Beeld: Getty
Beeld: Getty

Saar heeft een tienjarige dochter met één probleem: ze trekt zich van niemand wat aan. ''En dan moeten we de puberteit nog krijgen.''

“Ik kan het niet uitstaan, al die mensen met die geslaagde hockeykinderen die denken dat het hun verdienste is. Zelf merk ik elke dag dat kinderen niet maakbaar zijn maar juist hun eigen weg bewandelen. Ook al vind ik dat soms moeilijk te accepteren.

Een week geleden had ik een vergadering op mijn werk, een collega vroeg naar mijn tienjarige dochter en ik begon op slag te huilen. Zo diep zit het kennelijk, het verdriet om de ruzies die mijn dochter en ik hebben. De laatste tijd gaat het beter, maar een jaar geleden was ik echt bang dat we het contact aan het kwijtraken waren. Ze deed stoer met jongens uit de buurt, noemde de buurvrouw een dikke koe en is totaal anders dan haar broer die urenlang op zijn kamer zit te lezen. Niet dat ik zou willen dat zij hetzelfde is als hij, maar als ze weer eens dwars is, voel ik haar onder mijn handen vandaan glippen.

 

Ze doet wat ze wil

Vorig jaar waren we met vakantie in de Eiffel. Koppig weigerde ze een wandelingetje rond een stuwmeer te maken, liet zich op de grond zakken en begon te schreeuwen. Ik legde haar uit dat we de dag ervoor naar het zwembad waren geweest en die ochtend een markt hadden bezocht. Allemaal dingen die zij leuk vond en dat we nu iets zouden doen wat mijn man en ik leuk vonden. Voor dat soort argumenten is ze totaal niet vatbaar. Ze schreeuwde dat ze dood wilde en niet langer met ons wilde leven en liep weg. Ik verloor mijn geduld en riep dat ze een rotkind was. Ik was wanhopig. Uiteinde­lijk ben ik alleen met haar broer die wandeling gaan maken en bleef zij bij haar vader.

Conflicten als deze zijn geen uitzondering. Het gebeurt vaak dat ze obstinaat is. Altijd is er weer iets wat de harmonie verstoort. Toen ze tweeënhalf was, zat ze ineens bovenop de schuur. En toen ik geschrokken naar haar toe rende en zei: ‘Kom maar, mama helpt je er wel weer af’, trapte ze me weg. Ze wilde helemaal niet naar beneden komen en gehol­pen worden wilde ze al helemaal niet.

 

Extreme eigengereidheid

Ik heb haar weleens midden in de winter in een korte broek naar school laten gaan omdat ze geen lange broek aan wilde. Ze heeft haar haren zo kort geknipt dat kinderen vragen of ze meisje of een jongen is. Vorig jaar hadden we iedere dag ruzie omdat ze steeds dezelfde vormeloze joggingbroek aan wilde. Dan denk ik: moet ik gewoon toegeven aan haar grillen? Moet ik zeggen: natuurlijk, elk kind heeft zijn eigen kledingstijl en dit is kennelijk de jouwe? Maar opvoeden is ook: je kind leren dat je je soms moet aanpassen.

Haar extreme eigen­gereidheid maakt haar ook heel leuk en grappig, maar in tijden dat we vooral conflicten hebben, heb ik daar minder oog voor. Ik heb weleens een sinaasappel door de keuken gegooid toen ze voor de zoveelste keer weigerde fruit mee te nemen naar school.

 

Balans

Voordat ik kinderen kreeg dacht ik altijd: als je als moeder betrokken en sociaal bent en het goede voor­beeld geeft, nemen je kinderen dat automatisch over. Maar mijn dochter pakt gewoon altijd het grootste stuk taart. En dat is allemaal nog tot daaraan toe, maar het is of ze iets compenseert. Zichzelf overschreeuwt. Of daaronder een uiterst gevoelige laag ligt, die nu geen kans krijgt.

Aan tafel zei ze een keer: ‘Je houdt veel meer van mijn broer dan van mij. Je doet heel anders tegen hem.’ En dat is ook zo, maar dat komt omdat hij niet zo heftig is. Een tijd terug zijn twee buurgezinnen verhuisd, wat haar beroofde van een paar leuke vrienden. Wat later was er in de klas een incident met een jongen die sloeg en schopte. Misschien hebben die dingen haar uit balans gebracht.

 

Ongelukkig kind

Op een dag kwam er een jonge welzijnswerker op school, hij pikte mijn dochter er meteen uit. ‘Wat ziet zij er ongelukkig uit’, zei hij. Afschuwelijk, zijn woorden brengen mij nu nog aan het huilen. Via hem zijn we terechtgekomen bij een goede psycholoog. Al voelde ik ook weerzin tegen het hele hulpverlenings­circuit. Al die mogelijke afwijkingen. En dan? Wat heb ik eraan te weten dat ze obsessief opstandig is?

 

Loslaten

Binnenkort wordt ze elf. De puberteit komt eraan. Ik denk weleens: als ze zichzelf nu al zo in de weg zit, hoe moet het dan als ze ouder wordt? Als ze nu al zo ongeremd is, hoe zal dat gaan als ze kennismaakt met alcohol en drugs?

Die collega tijdens die vergadering zei tegen me: ‘Je bent een geweldige moeder en biedt haar een stabiel, warm thuis. Meer kun je niet doen. Laat het los.’ Laatst was mijn dochter op de auto geklommen van de nieuwe buurman en liet ze zich samen met een vriendje van het dak op de motorkap glijden. Op zo’n moment valt er weinig los te laten.

 

Gesprekken met de psycholoog

‘Wauw, wat zie jij er mooi uit’, zei de psycholoog toen we voor het eerst bij hem kwamen. Alsof zij haar wilde belonen voor haar anders­zijn. En aan mij vroeg ze: wat is je grootste angst? Ik zei: ik ben bang het contact met mijn dochter te verliezen. Drie gesprekken hebben we gehad. Op een of andere manier deed mijn openheid mijn dochter goed, ze besefte dat ik haar weliswaar niet altijd begrijp, maar dat ik wel heel veel van haar hou.

 

Unieke dochter

Ons nieuwe evenwicht is nog fragiel. Ik ben bang dat er maar iets hoeft te gebeuren of het gaat weer mis. Vanochtend schreeuwde ze nog dat ik haar leven verpest. Ik moet leren haar mooie kanten niet over het hoofd te zien. Ze is zo uniek. Ik moet ophouden haar met anderen te vergelijken, ik wil geen label hangen aan haar gedrag. Daarom zie ik af van verder psychologisch onderzoek. Laat haar zijn wie ze wil zijn, zeg ik tegen mezelf. Laat het los.”


Dit artikel staat in Kek Mama 05-2016


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >