Psycholoog Aischa Schmitt: ‘Je kind is niet lastig, er zit vaak iets heel anders achter die boze bui’
Beeld: Canva
Je kent het wel: je kind krijgt een complete meltdown omdat de banaan verkeerd is doorgesneden, het favoriete shirt in de was zit of die ene vriend niet kan spelen. Jij probeert ondertussen het eten op tafel te krijgen, de was weg te werken en vooral niet zelf uit je slof te schieten. Herkenbaar? Volgens psycholoog en moeder van twee Aischa Schmitt kijken we vaak verkeerd naar de grote emoties van onze kinderen. Met haar kinderboek Over Prikkeltje wil ze daar verandering in brengen.
Hoe klein de aanleiding voor ons soms ook lijkt, voor een kind kan het voelen alsof de wereld vergaat. Hoewel je als ouder het liefst meteen een oplossing zoekt (of die driftbui zo snel mogelijk ziet verdwijnen), heeft je kind op zo’n moment vaak iets heel anders nodig. Aischa legt uit waarom we wat vaker achter het gedrag mogen kijken en hoe je je kind helpt wanneer alle emoties even te veel worden.
Klein drama, groot gevoel
Voor ons lijkt het soms nergens over te gaan. Een gebroken koekje, een verkeerd gesneden boterham of een speelafspraak die niet doorgaat. Maar voor een kind kan zo’n teleurstelling voelen alsof de wereld vergaat. ”Waar wij als volwassenen denken: joh, het gaat maar om een koekje of een banaan die verkeerd is doorgesneden, kan dat voor een kind heel overweldigend zijn”, legt Aischa uit. ”Een emotie kan zo overheersend voelen dat een kind daar al overprikkeld van raakt.”
Dat heeft volgens haar alles te maken met de ontwikkeling van het kinderbrein. Jonge kinderen kunnen hun emoties nog niet op dezelfde manier begrijpen en reguleren als volwassenen. Toch verwachten we soms dat ze precies kunnen uitleggen waarom ze boos, verdrietig of gefrustreerd zijn. ”Wij zijn als ouders soms geneigd om emoties heel cognitief te benaderen. Maar kinderen hebben die vaardigheden vaak nog helemaal niet voldoende ontwikkeld.”
Maak kennis met Prikkeltje
Het idee voor Over Prikkeltje ontstond vanuit haar achtergrond als psycholoog en haar werk als docent en coördinator GGZ binnen de opleiding Sociaal Werk, maar ook vanuit haar eigen ervaringen als moeder van twee jonge kinderen. “Mijn oudste was vanaf dag één al een gevoelig en temperamentvol mannetje. Daardoor ben ik me steeds meer gaan verdiepen in hoe we als ouders met emoties omgaan. Op een gegeven moment kwam alles samen: mijn moederschap, mijn werk als psycholoog en mijn visie op opvoeden. Toen dacht ik: hier moet een boekje over komen.”
In het verhaal, geïllustreerd door Elisa Stolwijk, staat egeltje Prikkeltje centraal. Hij vindt een prachtige hartjessteen die hij dolgraag aan zijn moeder wil laten zien. Alleen is mama druk met koken en heeft ze even geen aandacht. Prikkeltje voelt zich afgewezen en gooit de steen boos weg. Wanneer zijn vriendjes vervolgens ook niet met hem kunnen spelen, wordt het hem allemaal te veel.
Gelukkig ontmoet hij andere dieren die hem helpen om met zijn gevoelens om te gaan. Niet door eindeloos te praten, maar juist door zijn lichaam te gebruiken. ”Er zijn al veel boeken over emoties bij kinderen, maar ik wilde juist laten zien hoe je op een lichaamsgerichte manier met gevoelens kunt omgaan”, aldus Aischa.
Tekst gaat verder onder het beeld.

Meer dan een driftbui
Een kind dat schreeuwt, stampt of met speelgoed gooit, kan je geduld behoorlijk op de proef stellen. Toch is het volgens Aischa belangrijk om verder te kijken dan alleen het gedrag. ”Als we boosheid meteen zien als lastig gedrag of manipulatie, missen we wat er eigenlijk onder zit. Vaak is dat iets heel kwetsbaars. Een kind wil bijvoorbeeld gezien worden.”
Dat betekent natuurlijk niet dat je alles maar moet goedvinden. Slaan, schoppen of spullen kapotmaken hoeft niet ineens te mogen omdat je kind boos is. Maar je kunt wél erkennen dat die boosheid er is. ”Je mag boos zijn, maar we slaan niet. Die twee dingen kunnen prima naast elkaar bestaan.”
Volgens de psycholoog hebben kinderen op zulke momenten vooral behoefte aan nabijheid. In de psychologie wordt dat co-regulatie genoemd: samen met je kind proberen om die grote emoties te verwerken. ”Een kindje kan dat nog niet alleen. Het heeft een steunfiguur nodig die laat voelen: ik ben er, het is oké en je mag boos zijn.”
Niet voor een ander, maar voor jezelf
Op school en thuis leren kinderen steeds vaker over emoties. Hartstikke goed natuurlijk, maar volgens Aischa mag er ook meer aandacht komen voor wat kinderen daadwerkelijk voelen in hun lichaam. “Vaak zijn we vooral bezig met het gedrag en wat dat voor een ander betekent. Maar we mogen kinderen ook leren wat ze zelf kunnen doen om rustiger te worden.”
Dat betekent niet dat praten over gevoelens minder belangrijk is. Integendeel. “In de psychologie noemen we dat affect labeling. Je benoemt bijvoorbeeld wat je kind voelt: ‘Je bent boos omdat je toren is omgevallen, hè?'”
Maar naast het benoemen van emoties is het minstens zo belangrijk dat kinderen leren herkennen wat die gevoelens met hun lichaam doen. Want je wilt natuurlijk dat je kind leert om niet te slaan of te schreeuwen als het boos is. Maar óók dat het ontdekt hoe het zelf met die boosheid om kan gaan.
Minstens zo belangrijk? Dat je als ouder die gevoelens erkent en valideert. Zoals de moeder van Prikkeltje aan het einde van het boek doet, wanneer ze beseft dat haar zoontje haar iets moois wilde laten zien. “Je had een mooie steen voor mij, maar ik had je niet gezien.” Volgens Aischa draait het juist om die combinatie: gevoelens benoemen, ze lichamelijk leren herkennen én laten merken dat ze er mogen zijn.
‘Niet zo aanstellen’
We hebben het allemaal weleens gezegd. ‘Kom op, niet zeuren.’ Of: ‘Je bent toch geen baby meer?’ Zeker wanneer je haast hebt en je kind voor de derde keer die ochtend weigert zijn schoenen aan te trekken. Maar volgens Aischa kunnen zulke opmerkingen onbedoeld een verkeerde boodschap afgeven. ”Je zegt daarmee eigenlijk tegen je kind dat wat het voelt er niet mag zijn.”
Wat kun je dan beter doen? Probeer de emotie te benoemen. Bijvoorbeeld: ‘Je bent verdrietig omdat je niet langer in de zandbak mag spelen.’ Of: ‘Je baalt ervan dat je dat koekje nu niet krijgt.’ Want: “Als je het gevoel van je kind erkent, klopt de binnenwereld ineens met de buitenwereld. Het kind leert: wat ik voel, mag er zijn.” Eh nee, dat betekent niet dat je alsnog dat koekje moet geven.
Grenzen blijven nodig
Wie denkt dat deze manier van opvoeden betekent dat kinderen overal mee wegkomen, heeft het volgens Aischa mis. ”Dit wordt soms gentle parenting genoemd en mensen denken dan dat het grenzeloos is. Maar grenzen zijn juist ontzettend belangrijk. Ze geven kinderen veiligheid.”
Het verschil zit volgens haar vooral in de manier waarop je die grenzen aangeeft. Stel: je kind heeft voor de zoveelste keer met een voetbal door de woonkamer geschoten, terwijl jullie duidelijk hadden afgesproken dat dat niet mocht. Je kunt boos worden en dreigen dat hij nooit meer mag voetballen. Maar je kunt ook rustig zeggen dat je de bal nu even weglegt, omdat het niet gelukt is om zich aan de afspraak te houden.
”Als je kind daar vervolgens boos om wordt, hoef je niet te zeggen: eigen schuld, dikke bult. Je kunt erkennen dat het jammer is, terwijl je bij je grens blijft.” Zo leert een kind dat regels duidelijk zijn, zonder dat daar angst of dreigementen aan te pas hoeven komen.
Een vol hoofd
Naast grote emoties kunnen ook volle agenda’s zorgen voor overprikkeling. Laten we eerlijk zijn: met school, sportclubjes, verjaardagen en speelafspraken zitten de weekenden soms net zo vol als de doordeweekse dagen. ”Stel dat je kind een drukke schoolweek heeft gehad en je gaat op zaterdag eerst naar de speeltuin, daarna naar een verjaardag en vervolgens mag het ook nog later naar bed. Dan is het niet gek dat er op een gegeven moment een boze bui ontstaat.”
Volgens Aischa kunnen jonge kinderen hun eigen grenzen nog niet altijd goed aanvoelen. Daarom is het aan ouders om daar een beetje op vooruit te lopen. ”Als je een paar stappen eerder kijkt naar wat je kind nodig heeft, kun je soms voorkomen dat het helemaal overloopt.”
Betekent dit dat je voortaan ieder feestje moet afzeggen en je kind het liefst in een prikkelarme bubbel moet opvoeden? Zeker niet. “We leven nu eenmaal in een wereld met heel veel prikkels. Het is niet de bedoeling dat je met je kind in een hutje op de hei gaat zitten. Het gaat erom dat je je kind helpt om met die prikkels en emoties om te leren gaan.”
Wat helpt écht?
In Over Prikkeltje leren verschillende dieren het egeltje hoe hij met zijn gevoelens kan omgaan. Die oefeningen kunnen ouders ook thuis gebruiken.
1. Adem als een uil
Is je kind boos, verdrietig of gespannen? Probeer samen rustig adem te halen, net als de uil uit het verhaal. Door er een spelletje van te maken, wordt het makkelijker om samen even tot rust te komen.
2. Maak je groot als een pauw
Voelt je kind zich bang of onzeker? Laat hem zich groot maken als een pauw en zeggen: ‘Ik ben dapper en ik ben stoer.’ Een speelse manier om met dat gevoel om te gaan.
3. Spring als een kikker
Sommige kinderen worden juist niet rustig van stilzitten of ademhalingsoefeningen. Voor hen kan bewegen beter werken. Laat je kind bijvoorbeeld springen als een kikker.
“Wat voor het ene kindje werkt, hoeft voor het andere niet te werken”, legt Aischa uit. “Misschien helpt ademhalen bij boosheid, terwijl een ander kind juist moet bewegen. Ga samen ontdekken wat past.”
Mama is ook maar een mens
Misschien wel de belangrijkste boodschap uit het boek is niet alleen voor kinderen bedoeld, maar juist ook voor ouders. Want hoe graag je ook die geduldige moeder wilt zijn die altijd rustig blijft, soms lukt dat gewoon niet. Zeker niet wanneer je zelf moe bent, een drukke dag hebt gehad en je kind precies op het verkeerde moment iets van je nodig heeft.
”Wij als ouders zijn soms ook overprikkeld. We proberen alle ballen hoog te houden en gaan daardoor onbedoeld voorbij aan de belevingswereld van ons kind.” Dat is volgens Aischa niet meteen een ramp. “Er bestaat niet zoiets als perfect ouderschap. Het belangrijkste is dat je altijd weer kunt herstellen.”
Dat kan iets heel kleins zijn. Even teruggaan naar je kind en zeggen: ‘Sorry, mama had net een vol hoofd en luisterde niet goed naar je.’ “Kinderen voelen het haarfijn aan als je gestrest bent. Hoe fijn is het als je daar gewoon eerlijk over kunt zijn?”
Perfect hoeft niet
Met Over Prikkeltje hoopt Aischa dat kinderen al op jonge leeftijd leren om hun gevoelens te herkennen en ermee om te gaan. Want waarom leren kinderen op school wel letters en cijfers, maar besteden we volgens haar niet net zo vanzelfsprekend aandacht aan wat er in hun lichaam gebeurt wanneer ze boos, bang of verdrietig zijn? “Ik denk dat als je daar jong mee leert omgaan, het later makkelijker wordt om je gevoelens te begrijpen.”
De eerste reacties op haar boek zijn in ieder geval positief. Het is inmiddels al zo goed verkocht dat na drie weken de tweede druk al is aangekondigd! Ouders vertellen haar dat hun kinderen zichzelf herkennen in Prikkeltje en dat het verhaal helpt om samen over emoties te praten. Soms wordt het boek zelfs zó vaak voorgelezen dat ouders er lachend over klagen.
Maar als ze één boodschap aan alle ouders mag meegeven, is het deze: “Het is oké om het soms even niet oké te doen. Je kunt altijd herstellen. En ook als je het zelf lastig vindt om met gevoelens om te gaan, hoe mooi is het dan als je het samen met je kind kunt leren?” Want uiteindelijk hoeft je kind geen perfecte moeder. Wel eentje bij wie alle gevoelens er mogen zijn. Ook die hele grote.
Kek Mama leesdeals
Lees Kek Mama nu met korting of luxe cadeau