Amira: ‘Mijn zoon mag ineens niet meer op een kinderfeestje komen, zonder enige uitleg’
De hoogtepunten van het leven van een kind zijn toch wel de kinderfeestjes. Extra domper als je eigenlijk al was uitgenodigd, en vervolgens niet meer mag komen…
Eigen beeld
Deborah (30) is samen met haar man en moeder van twee zoons Jake (3) en Cody (1). Ze schrijft over het moederschap, verlies en herstel na haar postnatale depressie. Je kunt haar ook volgen op Instagram.
Ik kende de pop poli helemaal niet. Ik wist niet eens dat zoiets bestond.
Het waren de praktijkondersteuner en mijn verloskundige die het noemden. Dat er een poli was, speciaal voor zwangere vrouwen met mentale ‘problemen’. Dat woord zei alles en niets tegelijk. Problemen. Alsof het te groot was om te benoemen, en tegelijk te klein om serieus te nemen.
Ze zeiden dat ze me daar gerichter konden helpen. Dat ik er snel terecht kon. Ik knikte, terwijl ik geen idee had waar ik eigenlijk ja tegen zei.
De eerste keer dat ik erheen ging, was ik vooral zenuwachtig. Het was in het ziekenhuis, op de afdeling psychiatrie. Dat klinkt al serieus. Wat zouden ze van me willen? Wat voor plek was dit? Waarom zat ik hier?
In de kamer waar ik werd geroepen zaten een vrouw en een man. De vrouw was psychiater, de man arts in opleiding tot specialist. Ze stelde gerichte vragen. Niet vaag, niet oppervlakkig. Ze vroegen door. En ze legden uit wat ik kon verwachten. Dat alleen voelde al nieuw.
Na afloop van het gesprek zei de psychiater dat wat ik beschreef een postnatale depressie was. Dat ik daar ook nog zeker niet uit was. Dat was confronterend, maar ergens ook opluchtend. Al die tijd, vanaf dag één na de geboorte. Eindelijk iemand die het benoemde, zonder er omheen te draaien.
Ze vertelde dat ik intensieve begeleiding zou krijgen. Niet alleen omdat het nodig was, maar ook ter preventie. Want ik was alweer zwanger, en de kans op herhaling was aanwezig.
Ze vroeg of ik open stond voor antidepressiva. Begeleiding alleen is soms niet genoeg, zei ze. Medicatie kan helpen om het scherpe randje eraf te halen, en het is veilig genoeg tijdens de zwangerschap. En terwijl ze het zei, voelde ik ook angst omhoogkomen.
Niet eens zozeer voor die medicijnen. Maar voor de gedachte dat ik dit misschien weer opnieuw zou meemaken. Wat nou als dit niet helpt? Dat kan ik niet nog een keer aan. Dus ik besloot ermee te beginnen. Omdat ik dit keer niet alleen wilde overleven. Omdat ik voelde dat ik nu écht hulp kreeg. Niet alleen gesprekken, maar ook oplossingen.
De angst werd, naarmate de weken vorderden, wel groter. Rond de dertig weken maakten we daarom een peripartumplan. Een plan over psychiatrische zorg, vóór de bevalling maar vooral voor de periode daarna.
Dat plan ging naar de verloskundige, de gynaecoloog, de huisarts en het ziekenhuis. Iedereen kende mijn geschiedenis en wist wat ik prettig vond, en wat ik juist niet wilde. Ze konden zich inlezen, voorbereiden, anticiperen en me serieus nemen. Voor het eerst voelde ik dat ik niet steeds opnieuw mijn verhaal hoefde te verdedigen. Ik voelde me gehoord en begrepen.
Na de bevalling bleef de pop poli. Geen eindpunt, geen loslaten. Ik bleef nog lange tijd onder begeleiding en dat maakte meer verschil dan ik ooit had gedacht. Niet omdat alles ineens goed ging. Want er waren echt nog wel inzinkingen en momenten dat het weer wiebelde. Maar ik kon de psychiater direct benaderen en wist dat ik niet opnieuw hoefde te verdwalen.
Meer lezen van Deborah en haar weg in het moederschap? Je leest haar andere columns hier.