Portretten: weekendmoeders

Vijf procent van de gescheiden vrouwen laat de kinderen achter bij hun vader. Een beslissing waar de buitenwereld vaak niets van begrijpt. “Niemand begrijpt me, behalve de kinderen en mijn lieve ex.”

Martha Visser (33) is moeder van dochter Ferrys (12) en zoon Nylke (6).

“De ene keer zie ik mijn kinderen een paar weken niet, de andere keer een week lang elke dag. Met bellen is het net zo, we facetimen als we daar zin in hebben. Daar zijn geen vaste regels voor. Mijn ex-man en ik kunnen goed door één deur en praten veel over hoe het met de kinderen gaat.

Ik had Ferrys en Nylke heel graag bij me gehad, maar ik ben niet het type dat haar kinderen koste wat kost opeist. Na de scheiding wilden ze liefst bij hun vader blijven,
in hun vertrouwde omgeving. Hoeveel pijn dat ook deed, ik begreep dat wel.

Ik heb 31 jaar in Harlingen gewoond en me er altijd een vreemde eend in de bijt gevoeld. Vanaf mijn zeventiende was ik samen met Jan, op mijn 21e werd ik moeder. Twee kinderen, een man die om vier uur uit zijn werk kwam en een moeder die zorgde dat om vijf uur het eten op tafel stond. Dat was ons leven. Ik voelde me niet happy, maar schikte me heel lang in mijn rol.

Twee jaar geleden zijn Jan en ik uit elkaar gegaan. Ik vond werk en een huis in Den Haag – een stad waarin ik me meteen thuis voelde. Mijn ex bleef met de kinderen in ons huis. Ik nam alleen mijn laptop, telefoon en kleding mee.

Zo makkelijk als ik het nu zeg, was het natuurlijk niet. De eerste week zonder de kinderen voelde ik me geamputeerd. En nog steeds. Als Ferrys en Nylke een dag naar de Efteling zijn met mijn ex en mij leuke foto’s per WhatsApp sturen, kan ik ineens verdrietig worden omdat ik er niet bij ben. Ik sta huilend sinterklaascadeaus in te pakken omdat ik die blije koppies niet kan zien als ze het krijgen. Bovendien begrijpt bijna niemand mijn keuze. Iedereen heeft zijn oordeel klaar, zonder iets van de achtergrond te kennen. Op sociale media schrijf ik soms over de bijzondere situatie met mijn kinderen. Je wilt niet weten wat voor nare opmerkingen mensen dan plaatsen. ‘Zij is echt gestoord’, en: ‘Wat goed dat de kinderen zijn afgepakt van deze zweefteef’. Dat komt keihard binnen hoor. Ook mijn eigen familie toonde geen enkel begrip. Om die reden heb ik zelfs met hen gebroken.

Maar mijn kinderen steunen me, evenals mijn lieve ex en zijn ouders. Toen ik laatst een longontsteking had, heeft hij me zelfs een paar weken bij hem en de kinderen laten
uitzieken. Op momenten dat ik twijfel aan mijn beslissing, is het vaak mijn lieve, slimme dochter die me geruststelt en verzekert dat zij echt niets tekortkomen en dat ze heel veel van me houden. Dan voel ik me zo trots. Je mag je kinderen best leren dat je voor jezelf mag kiezen en je niet hoeft weg te cijferen.”

Alle portretten staan in Kek Mama 08-2015. 

Sara van Gorp

Sara van Gorp is moeder van zoons Ko (8) en Toon (4) en hoofdredacteur van Kek Mama.

“Niet op het hoofd slaan!” Ik herinner me mijn jeugd als uiterst harmonieus, maar blijkbaar vond mijn vader het op enig moment toch nodig mijn zusje en mij de grondbeginselen van veilig ruziemaken bij te brengen. Want die zin herinner ik me maar al te goed.
 

