nachtmerries kind
Beeld: Unsplash

Een schreeuw uit de slaapkamer, een huilend kind aan je bed en angst om (weer) te gaan slapen. Ieder kind heeft weleens last van nachtmerries, sommige kinderen zelfs heel vaak. Hoe komt dat eigenlijk, en hoe stel je je kind gerust?

Je wilt rennen, maar je benen doet het niet. Gilt, maar je stem werkt niet mee. Je dierbaren sterven of je valt in een diep gat waaraan geen einde lijkt te komen. Als je bedenkt hoe naar je jezelf kunt voelen na een nachtmerrie, kunnen enge dromen bij je kind soms hartverscheurend zijn.

Bijna alle kinderen hebben weleens last van nachtmerries. Vaker dan volwassenen zelfs, en met een hoogtepunt op vijf- of zesjarige leeftijd. Omdat peuters het verschil tussen droom en werkelijkheid nog niet zien, kan dat je kind heel bang maken. Vanaf de kleuterleeftijd kunnen kinderen een droom vaak wel navertellen, en kun je er dus ook beter over praten.

Het goede nieuws: meestal neemt de frequentie van de nachtmerries af wanneer je kind een jaar of tien is. Nachtmerries komen namelijk voor tijdens de REM-slaap. Jonge kinderen brengen een groter deel van de nacht door in die REM-fase dan volwassenen; baby’s zelfs zestig procent, tegen vijfentwintig procent bij volwassenen.

 

Gevoelige kinderen

De oorzaak van nachtmerries bij kinderen is vaak simpelweg de groei en ontwikkeling. Of zaken zoals koorts, een drukke dag of een te warme kamer. Soms kunnen stress of een traumatische gebeurtenis de reden zijn; in je dromen verwerk je immers de gebeurtenissen van de dag. Gevoelige kinderen hebben daarom sneller last van nachtmerries dan andere kinderen.

Slecht zijn enge dromen niet voor je kind: in het ergste geval staat een nachtmerrie symbool voor iets wat hij moet verwerken. Wel verstoort zo’n enge droom natuurlijk de nachtrust, want in ernstige gevallen tot vermoeidheid overdag kan leiden, en zelfs tot slechte prestaties op school. Om over je eigen vermoeidheid nog maar te zwijgen.

 

Zo ga je met de nachtmerries van je kind om

De hamvraag dus: hoe stel je je kind gerust na een enge droom, en kun je die in de toekomst voorkomen?

  1. Ten eerste: ontspannen naar bed gaan scheelt de helft. Geen tablet of televisie vlak voor bedtijd, geen zware gesprekken, maar liever even in bad of een boekje lezen. Samen de dag doorspreken kan natuurlijk wel: dat lucht je kind zelfs op.
  2. Praat met je kind over de nachtmerrie. Laat hem – als hij oud genoeg is - zien dat de enge droom niet echt is, en laat hem dat zelf herhalen. Raar maar waar: zo kan hij de baas worden over zijn droom, en de nachtmerrie uiteindelijk tíjdens het slapen als zodanig herkennen. 
  3. Verzin samen een ritueel om de droom te verjagen. Door hem weg te blazen, een dromenvanger op te hangen, of een knuffel in bed aan te stellen als ‘bewaker’.
  4. Bedenk samen een ander einde voor de nachtmerrie. “Maar opeens had je een magisch zwaard in handen waarmee je het monster versloeg.”
  5. Speur voor het slapen gaan de slaapkamer ritueel af: “Nope, geen enge droom te bekennen hier.”
  6. Veel pedagogen raden trouwens af je kind in bed te nemen na een enge droom. Dat zou alleen maar bevestigen dat jouw bed een veiligere plek is dan het zijne.
  7. In heel zeldzame gevallen blijven één of meerdere nachtmerries terugkeren, en groeit je kind er niet overheen. In dat geval kan een psycholoog of pedagoog helpen – maar dat is echt van veel latere zorg.

     

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >