Consequent zijn, een vast ritme aanhouden en nooit schreeuwen: Mariëtte Middelbeek wist het wat ze zó makkelijk vond aan het opvoeden van kinderen. Toen ze ze zelf nog niet had, welteverstaan.
Lees verder onder de advertentie
Kijk, dat hele opvoeden, da’s natuurlijk gewoon een kwestie van consequent zijn. Nee is nee, ja is ja en als je dan voet bij stuk houdt, snapt zo’n dreumes / peuter / kleuter / puber binnen een uurtje precies dat er met mama niet te sollen valt. En al die ouders met schreeuwende en slaande zeurkinderen, die hebben het er natuurlijk wel een beetje zelf naar gemaakt. Kijk ze eens toegeven, de slappelingen.
Met baby’s is het ook al zo eenvoudig. Gewoon de drie D’s aanhouden: duidelijkheid, duidelijkheid, duidelijkheid. Slapen doe je in je eigen bed, als mama druk is moet je maar even iets voor jezelf gaan doen in de box, en als het nog geen tijd is om te drinken, hoeft er ook niet gehuild. Makkie, toch?
Als we toch in de letters zitten: de drie R’en. Bestaan al eeuwen en als je ze gewoon tot je nieuwe mantra benoemt, kan er weinig meer fout gaan. Maar ja, als je ervoor kiest om de hele tijd te gaan lopen slepen met de kinderen en je bovendien ook nog toegeeft aan ‘ik wil niet naar bed’-gezeur, dan maak je het jezelf natuurlijk wel een beetje moeilijk. Nee, dat zou ik natuurlijk heel anders (lees: beter) aanpakken. Behalve dan dat ik even niet nadacht over zoiets als een peuter met een eigen mening of een sociaal leven, maar dat leerde ik later pas.
Snapte ik niks van: speelgoedinvasies in huiskamers. Want waarom zou je in vredesnaam én de hele Little People-collectie én een vijftien puzzels én een poppenwagen met geluidseffecten én vier loopwagens aanschaffen? En ook geen mooie, maar hardplastic gevallen in primaire kleuren. Nu mijn huiskamer inmiddels is overgenomen door vijf (ik schaam me) loopfietsen, -wagens en -karretjes, heel veel plastic en meer boekjes dan ik redelijkerwijs gedurende de kindertijd kan voorlezen, begrijp ik volledig waarom het blankhouten speelgoed dat ik zo graag als kraamcadeau gaf, vooral om naar te kijken is.
Al die peuters die beter dan ik weten hoe Netflix en YouTube werken, dat zou ik zelf natuurlijk heel anders gaan doen. De mijne zou uiteraard op commando met autootjes spelen en heel incidenteel Baby TV mogen kijken. Ja de mijne wel.
Schreeuwen tegen je kind, wie dééd zoiets? Dat had natuurlijk helemaal geen zin, want a, ze gingen er niet beter van luisteren en b, je was toch geen aso. Totdat ik kennismaakte met de oneindige irritatie die peuterongehoorzaamheid kan oproepen, en ik me inmiddels bij tijd en wijle ook schuldig maak aan geschreeuw (ten koste van groot schuldgevoel, maar toch).
Een kind in bed leggen, dat was natuurlijk in drie minuten gepiept. Dekentje erover, klaar. Over het badderen van een protesterende peuter, tandenpoetsen bij een bijtgrage baby en 51 keer naar boven omdat er altijd wel iemand een speen / fles / deken kwijt is, had ik gewoon nooit zo nagedacht. En o ja, iedereen zou natuurlijk altijd in z’n eigen bed slapen, want dat was uiteraard gewoon een kwestie van niet toegeven. Behalve dan als je een baby krijgt die geen speen blieft maar wel uitermate goed slaapt naast de levende equivalent ervan (ik).
Druk? Hoezo druk? Ík had het pas druk, met m’n tachtigurige werkweek. Terwijl de moeders die ik kende allemaal juist minder gingen werken, dus die moesten het dan natuurlijk wel rustiger hebben. En tijd om de krant te lezen, ook. Tja, ik was een tikje naïef, zeg maar.
Mariëtte Middelbeek (34) is schrijver en chef redactie van Kek Mama. Ze is getrouwd met Erik, met wie ze zoon Casper (3) en dochter Nora (1) heeft. Deze column verscheen vorig jaar.
Tijdelijke aanbieding: Neem nu een abonnement op Kek Mama en krijg een gratis tas naar keuze >
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Suzes oudste zoon mag sinds kort zelfstandig van school naar huis, maar komt de laatste tijd steeds laat uit school. Als ze op een middag besluit te kijken waar hij blijft, ontdekt ze de reden voor zijn dagelijkse vertraging.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.