Bonje van formaat

Hier thuis blijf ik me erover verbazen hoe krankzinnig snel gezellig klooien kan omslaan in bonje van formaat. Laatst bouwden Ko en Toon samen een hut met hangmat voor diverse knuffels. Ik moest als knecht een laken met een megastapel Donald Ducks op de kast zien te draperen zodat het niet naar beneden zou storten. Maar verder hoorde ik een uur lang enkel gebroederlijk geklets uit hun kamer over waar de slang en Dikkie Dik dan wel moesten liggen. En dan is toch ineens het huis te klein, inclusief heel hard huilen en schreeuwen. Vanwege, ja, waarom eigenlijk.
 

'Ik bén niet schattig'

Zingt Toon vrolijk een liedje in de auto waarop Ko verzucht: “Wat is Toon toch schattig”, is meteen de boot aan. “Ik bén niet schattig, ik ben cool!” Om vervolgens de rest van de rit woest te zijn. Een beetje geholpen door Ko met zijn aanhoudende “Jij bent echt wel schattig hoor”.
 

Een team

Ik weet wel dat het gezond is voor de junioren om thuis te leren ruziemaken, maar man, moet dat met zo veel herrie? Na zo’n vroege ochtend vol mot en gedoe zegt Toon ineens voordat we de deur uitgaan richting school en crèche: “Wij zijn een team hè Ko.” Ik smelt. En gelukkig heeft dat team elkaar nog nooit op het hoofd gemept.
 

Toch maar eens onze opvoedtantes Els & Do om tips vragen. Hun advies in Kek Mama 08-2018 om je kind opdrachten te geven in de supermarkt werkt bij mij in elk geval als een dolle tegen gedrens. Het nummer koop je hier.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kinderfiets hier op letten
Beeld: Unsplash

Op zoek naar een goede fiets voor je kind? Lees hier waar je allemaal op moet letten: wij hebben de belangrijkste criteria voor aanschaf van een kinderfiets op een rij gezet.

Maat

Bij de fietsenwinkel vind je tientallen fietsen en het is vaak lastig te bepalen welke geschikt is voor je kind. Ga in de eerste plaats af op de leeftijd en lengte van je kind. Kleuters hebben over het algemeen een fiets nodig met een wielmaat van 20 inch. Kinderen van ongeveer 7 tot 14 jaar fietsen op een jeugdfiets met een wielmaat van 20 tot 26 inch. Let op: niet elk merk heeft alle soorten maten, dus ga eerst goed na welke maat je kind nodig heeft.

 

Lees ook:
7 tips om je kind veilig naar school te laten fietsen >

 

Hoogte & breedte

Koop nooit een te grote fiets, met het idee dat hij er dan langer plezier van kan hebben. Een te grote fiets is niet prettig voor je kind en bovendien gevaarlijk. Let erop dat de voeten van je kind plat bij de grond kunnen komen en dat zijn knieën het stuur niet raken. Ook moet het breedte van het stuur even groot zijn als de schouderbreedte van je kind. Kan je kind nog niet zo goed fietsen, dan is het verstandig om het zadel wat lager te zetten. Zorg er dan ook voor dat je de hoogte van het stuur iets aanpast, zodat de zithouding goed blijft.

 

Fietshelm

Valt je kind tijdens het fietsen, dan voorkomt een fietshelm hersenletsel en schade aan het hoofd. De helm zit als een extra laag om het hoofd heen en zorgt voor bescherming. Een fietshelm is niet verplicht, maar wel aan te raden – zeker als je als je kind nog niet zo behendig is in fietsen. Ga je een fietshelm aanschaffen, neem je kind dan mee naar de winkel zodat hij de helm kan passen. Controleer of de helm voldoet aan de Europese norm (CE-markering) en of hij goed aansluit op het hoofd. Je kind moet bij het dragen van de helm nog steeds goed kunnen zien en horen, om veilig te kunnen deelnemen aan het verkeer. Lees hier meer over het dragen van een fietshelm door je kind.
 

Bron: ANWB & Fietsersbond.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >