lachen-om-relatieproblemen

Omdat jij het dopje nooit op de tandpasta draait en hij zijn onderbroeken altijd onder het bed gooit. Om sommige relatieperikelen kun je maar het beste heel hard lachen.

Ze hadden het zo mooi afgesproken en waren het roerend eens: Marit en haar man zouden hun zoon vegetarisch opvoeden.

Marit: “Maar Bodhi was nog geen twee of hij had zijn eerste frikandel al te pakken. Die kreeg hij van papa, in de dierentuin. Ik kreeg er nog een foto van ook. Bijschrift: ‘Vindt-ie lekker joh!’ Ik was furieus.

Wat mijn man naar binnen schuift moet hij zelf weten, maar het getuigt van weinig respect dat hij onze afspraak zo lomp aan zijn laars lapt. ‘Kom op schat,’ zei hij, ‘die frikandel was toch al dood, en onderzoek heeft uitgewezen dat er van alles in die dingen zit, maar weinig vlees.’
 

'Ga maar bij je moeder eten'

Ik kon er niet om lachen. Als wij het goede voorbeeld niet geven, van wie leert hij het dan verantwoordelijk met dieren en het milieu om te gaan? Niet van zijn vader, zoveel is duidelijk. De borden vliegen nog net niet door de kamer, maar het ís voorgekomen dat ik hem naar zijn moeder stuurde om daar aan tafel te schuiven.

Als wat ik kook niet goed genoeg is, gaat-ie maar ergens anders gehaktballen eten. Hij klaagt nooit over wat ik wel kook, maar vooral over wat níet op tafel verschijnt. Koop dan een broodje filet americain tijdens je werkpauze, denk ik dan, of bestel een portie bitterballen in het café. Maar val ons kind er niet mee lastig.”
 

In wc-papier gerolde tampons

Mats (43) baalt dat zijn vrouw al haar troep laat slingeren.

“Ik vind bijna alles lief, leuk en lekker aan mijn vrouw, maar die nachtbeugel met kwijl die structureel op het aanrecht slingert, die hoeft van mij niet. Net als de in wc-papier gerolde tampons op de badrand. Er staat nota bene een prullenbak binnen handbereik. Honderd keer heb ik er wat van gezegd, ik smeerde zelfs een keer mayonaise in die beugel – de kinderen vonden het hilarisch – maar de volgende dag lag hij er weer. Ik ruim het tegenwoordig zelf maar op. Natuurlijk verlaat ik mijn vrouw niet om deze reden, maar er komt een dag dat ik mijn gebruikte wc-papier ook gezellig laat slingeren.”
 

Géén huisdieren

Renate ligt met haar man in de clinch over twee harige huisgenoten.

“Wat waren mijn dochters blij toen ik thuiskwam van een zakenreisje en twee katjes trof. ‘Kijk mam, hoe lief’, kirde de oudste. ‘De grijze is van mij en de zwarte van haar.’ Ik werd niet goed. Zuurstokroze kastelen in de woonkamer, een gang vol wandelwagens, stepjes en kinderfietsjes – ik vind het allemaal prima, maar we hadden één afspraak: geen huisdieren. Ja, een verzorgpony als ze negen en elf zijn, die kost me hooguit een paar stinkende paardrijbroeken per week.

Nu was ik welgeteld twee dagen weggeweest en stelde hij me voor een voldongen feit. De meisjes waren natuurlijk halsoverkop verliefd geworden op die kittens. Ik zou wel de wreedste moeder ter wereld zijn om ze weer af te nemen.
 

Halve kikker als avondeten

‘Je wéét hoe ik hierover denk’, siste ik naar mijn man. Hij moest lachen: ‘Jij vindt ze ook enig, geef nou maar toe.’ Natuurlijk vind ik dat, maar binnen drie dagen wist ik weer waarom ik geen beesten wil. Want wie kan de kattenbak verschonen, elke dag stofzuigen en die beesten voeren? Precies. En dan zwijg ik nog over de ondergekotste dekbedden, onze bank die aan flarden ligt dankzij kattennagels en de half opgegeten kikkers die ze het huis in slepen.

Eén keer heb ik uit wraak zo’n halve kikker aan mijn man geserveerd, bij het avondeten. Die grap doet het nog steeds fantastisch op feesten en partijen, maar de kattenbak heeft hij nog steeds niet verschoond.”
 

'Nee, daar krijg je vieze handen van'

De man van Merel heeft een schoonmaak- en opruimobsessie.

“Niet te zuinig ook. Ik vraag me af hoeveel kinderen lego hebben die twee keer per week in de vaatwasser gaat. De complete Duplo-dierentuin van onze jongste zoon stopt hij in de wasnetjes die bedoeld zijn voor mijn panty’s en beha’s. Mijn vent verdient een medaille voor vindingrijkheid.

Niks mis met schoon speelgoed, zou je zeggen, maar zijn poets- en opruimwoede neemt zulke vormen aan dat het schier onmogelijk wordt in mijn huis te leven. Trek ik mijn ene sneaker aan, word ik een seconde afgeleid door de kinderen, is de andere spontaan verdwenen. Opgeruimd. Heb ik net vijftig euro afgerekend met onze werkster die de keuken een grote beurt heeft gegeven, komt mijn man thuis en gaat het blinkende aanrecht poetsen. Kleertjes die ik klaarleg voor de volgende ochtend: binnen een uur liggen ze alweer keurig in de kast. De brief die ik op de passagiersstoel van de auto leg zodat ik hem niet vergeet op de bus te doen: weg. De lunchtrommels op het aanrecht die ik nog moet vullen, de tas met lege flessen op de deurmat die mee moet naar de supermarkt, het vlees dat ligt te ontdooien: alles wordt neurotisch opgeruimd.

‘Hou nou eens op met dat dwangmatige gedoe!’ gil ik vaak, maar dan kijkt hij me aan of ik gek ben geworden. En zegt: ‘Hallo, wees blij dat ik je help.’ Ha, ik heb liever dat hij de schutting een keertje schildert. Maar dat doet hij niet, want daar krijg je vieze handen van.”
 

Lees ook
Hilarisch: IKEA lost je relatieproblemen op >

 

'Co-ouderschap is stukken duurder, hoor'

Susanne heeft een saai baantje en droomt van een eigen bedrijf. Haar man vindt dat geen goed idee, hij hecht aan financiële zekerheid.

“Nou ja, alsof het ons aan geld ontbreekt, hij verdient heel goed. Ik denk dat hij het gewoon lekker makkelijk vindt, een vrouw met een parttimebaan die er altijd is voor de kinderen. Als ik mijn eigen bedrijf start, zal hij thuis wat vaker de handen uit de mouwen moeten steken. En daar zit hij niet op te wachten. Maar een relatie is geven en nemen.

Zodra mijn jongste naar de middelbare school gaat, ben ik aan de beurt. Dan bedruipen de kinderen zichzelf en kan ik fulltime investeren in mijn bedrijf. Zolang ik daar de gezamenlijke rekening niet voor aanspreek, zie ik geen problemen. Ik zeg niet voor niets tegen die man van me: ‘Co-ouderschap is stukken duurder, hoor.’”
 

Sergeant-majoor

Ginette (35) denkt weleens aan scheiden omdat ze er niet meer tegen kan.

“Ik vond het aanvankelijk wel prima dat mijn man strenger is dan ik. Onze zonen van zeven en negen kunnen wel een consequente aanpak gebruiken. Ik ben nogal een rommelkont, ook in de opvoeding. Ik ontdek vlak voor de voetbaltraining dat ik de tenues nog niet heb gewassen, bedenk om kwart voor zes ’s avonds pas wat we gaan eten, vergeet altijd wanneer het juffendag is en soms liggen de jongens doordeweeks pas om half tien in bed.

Hun vader is het andere uiterste. Eén keer niet luisteren betekent een dag zonder iPad. Kamer niet opgeruimd: geen gameminuten. Hij heeft onze oudste zelfs zijn mond laten spoelen met zeep toen hij brutaal was tegen opa. Hij gedraagt zich als een sergeant-majoor, ik gun ze meer vrijheid en wil dat ze zelf dingen ontdekken.

Er is ook veel wat hun vader en mij bindt, hoor. Maar ik weet niet zeker of onze relatie zijn gedril overleeft. Dat moet echt veranderen.”
 

'Investeer in ervaringen, niet in spullen'

“Ik snak naar een man die van reizen houdt”, zegt Machteld.

Toen ik mijn vriend leerde kennen, deed hij alsof hij al de halve wereld had gezien had en nee, een baby zou heus niets veranderen aan zijn reislust. Nou, in de zes jaar dat we bij elkaar zijn, zijn we exact één keer naar Berlijn geweest. En het geld dat ik maandelijks opzijzet om te sparen voor mijn droomreis naar Zuid-Afrika, geeft hij liever uit aan sterrenrestaurants en dure kleding.

Hij vindt mijn reislust onrealistisch, met een peuter en een tweede kind op komst. Ik heb niks met zijn materialistische levensstijl. ‘Investeer in ervaringen, niet in spullen’, zei mijn vader altijd en dat geef ik mijn kinderen ook met de paplepel mee. Mijn reizen hebben me vele malen meer gebracht dan een paar Dolce & Gabbana-schoenen.”
 

Dit artikel staat in het Kek Mama Liefdesboek 2018.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

scheiden_of_blijven

Je hebt het eindeloos geprobeerd. Alle voors en tegens afgewogen, tientallen keren gepraat met elkaar, en misschien zelfs wel relatietherapie gevolgd. Als de onrust en onvrede in je relatie aanhouden, wat doe je dan? Scheiden of blijven?

Bernette (42), moeder van een zoon (11) en dochter (10), verliet haar man Raoul twee jaar geleden na een buitenechtelijke relatie van zeven jaar. “Ik begon iets met Raoul omdat mijn ouders hem zo leuk vonden. We kenden elkaar al sinds onze vroege tienerjaren; onze ouders tennisten samen en wij aten ondertussen stiekem de kantine leeg. Hij gaf me mijn eerste kus toen ik vijftien was en hij was de eerste met wie ik het bed deelde op mijn zeventiende. Niet omdat ik nou zo verliefd op hem was. Hij was op de één of andere manier gewoon de eerst aangewezen persoon in mijn leven, omdat hij er altijd al geweest was.

Gek genoeg noemden we het zelf geen verkering, maar we werden ook niet verliefd op anderen. Toen we gingen studeren, brachten we nog steeds als vanzelfsprekend alle weekends samen door. We wisten niet beter. Ik hield van hem, we hadden de verliefdheidsfase gewoon overgeslagen – al vertelde hij jaren later dat hij op veertienjarige leeftijd nachtenlang van me wakker lag. Raoul was de enige die alles van me wist en bij wie ik altijd terecht kon. Het leek dus logisch dat we op ons twintigste gingen samenwonen. We kregen kinderen, we hadden allebei een fijne baan; ons gezinsleven was een geoliede machine. En toen verhuisden we naar een nieuwbouwwijk.

 

Stappen met de buurvrouwen

Iedereen in onze straat had min of meer dezelfde achtergrond. Kleine kinderen, drukke banen. Ik raakte bevriend met een groep buurvrouwen, met wie ik regelmatig ging stappen. Er ging een wereld voor me open. Met nieuwe mensen, nieuwe ervaringen, voorbeelden van hoe het anders kon. Mijn hele leven had alleen om Raoul gedraaid, en nu ontdekte ik dat er een hele wereld lag, waarvan ik nooit geproefd had. Tijdens één van die stapavonden ontmoette ik Sander.

Mijn dochter was net één. Ik gaf nog borstvoeding. Raoul en ik hadden nooit ruzie; er waren nul redenen om ongelukkig te zijn. En toch bekroop me het gevoel dat ik mijn leven aan me voorbij liet trekken. Ik was gesetteld voor de eerste de beste, zonder ooit om me heen te kijken en kritisch na te denken over wat voor man nu écht bij me paste.

Sander maakte iets in me wakker wat ik nog niet kende. Voor het eerst in mijn leven werd ik verliefd. Hij was ook getrouwd, had al grotere kinderen die hij makkelijk af en toe een paar uurtjes alleen kon laten. Op zulke momenten, wanneer ik mezelf vrij kon spelen, spraken we af. Alles met Sander was een overtreffende trap van wat ik kende met Raoul – en meer. De seks, de gesprekken, de liefde.

 

Dubbelleven

Ik belandde in een onmogelijke spagaat. Met Raoul was het leven gezapig. Veilig en voorspelbaar. Met hem had ik geen diepe, filosofische gesprekken en stomende vrijpartijen, en we kenden elkaar zo goed, dat we elkaar nog nauwelijks konden verrassen. Tegelijkertijd vond ik dat ook een prima basis voor mijn kinderen: ons leven was stabiel. Dat zette ik toch niet op het spel voor een stomme verliefdheid? Bovendien: dánkzij die verliefdheid, hield ik mijn gezinsleven prima vol.

Dus hield ik mijn verhouding geheim. Een maand, een jaar, drie jaar. En voor ik het wist waren we zeven jaar verder. Toen zei Raoul op een avond: ‘Ik weet dat je al lang van een ander houdt, ik denk dat het tijd is dat je een besluit neemt over wat je echt wilt.’ Noem me laf, maar ik was blij dat hij het voorzetje gaf. Natuurlijk werd ik al tijden verteerd door schuldgevoel. Ik leidde een dubbelleven omdat ik te schijterig was een beslissing te nemen, en daarmee ontnam ik Raoul de kans op een oprecht gelukkig leven. Ik verdeed zijn tijd.

 

Lees ook:
Scheiden of blijven? 5 Overdenkingen >

 

Hechter dan ooit

Niet zeker van wat ik echt wilde, besloot ik daarom een time-out in te lassen. Raoul was er kapot van, de kinderen boos. Maar eenmaal alleen in een tijdelijk appartementje, realiseerde ik me wel dat ik nu pas dichtbij mezelf kwam. Sander schrok zich rot van mijn beslissing. Met alle vrijheid aan mijn kant, verdween opeens een stuk van het geheime dat onze relatie zo spannend maakte. Hij maakte geen aanstalten zijn gezin te verlaten en eigenlijk vond ik dat zo erg ook niet.

Drie maanden na mijn vertrek vroeg ik de scheiding aan. Raoul en ik zijn sindsdien, nadat zijn eerste boosheid gezakt was, dichter naar elkaar toe gegroeid. We doen de opvoeding nu samen als goede vrienden. Zonder alimentatieregelingen, gewoon de zorg fifty-fifty. De kinderen varen er wel bij.

Ook Raoul realiseerde zich na onze breuk pas dat we meer genoegen namen met elkaar, dan dat we echt voor elkaar hadden gekozen. Het is wat onconventioneel, maar als gezin heeft de scheiding ons hechter gemaakt; het is weer gezellig. We hebben allebei nog geen nieuwe relatie. Twee keer per jaar gaan we met elkaar en de kinderen op vakantie, en in de weekends eten we altijd samen. Met het label vriendschap klopt onze relatie stukken beter. Ik weet niet hoe het loopt wanneer één van ons een ander tegenkomt, maar tot nu heeft de scheiding ons niets anders dan goeds gebracht.”

 

Scheiden of blijven? Lees hier de tips van psycholoog Sandra van Scheijndel.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

vader kinderen niet zien
Beeld: Unsplash

Manu (42) haat het dat hij geen bijzondere momenten meer kan vieren met zijn dochters, die hij al drie jaar niet meer ziet. “Mijn ex houdt elk contact tegen.”

“Het is een foute grap, denk ik weleens. Morgen gaat de bel en staan ze gewoon weer voor de deur. Of ik word ’s ochtends wakker, denk dat ik hun stemmen hoor en schiet overeind om de kinderen naar school te brengen. Maar dan dringt de realiteit zich snoeihard aan me op. Mijn dochters zijn er niet. Die deurbel zal voorlopig niet rinkelen. Lone is elf, Marit is zeven. Ik heb ze, op een vluchtige luchtkus en knipoog op het hockeyveld na, al drie jaar niet meer gezien. Daarvoor hebben ze zelf gekozen. Al kun je je afvragen hoe weloverwogen kinderen van acht en vier die keuze kunnen maken.
 

Uitersten in alles

Mijn ex en ik hadden nooit moeten trouwen. We zijn in alles uitersten. Ons huwelijk was een bevlieging; een impulsactie uit blinde verliefdheid. We waren pas een halfjaar samen. Een paar maanden na ons trouwfeest was ze al zwanger. Je leert iemand pas echt kennen als je hem in zijn normale doen ziet. Pas toen we in één huis woonden, zij op de bank voor de tv en ik racend tussen een drukke baan en etentjes met vrienden of zakenrelaties, werden de enorme verschillen tussen ons pas echt duidelijk. Zij ergerde zich aan mijn tomeloze energie, die ze in het begin zo spannend en aantrekkelijk had gevonden.

Ik werd gek van haar passiviteit. Natuurlijk begreep ik die toen ze zwanger was, maar zat ze sowieso niet elke avond het liefst samen op de bank? Dat vond ik leuk toen dat nog steevast uitmondde in een vrijpartij, maar binnen een mum van tijd zat ik stuiterend van de energie op diezelfde bank terwijl ik in mijn hoofd alweer plannen maakte voor etentjes, reizen, avonturen.

Ik was steeds minder thuis. Ontvluchtte de sleur en drukkende sfeer binnen onze muren. En ik was niet trouw. Veel zogenaamde zakelijke diners waren in werkelijkheid rendezvoustjes in hotels, zakenreizen maakte ik met een leuke, eveneens getrouwde collega. Alles voor de spanning, de jacht.
 

De logische kandidaat

Toen Lone werd geboren, was ons huwelijk al niet meer te redden. Als ik thuis was verschoonde ik luiers en gaf haar flesjes, ik genoot echt van mijn dochter. Wat mijn vrouw betreft was ik allang vertrokken. We sliepen in één bed maar vreeën nauwelijks, en draaiden ons gezin als een bedrijf met Lone als belangrijkste klant. Dat Marit er kwam was vooral omdat dat nu eenmaal in het plaatje hoorde. Mijn ex wilde nog een kind, ik wilde een broertje of zusje voor Lone. En ik was simpelweg de logische kandidaat om het te verwekken.

Zo koud als de band was met mijn ex, zo warm was die met mijn kinderen. Ik adoreerde ze vanaf het moment dat ik ze in mijn armen hield. Nachtvoedingen toen ze baby’s waren, peutergym, op zondagochtend vliegtuigje spelen, balancerend bovenop de bank, twee ijsjes per persoon bestellen op papadag: ik deed het allemaal. Ik moest er niet aan denken ze te missen.
 

Doorzichtig gedrag

En toch zette ik alles op het spel. Naast mijn avontuurtjes op reis, zat ik fanatiek op datingsites. Ik sprak af met onbekende vrouwen en kwam in het holst van de nacht thuis. Mijn ex wist het, mijn omgeving, iedereen. Mijn gedrag was ongelooflijk doorzichtig, maar dat interesseerde me niets. Ik heb me al die tijd geen moment afgevraagd wat de moeder van mijn kinderen eigenlijk deed als ik niet thuis was. Voor onze kinderen zorgen, natuurlijk. Dat moest ook wel, want ik kon dan nog zo gek zijn op mijn kinderen, ik deed niks voor ons gezin. Ik betaalde de rekeningen en hielp het bedrijf draaiende te houden, maar zonder warmte sterft alles.
 

'Wat wil je nou nog meer?'

‘Ik trek dit niet, Manu’, zei mijn vrouw regelmatig. ‘Ik wil een man, geen hotelgast.’ Tja, dacht ik dan, en ik wil een maatje, niet alleen een moeder voor mijn kinderen. We overwogen relatietherapie, maar beseften allebei dat je elkaar niet kunt terugvinden als je nooit echt verbonden bent geweest. Vrienden verklaarden me voor gek. Ze benijdden me om mijn vrije leven, mijn avonturen en nachten in de kroeg, maar vonden ook dat ik normaal moest doen: ‘Je hebt een lekker wijf, prachtige kinderen en een droomhuis. Wat wil je nou nog meer?’

Dat laatste wist ik zelf eigenlijk ook niet. Ik wilde spanning, adrenaline, uitdaging. En allesoverheersende liefde en passie, maar die ging ik bij de moeder van mijn kinderen nooit vinden. Ze hadden natuurlijk gelijk, mijn vrienden. In mijn drang naar vrijheid was ik volstrekt egoïstisch bezig, en daarmee zette ik het enige op het spel dat ik juist onder geen beding kwijt wilde: mijn kinderen. Ik leek wel een slap aftreksel van Kluun in Komt een vrouw bij de dokter, dacht ik als ik in een helder moment kritisch naar mijn handelen keek. Het enige verschil: mijn vrouw was goddank kerngezond.
 

'Je spullen staan op de oprit'

Ik was dan ook niet echt verbaasd toen een buurman me op een zaterdagavond droogjes appte dat mijn spullen op de oprit stonden. Toen ik met gierende banden kwam aanrijden om te voorkomen dat mijn nieuwe flatscreen werd gejat, gooide ze net mijn laatste kleren uit het raam. Ik ben naar een vriend gereden en had binnen een week een ander huis.

Mijn ex was op oorlogspad. Ik moest kapot, en dat lukte het snelst financieel. Ik kan het haar niet kwalijk nemen; ik had op mijn beurt ons gezin gesloopt. Ik gaf haar een royale afkoopsom en het huis, en beloofde plechtig maximaal bij te betalen aan alimentatie. Daardoor bleef een vechtscheiding uit, maar we wisselen tot op de dag van vandaag geen woord met elkaar. Best lastig, wanneer je in hetzelfde dorp woont. Een dorp waar iedereen me uitkotst.
 

Lees ook
Het slechtnieuwsgesprek: 'Hoe vertel je aan je kind dat je uit elkaar gaat?' >


 

Een omgangsregeling volgens het boekje

Toen ik wegging waren Lone en Marit acht en vier. Een halfjaar lang waren ze om het weekend bij me. Dat hadden mijn ex en ik afgesproken in ons ouderschapsplan, en de meiden voeren er wel bij. In die weekends met zijn drietjes gingen we volledig in elkaar op. We brachten dagen door in de dierentuin en bedachten rare gerechten die we dan kookten. We bouwden de woonkamer om tot kampeerplek en keken hele zondagen naar films. Ze namen logeetjes mee, ik coachte het hockeyteam van Lone. Kortom: een omgangsregeling volgens het boekje.

Dat ik niet altijd werd ingelicht over schoolgesprekken, of dat Marit op een dag thuiskwam met een bril zonder dat ik ooit had gehoord dat ze bij de oogarts was geweest, vond ik jammer maar geen onoverkomelijk probleem. Je kunt niet verwachten dat je over elk onderwerp je plasje kunt doen als je je kinderen slechts zes dagen per maand ziet. Dat ik na een halfjaar steeds vaker de naam van één man hoorde vallen, vond ik ergens zelfs wel geruststellend. Ik wilde dat mijn ex gelukkig was en gunde mijn kinderen een compleet en harmonieus gezin. Tot de dag dat die nieuwe vriend bij mijn ex introk en de deur gesloten bleef toen ik de meiden op een zaterdag kwam ophalen.
 

'Kan niet, zegt mama'

Na een eindeloze stroom aan apps en onbeantwoorde oproepen, kreeg ik eindelijk een sms’je van mijn ex: ‘Zijn maandag terug.’ Maandag terug? En mijn weekend met de kinderen dan? Ik probeerde te bellen, ging langs bij haar moeder, maar nergens vond ik gehoor. Ik had er maar mee te dealen. Kan gebeuren, dacht ik nog, ze heeft zich vast verrekend in de weekends. Maar twee weken later gebeurde hetzelfde. En twee weken daarna wéér. Ik reed langs het hockeyveld waar de kinderen waren, maar wilde geen scène trappen. Toen ik Lone in een onbewaakt ogenblik vroeg of ze na de wedstrijd met papa mee wilde, haalde ze haar schouders op en zei: ‘Kan niet, zegt mama.’ Mijn ex was onaanspreekbaar. Ze siste langs de kant van het veld dat ik moest weggaan, ik had al genoeg schade aangericht.
 

'Ik kreeg mijn dochters niet meer te zien'

De deur van het huis dat ooit het mijne was, bleef gesloten. Mijn appjes, ook die aan de kinderen, bleven onbeantwoord. Toen ik Marit in mijn wanhoop op een dag opwachtte op het schoolplein, zag ik de paniek en tweestrijd in haar ogen. Zelfs de rechter die oordeelde dat de omgangsregeling per direct hervat diende te worden, had geen vat op mijn ex. Ik kreeg mijn dochters niet meer te zien.

‘Ze wíllen je niet meer zien, Manu’, zei mijn schoonmoeder, toen ik haar op een dag toevallig tegenkwam in de supermarkt. ‘Niemand wil een vader die alleen maar rondneukt, ze zijn doodsbang voor je.’ Ik was met stomheid geslagen. Bang? Voor mij? Ik was weliswaar een zak van een echtgenoot, maar voor mijn kinderen was ik altijd lief geweest. Wat had mijn ex ze in godsnaam verteld?

Een tweede gang naar de rechter, gesprekken met haar vriendinnen – niks hielp. Een impulsief bezoek aan haar werk leverde me een straatverbod op. Ik kon hier wel een gigantisch gevecht van maken, maar daarvan wist ik één ding zeker; ik deed mijn kinderen er geen goed mee. ‘Ze komen vanzelf wel, heb vertrouwen’, zei een goede vriendin. Maar we zijn nu drie jaar verder en het is nog steeds niet gebeurd.
 

Elke maand een brief

Elke maand schrijf ik mijn dochters een brief. Daarin vertel ik hoeveel ik van ze hou en dat ik ze mis. Dat mijn deur altijd openstaat en dat ik begrijp dat het lastig voor ze is die zomaar binnen te stappen. Ik heb geen idee of ze die brieven lezen. Volgend jaar gaat Lone naar de middelbare school. Van de schooldirecteur weet ik dat ze vwo-advies heeft, maar in haar schoolkeuze word ik uiteraard niet betrokken. Sinds kort zit ze op Instagram, ze heeft me geaccepteerd als volger, maar ik probeer er niet dagelijks op te kijken. Te pijnlijk.

Een paar maanden geleden zag ik Marit met een gipsen been langs de lijn van het hockeyveld. Geen idee hoe dat kwam. Ik geef mijn dochters een knipoog en een handkus wanneer ik ze tegenkom, meer contact zoeken durf ik niet meer. Niks is zo erg als je kind angstig ineen zien krimpen wanneer je toenadering zoekt.

Hun verjaardagen, Sinterklaas, Kerstmis – ik zie er als een berg tegenop. Het zijn familiefeesten waarvan ik geen deel meer uitmaak. Gek genoeg went het wel. Wat niet wil zeggen dat het gemis niet enorm is. Ik leer er alleen steeds beter mee te leven.”

 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >