nee zeg. Geen wonder dat vriendinnen me minder vaak meevragen en naar de Toppers gaan zonder mij. Er moet een einde komen aan deze dwangbuis. Binnenkort ga ik maar eens op zoek naar een psycholoog. Niet dat ik depressief ben, integendeel, ik geniet enorm van mijn kind. Ik moet alleen af van die controlezucht.

 

'Het liefst ben ik altijd bij mijn zoon om hem voor gevaar te behoeden'

Het gelukkigst ben ik op zondagochtend als mijn zoontje en ik een film opzetten en er iets lekkers bij pakken. Deze zondag was dat The Polar Express. Ik keek naar dat blonde hoofdje en dacht: het liefst ben ik dag en nacht bij je om je voor alle gevaar in de wereld te behoeden. Had ik maar net als andere vrouwen de zorg met zijn vader kunnen delen, dan was het nooit zo uit de hand gelopen. Het is niet gelukt een goede omgangsregeling te treffen. De vader ziet zijn zoon nooit. Misschien zou een nieuwe man helpen, al ben ik daar ook huiverig voor. Ik vind het ontzettend moeilijk anderen toe te laten in het leven van mijn kind. En dus vertaalt wat ik moederliefde noem, zich in de verstikkende en toe­ nemende vrees de greep op ons leven te verliezen.”

Dit artikel staat in Kek Mama 02-2016

 

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >