‘We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.’ Die ‘helemaal’ kan weleens heel lang duren, wanneer je reist met kinderen. Daarom: de 10 leukste spelletjes voor op de achterbank, die níet op de iPad hoeven.
Lees verder onder de advertentie
Gekke-woorden-nummerplaten. Verveling uit, fantasie aan: maak woorden van de nummerplaten op de weg. Een 1 is een I, een 3 een E, een 8 een B – of wat voor iedereen maar begrijpelijk is. En natuurlijk mag je sjoemelen met tussenletters. 4-LKK-11 wordt op die manier zomaar ‘Vier lekkere eenden’. Lol gegarandeerd.
Achterbankbingo. Geen zorgen: hoef je niet eerst voor te knutselen. De bingokaarten kun je gewoon gratis downlaoden en uitprinten op de site van de ANWB. Waarom moeilijk doen, nietwaar?
Woordenslang. Bedenk een thema en verzin een woord met de laatste letter van de vorige deelnemer. Is het thema ‘landen’? Als de vorige deelnemer ‘Nederland’ bedacht, kan de volgende ‘Duitsland’ maken, en degene daarna ‘Denemarken’. Doe het met kleuren of dieren voor kleine kinderen, of met hoofdsteden voor de grotere. Geef toe: kan ook geen kwaad voor jóuw hersentraining.
Rekenslang. Want dat kan natuurlijk ook: begin met een som en degene die het antwoord geeft, voegt een vervolgsom toe. Begin je met ‘1+2’, dan zegt de volgende: ‘3+6’ – enzovoorts. Ook handig om sneaky nog even de tafels te oefenen met je bovenbouwer.
Jeugdsentiment. Niks zo leuk als je eigen herinneringen overdragen op je kinderen. Dus: ‘Tel de rode auto’s’, ‘Ik ga op reis en neem mee’ en ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’. En dan maar hopen dat je sneller dan vroeger aankomt op je bestemming, maar één voordeel: tegenwoordig hebben we in elk geval airco in de auto. O, en waarschijnlijk dat bloedirritante broertje niet mee.
Wie ben ik. Hoef je niet de hele speldoos voor mee te nemen, hooguit een stapeltje post-its. Alleen al je man met in knalgeel ‘uilskuiken’ op zijn voorhoofd geplakt, houdt je al vrolijk tot de grens met Spanje.
Kamertje verhuren. Benodigdheden: een ruitjesvel en twee potloden. De kinderen kleuren om de beurt een lijntje van een ruitje, en wie als eerste een ´kamertje´ heeft gemaakt, mag zijn initiaal erin zetten en nog een keer. Perfect, want jij hoeft niet per se mee te doen, en kan dus ondertussen lekker met je voet op het gaspedaal mee blèren met Michèl Fugains ‘Une belle histoire’.
Liedjes raden. Hoppa, uit volle borst: ‘Op een klein stationnetje…’ Of: ‘Ik ben vandaag zo vrolijk…’ Wie de volgende twee regels kan meezingen, mag het volgende liedje kiezen.
Fantasieverstoppertje. In je hoofd kan tenslotte alles. Oók schuilen in de trommel van de wasmachine, of achterin het kippenhok. Laat de anderen dát maar eens raden.
Wie is het langst stil. Nog steeds gekibbel in de kinderzitjes? Dan als last maar zeker niet least: speel wie het langst stil kan zijn. Of wie zijn mond kan houden tot de volgende tunnel. Nee: tot aan de vakantiebestemming. Succes!
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.