Marieke: ‘Je denkt dat je bij je derde bevalling alles wel hebt meegemaakt – en toen ging de stagiaire onderuit’
Je denkt dat je bij je derde bevalling alles wel hebt gezien. Dat niets je meer kan verrassen. Maar nee, Marieke werd zéker nog verrast.
Beeld: Eigen beeld
Laurie (39) is orthopedagoog, opvoeddeskundige en moeder van zoons Dex (8) en Otis (3). Ze heeft 2 jaar met haar gezin in Zuid-Afrika gewoond en is dit jaar teruggekeerd naar Nederland. In haar column schrijft Laurie over de hoogtepunten en worstelingen van het ouderschap.
We waren bezig met een tuinproject. Na twee jaar Zuid-Afrika bleek ons postzegelgrote stukje gras vooral een dor, modderig reliek uit betere tijden. Het moest eruit. Wat overbleef was, tijdelijk, een soort gratis zandbak. En zoals dat gaat met gratis dingen: die blijken ineens onweerstaanbaar.
Mijn zoons namen hun nieuwe speelparadijs meteen serieus. Schepjes, een paar verdwaalde bakstenen en een eindeloze hoeveelheid fantasie. Ik zat ernaast met een boek en een kopje koffie in de zon. Half lezend, half luisterend, zoals je dat doet als moeder. Altijd één oor op scherp, ook als je zogenaamd ontspant.
“Rust in vrede,” hoorde ik ineens.
Pauze.
“We zullen je nooit vergeten.” (in jammerende toon).
Ik keek op. De jongens bleken grafdelver te spelen. Dex had de leiding, dat zag je zo. Er stonden keurig een paar bakstenen rechtop, alsof ze dienst deden als grafstenen. Otis reed er vervolgens met een speelgoedbulldozer zonder enige vorm van ceremonie overheen. Het zand moest blijkbaar nog even goed worden aangedrukt.
“Mam,” zei Dex, die mijn nieuwsgierige maar licht fronzende blik registreerde, “ik speel de Middeleeuwen. Iedereen heeft de pest gekregen en is hartstikke dood.”
Hij had goed opgelet bij Het Klokhuis, dat moet ik hem nageven.
“Wat is de pest?” vroeg Otis geïnteresseerd, terwijl hij nog een graf egaliseerde.
“Dat is een vreselijke ziekte met vieze pukkels enzo,” legde zijn broer uit. “En je gaat echt morsdood als je dat hebt. Maar wees maar niet bang, Otis. Die ziekte bestaat niet meer.” Otis leek niet onder de indruk.
Ik sloeg mijn tijdschrift weer open. Prachtig. Ze speelden. Ze leerden iets over de geschiedenis van Europa. En niemand vroeg om een ijsje. Pedagogische jackpot, als je het mij vraagt. Totdat…
Gorgelende geluiden. Eerst zacht, toen luider. De doden bleken tot leven te komen.
Eén voor één klauterden ze zichzelf een weg omhoog uit de zandhopen. Kreunend. Spookachtig. Met trage, onheilspellende bewegingen die ik ergens eerder had gezien. En toen wist ik het weer. Onbedoeld, echt, volledig onbedoeld, was Dex een paar weken geleden de videoclip van Thriller tegengekomen. Hij had er vervolgens meerdere avonden over gepraat. Over de zombies, over hoe ze bewogen,over de ogen. Een pedagogisch inschattingsfoutje noemen we zoiets. En dit spel, de pest, de grafstenen, de wederopstanding uit het zand, was duidelijk onderdeel van de verwerking.
Ik keek naar mijn zoons. Dex die met volle overgave een middeleeuwse begrafenisondernemer speelde. Otis die als zombie achter zijn broer aan kroop, brullend, uitstekend in zijn rol voor iemand die drie minuten geleden nog niet wist wat de pest was.
En op de een of andere manier was het een zeer geruststellend tafereel. Dat kinderen moeiteloos middeleeuwse pandemieën, bulldozers en Michael Jackson combineren tot één logisch geheel. Dat doodgaan, begraven worden en weer opstaan in hun wereld gewoon een middagactiviteit is. Niets meer, en niets minder.
Ik nam nog een slok van mijn inmiddels lauwe koffie en besloot dat dit zo’n moment was waarop je als ouder vooral niet te veel vragen moet stellen. Zolang ze het bij zombies in de zandbak houden, doen wij het als ouders lang zo gek nog niet.
Meer avonturen van Laurie in Zuid-Afrika lees je hier.