Bernike over het eerste jaar: ‘Steeds meer besef ik: jij bent niet van ons. Jij bent van jezelf’

Bernike gastcolumn Beeld: Marlon van Efferink Fotografie
Bernike
Bernike
Leestijd: 4 minuten

Bernike (29) is getrouwd met Ruben (31) en moeder van een dochter (0). In haar columns schrijft ze scherp, geestig en met zelfspot over de realiteit van het jonge ouderschap – waarbij ze oog heeft voor het absurde in het alledaagse.

Lees verder onder de advertentie

Volgende week vier jij je eerste verjaardag.

Een simpel feit. Bijna saai, alsof het niets bijzonders is. Je wordt één. En daarna twee. En daarna nog zoveel meer verjaardagen. Net als je vriendjes, je vriendinnetjes, je neefjes en je nichtjes. Net zoals ik en papa, opa en oma, iedereen die groot is geworden.

En toch, en toch, en toch…
Jij bent het. Mijn dochter. Jij wordt één.

Lees verder onder de advertentie

Als gisteren

Het voelt als gisteren dat ik, geknield in de badkamer, een positieve test in mijn trillende handen hield. Anderhalf jaar wachten op een roze streepje. Daar stond het. Het leek te mooi om waar te zijn.

Ik sluit mijn ogen en zie het weer voor me: de wachtkamer bij de verloskundige, het knipperlichtje op de echo dat zei: je leeft. Hoe ik vijf weken zwanger, verscheurd tussen hoop en vrees, je eerste rompertje kocht. Hoe na vijftien weken de eerste kriebels in mijn buik volgden, die al snel overgingen in stevige schoppen. Mijn buik groeide, en jij groeide met me mee.

Lees verder onder de advertentie

En toen kwamen de dagen die alles veranderden. Na drie dagen weeën begon het echt. Papa ving je op en legde je warme, glibberige lijfje op mijn borst. We telden al je vingertjes en teentjes, vol ongeloof dat je werkelijk van ons was.

Loodzwaar

We waren negen maanden samen één, en nog langer. De eerste weken wilde je niets liever dan bovenop ons liggen. Nachtenlang wandelden, susten, wiegden we je. Je huilde veel. Net als ik. Ik dacht dat ik nooit meer zou slapen. Ik voelde me radeloos, onzeker. De nachten waren eindeloos, de dagen loodzwaar. Ik voelde me geen moeder. Hoogstens een vrouw met kind.

Lees verder onder de advertentie

De borstvoeding liep moeizaam. Je kreeg niet genoeg binnen. Ik dacht dat ik faalde. Meermaals overwoog ik te stoppen, maar elke keer wilde ik het nog één keer proberen. Ik kolfde me een slag in de rondte. De diepvrieslades vulden zich met tachtig zakjes moedermelk. Steeds weer probeerde ik je aan te leggen, de fles als plan B. En opeens had je het door. Het lukte. Je dronk!

Loslaten

Beetje bij beetje werd je groter. Eerst langzaam, toen sneller. Het huilen minderde. Je kwam aan. Maatje 50 paste niet meer. Het was zwaar, maar er was vooruitgang. En toen, op een dinsdagochtend in maart, verscheen je eerste lachje, vanuit dat ene plekje in je babynestje. Voor mij, speciaal voor mij. Mijn hart barstte uit elkaar in duizend zonnestralen. Alles was het waard geweest. Alles.

Lees verder onder de advertentie

Ons roze frummeltje veranderde in een stevige, goedlachse baby. Hollands welvaren. Iedereen kreeg jouw guitige grijns te zien en je werd de belichaming van jouw naam: vreugdebrengster. Het liggen werd rollen, zitten, tijgeren. Het huilen werd kraaien en uiteindelijk schaterlachen. Het wiegen en vasthouden werd loslaten. Je wilde zelf. Zelf zitten, zelf kruipen, zelf pakken, zelf ontdekken. Zo gingen we van samen naar steeds iets meer alleen.

Van jezelf

Sinds deze week duw je de borst weg. Ik moest slikken. Ik bleef het aanbieden, wilde nog even vasthouden, het stukje van ons samen. Maar jij wilde niet meer. De borstvoedingsperiode is voorbij, eerder dan ik had gewild. Maar jij gaf het aan. Het is goed zo. Mijn baby krijg ik niet meer terug.

Steeds meer besef ik: jij bent niet van ons. Jij bent van jezelf. Je wil het zelf doen, en dat mag je.

En toch had je me deze week weer even nodig. Ze noemden het een slaapregressie. Al die ontwikkelingen eisen hun tol. Overdag een peuter in de dop, ’s nachts weer even baby. Je wilde weer gewiegd worden, nabijheid. Ik mocht er weer even voor je zijn. En toen ik, tollend van slaaptekort, mijn lieve, zware dreumes uitgeput tegen mijn borst in slaap voelde vallen, besefte ik gelukkig dat je toch nog een beetje klein bent.

Lees verder onder de advertentie

Benieuwd naar meer columns van Bernike? Je vindt ze hier.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail