Waarom buitenspelen zo belangrijk is voor de ontwikkeling van je kind

Illustratie bij: Waarom buitenspelen zo belangrijk is voor de ontwikkeling van je kind
Commerciële redactie
Commerciële redactie
Leestijd: 5 minuten

Buitenspelen lijkt misschien vooral leuk, maar voor jonge kinderen is het veel meer dan dat. Tijdens het klimmen, rennen en fantaseren doen ze nieuwe ervaringen op en ontwikkelen ze belangrijke vaardigheden. Met het initiatief ‘SPEEL JE MEE?’ vraagt de KNGU daarom aandacht voor het belang van spelen en bewegen in de dagelijkse leefomgeving van kinderen.

Dat aandacht voor spelen nodig is, blijkt uit landelijke en lokale cijfers. In zeer stedelijke gebieden spelen kinderen gemiddeld ruim 20 procent minder buiten dan in niet-stedelijke gebieden. In 2014 speelde 82 procent van de kinderen van 4 tot en met 11 jaar minstens vijf dagen per week buiten. In 2022 was dat nog maar 50 procent.

Voor de KNGU gaat die ontwikkeling over meer dan de vraag of kinderen voldoende bewegen. Een kind dat speelt, is niet alleen lichamelijk actief, maar probeert, ontdekt, fantaseert en doet ervaringen op. Dat onderscheid herkent ook Hanneke Poot-van der Windt, die zich al ruim veertig jaar bezighoudt met de motorische en sensomotorische ontwikkeling van kinderen. “We weten ondertussen wel dat bewegen belangrijk is. Maar het is niet alleen bewegen. Spelen is bewegen en ervaringen opdoen.”

Spelen is veel meer dan bewegen

Volgens Poot-van der Windt zijn juist die ervaringen belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Zij maakt daarbij onderscheid tussen alleen bewegen (motorische ontwikkeling) en spelen (sensomotorische ontwikkeling), waarbij bij spelen ervaringen worden opgedaan. “Als een kind gewoon door een ruimte kruipt, is het motorisch bezig. Zeg je: ‘We gaan als een hondje door de ruimte’, dan gebeurt er veel meer. Het kind kruipt, maar beleeft tegelijkertijd dat het een hondje is, kan blaffen en achter iemand aan kan gaan. Dat maakt het spel veel rijker.”

Door te spelen leert een kind zijn lichaam en omgeving steeds beter kennen. Het ervaart afstand, snelheid en balans, leert bewegingen beheersen, reageert op andere kinderen en ontdekt door te proberen wat wel en niet lukt. Zulke ervaringen zijn in de vroege kinderjaren belangrijk voor de motorische, sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling.

Niet alleen bewegen in de sporthal

Jonge kinderen plezier laten beleven aan bewegen is voor de KNGU niet nieuw. Samen met Mercis, bekend van nijntje, werkt de organisatie al jarenlang aan het nijntje Beweegdiploma. Daarmee ontdekken kinderen van 2 tot en met 5 jaar spelenderwijs de basis van bewegen.

Met ‘SPEEL JE MEE?’ wordt die aandacht breder getrokken. Want kinderen bewegen niet alleen tijdens een gymles of bij een sportvereniging. Juist plekken waar ze iedere dag komen, zoals een speeltuin, stoep of openbare ruimte in de wijk, kunnen uitnodigen tot spelen.

In Rotterdam zijn daarom op acht plekken beweegspellen in de openbare ruimte aangebracht. In de Tarwewijk namen onder anderen Epke Zonderland, Nijntje en Nina deze spellen samen met kinderen in gebruik.

De spellen liggen onder andere op de route richting de speeltuin en blijven daar liggen. Zo worden kinderen ook na het openingsmoment uitgenodigd om onderweg te springen, balanceren, spelen en ontdekken.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De rol van ouders

Dat herkent Poot-van der Windt uit de praktijk. Ze geeft een voorbeeld uit een speeltuin. Een jongetje staat bovenaan de glijbaan en roept naar zijn vader: ‘Papa, kijk eens.’ Zijn vader kijkt kort op van zijn telefoon en richt zich daarna weer op zijn scherm. Het jongetje probeert opnieuw zijn aandacht te krijgen. Na meerdere pogingen staat zijn vader geïrriteerd op: ‘Hier heb ik geen zin in. Kom maar naar beneden, we gaan naar huis.’

“Ga kijken hoe je kind van die glijbaan afgaat. Dan gaat het nog een keer en nog een keer”, zegt Poot-van der Windt. Juist die herhaling is volgens haar belangrijk. Door aandacht te geven zonder het spel over te nemen, krijgt een kind de ruimte om zelf te ontdekken en bewegingen eigen te maken. Als iets steeds beter lukt, groeit ook het vertrouwen in wat het zelf kan. Met iets kleins als kijken, aandacht geven en ruimte laten, kunnen ouders zo bijdragen aan het plezier én het vertrouwen waarmee een kind blijft spelen en ontdekken.

Een Rotterdams initiatief met een landelijk vraagstuk

‘SPEEL JE MEE?’ krijgt vorm in Rotterdam, maar de afname van buitenspelen houdt niet op bij de stadsgrenzen. Ook elders in Nederland krijgen kinderen niet altijd dezelfde mogelijkheden om vrij buiten te spelen. Rond het WK Turnen willen de betrokken organisaties laten zien wat er mogelijk is als sport, de leefomgeving en de ontwikkeling van jonge kinderen samenkomen. Niet als blauwdruk voor andere gemeenten, maar als inspiratie om ook elders te kijken hoe kinderen meer ruimte kunnen krijgen om te spelen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Samen spelen in Ahoy

Op vrijdag 16 oktober komt ‘SPEEL JE MEE?’ samen tijdens het nijntje WK beweegfeest in Rotterdam Ahoy. Kinderen van 2 tot en met 5 jaar kunnen daar samen met hun ouders en verzorgers spelen, bewegen en ontdekken met Nijntje en Nina. Tijdens het Beweegfeest wordt ook het 100.000e nijntje Beweegdiploma uitgereikt.

Zo loopt ‘SPEEL JE MEE?’ van blijvende speelmogelijkheden in de wijk tot een groot beweegfeest tijdens de WK, steeds met dezelfde uitnodiging: geef jonge kinderen de ruimte om te bewegen, te ervaren en vooral te spelen.

Want goed leren bewegen begint niet pas in de sporthal. Het begint met spelen.

Voeg ons toe als voorkeursbron

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail