Nieuwe studie: waarom je je jongste kind het meest in de gaten moet houden met schermtijd
Wil jij de schermtijd van je kinderen flink inperken? Volgens onderzoekers kun je je dan het beste focussen op je jongste kind.
Beeld: Eigen beeld
Laurie (39) is orthopedagoog, opvoeddeskundige en moeder van zoons Dex (8) en Otis (3). Ze heeft 2 jaar met haar gezin in Zuid-Afrika gewoond en is dit jaar teruggekeerd naar Nederland. In haar column schrijft Laurie over haar ervaringen met het leven over de grens met een jong gezin en de hoogtepunten en worstelingen van het ouderschap.
Ons huis rook niet meer naar ons. Er hing een geur van een ander gezin. Een gezin dat twee jaar ons huis had bewoond, in onze afwezigheid. En nu stapten wij weer over de drempel. De geur van Zuid-Afrika achter ons latend, de ietwat bedompte geur van een nieuw hoofdstuk tegemoet. Het voelde vervreemdend.
De moed zakte ons in de schoenen toen de geur in het toilet er niet veel beter op werd. Schoonmaken bleek geen topprioriteit van onze huurders te zijn geweest. Ook bleken de kinderen graag met hun viltstiften op onze bank te kleuren (onvakkundig weggepoetst, waardoor er naast de stiftresten ook een verbleekt stuk stof was ontstaan, een soort abstracte kunst waar je niet om had gevraagd) en zaten er ineens strepen in de tv. Er stond een pan met aangekoekte etensresten in de kast en de heetwaterkraan bleek kapot. Het huis voelde even als een Airbnb waar je te laat ontdekt dat je recensies had moeten lezen. Het leek wel een aflevering van Red mijn vakantie, waarbij er elk moment een onderzoeksjournalist op de stoep kon staan om onze huurdersmalaise vast te leggen. Help, ik heb mijn woning verhuurd of Red mijn vastgoed, met mij huilend in de deuropening, zouden het prima doen op de vrijdagavond.
We waren zelf, achteraf bezien, misschien wat naïef geweest. Twee jaar lang hadden we niets vernomen, nul zorgen gehad over onze koopwoning aan de andere kant van de wereld. We waren er gemakzuchtig van uitgegaan dat geen nieuws goed nieuws was. Achteraf gezien zat daar natuurlijk een klein, maar duidelijk addertje onder het gras.
Terwijl wij gefrustreerd contact zochten met onze verhuurmakelaar en schoonmaakbedrijven afbelden, draafden de kinderen enthousiast door het huis. ‘Ik vind het mooier dan hoe ik het me herinner,’ zei mijn zoon opgewekt. De jongste herinnerde zich überhaupt niets meer. Die vroeg steeds hardop van wie dit vakantiehuis was en wanneer we weer verder gingen reizen. Hij was wel erg blij met dit vakantiehuis. ‘Wat veel trappen,’ zei hij glunderend. In Kaapstad was alles gelijkvloers.
Na het eten rende mijn oudste zoon naar buiten voor een potje voetbal op het parkeerterrein achter het huis. Allerlei kinderen sloten aan, liepen na kort overleg met hun ouders zo de voordeur uit. Iets wat in Kaapstad nooit mogelijk was: daar speelde iedereen achter de hekken van het eigen terrein. We zuchtten, klaagden, mopperden, en keken tegelijkertijd naar twee opgewekte, ontspannen koters. Blij met een zakje bewaarde pepernoten van oma, blij met de paar vlokjes sneeuw die afgelopen week naar beneden dwarrelden, zielsgelukkig met een oude step die nog in de schuur bleek te staan. De cursus relativeringsvermogen van onze kinderen was weer aan een volgende bijeenkomst begonnen. En godzijdank zaten we op de eerste rij.
Zuid-Afrika, je was geweldig. Nederland, je bent fantastisch. Ook met krassen op de tv, een kapotte kraan en een gevoelstemperatuur van -38. De komende weken zetten we de ramen tegenover elkaar open, boenen we wat achterstallige sporen weg en nestelen we ons opnieuw. De lente is in aantocht. Het huis ruikt vanzelf weer naar ons.
Meer avonturen van Laurie in Zuid-Afrika lees je hier.