Ionica Smeets checkt

Ionica Smeets (37) is wiskundige en moeder van Tex (6) en Rifka (2). Elke maand checkt ze de zin en onzin van opvoedfabels en -feiten: hoef jij dat niet meer te doen.

Bij driekwart van de gezinnen werkt een van de ouders voltijd en de ander deeltijd of niet. En dat blijkt helemaal niet zo slim. Het Nibud lanceerde onlangs de werkzorgberekenaar waarop je kunt zien wat er verandert als een van de ouders minder of meer gaat werken. De reden: voor veel gezinnen is het financieel gunstiger als allebei de partners parttime werken. Door allerlei regelingen met toeslagen en belastingen houd je bijvoorbeeld vaak meer geld over als je allebei vier dagen werkt dan als de een vijf dagen werkt en de ander drie. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om geld.

 

Meer werken

Willen moeders niet domweg meer tijd voor hun gezin (want het zijn meestal de moeders die deeltijd werken)? En willen de vaders niet vooral lekker carrière maken? Volgens de emancipatiemonitor 2016 valt dat wel mee. Vaders geven aan dat zij vier dagen per week werken als ideaal zien. Tegelijk zouden veel moeders juist graag meer werken. Ongeveer de helft van de stellen heeft een voorkeur voor een situatie waarbij beide partners evenveel uren buitenshuis werken en de zorgtaken eerlijk delen. Alleen is er iets met hoe eerlijk delen in de praktijk vaak gaat.

 

Plannen van taken

De Franse illustratrice Emma maakte er een geweldige strip over. Daarin zie je hoe een moeder gasten ontvangt, een maaltijd voor hen kookt en in de tussentijd haar kinderen te eten geeft. Als op een gegeven moment een pan overkookt, komt haar man aanlopen en concludeert dat het een zootje is. Hij vraagt: ‘Wat heb je nou gedaan?’ De vrouw zegt boos dat zij álles heeft gedaan. Waarop de man zegt dat ze dan even om hulp had moeten vragen. Tekenares Emma concludeert dat als een man van zijn vrouw verwacht dat ze hem thuis vertelt wat hij moet doen, zij daarmee de projectleider van het huishouden wordt. Hij is maar een simpele ondergeschikte die doet wat hem verteld wordt. Terwijl het plannen van taken op zichzelf ook al een flinke klus is. Wat stom dat ik hier nooit eerder over had nagedacht.

 

Alles eerlijk verdelen

Als je zegt dat je thuis de taken eerlijk 50/50 verdeelt, geldt dat dan ook voor de planning ervan? Of maakt de een alle lijstjes en moet diegene denken aan alles wat er moet gebeuren? Als dat zo is, dan is het tijd de taken opnieuw te verdelen – waarbij je ook het maken van de planning verdeelt.

 

'Werkt best goed'

Wij zijn thuis van systeem veranderd. Vroeger maakte ik elk weekend een lijstje voor Han van wat hij moest doen. We deden elk de helft van het huishouden, maar ik moest alles plannen. Nu hebben we de taken echt eerlijk verdeeld. Ik doe alles met boodschappen, eten en administratie, Han doet de was, de auto en alle klusdingen. Het scheelt me zo veel tijd en stress dat ik daarover helemaal niet meer na hoef te denken en dat er als vanzelf stapels schone truitjes in mijn kast belanden.

Als je ook iets gecheckt wilt hebben: mail ionicacheckt@kekmama.nl

Dit artikel staat in Kek Mama 08-2017

tips-kind-wennen-wintertijd

De overgang van zomer- naar wintertijd (de klok gaat een uur terug) kan er voor kinderen flink inhakken. Daarom een paar handige tips.

Opdat je kind niet al om 5 uur 's ochtends naast je bed staat.

 

Langzaam wennen

Probeer een paar dagen voordat de wintertijd ingaat de bedtijd van je kind elke dag met 5 à 10 minuten te verlengen. Je past op deze manier het slaapschema stukje bij beetje aan en zo wennen kinderen makkelijker aan het nieuwe ritme - en slapen ze misschien toch dat uurtje langer door. De maaltijden steeds een paar minuten uitstellen kan trouwens ook helpen.

 

Lekker donker

 

Kinderen worden vaak wakker omdat het licht wordt in de kamer, maar met goede gordijnen kun je het langer donker houden.

 

Lees ook
Zomertijd: hoe bereid je je kind erop voor? >

 

Hou het rustig

Ga tegen de avond niet nog allerlei (drukke) fratsen uithalen om je kind nog vermoeider te maken: hou het rustig, praat met een zachte stem en dim die lampen in de woon- en slaapkamer. Die hysterische kiekeboe-spelletjes kunnen morgen weer.

 

Iets langer in bed blijven

Is je kind oud genoeg, spreek dan samen af dat hij nog een tijdje rustig in bed blijft liggen als-ie vroeg wakker wordt. Laat 'm een boekje lezen, muziek luisteren of een simpel spelletje doen. Zo dendert je kind niet meteen de slaapkamer uit, maar hoeft hij ook niet meer verplicht z'n ogen dicht te doen - en jij pakt mooi nog wat extra slaap mee.

minder clubjes
Beeld: Unsplash

De hele week zie je moeders verwilderd rondrijden van gitaarles naar toneel, van voetbaltraining naar ballet. Alsof ze potdorie niks beters te doen hebben. “Mag het alsjeblieft een clubje minder?”

Nee, ik kan niet met je afspreken op woensdagmiddag. Op woensdag ben ik namelijk taxichauffeur. Zodra de lunch achter de kiezen is, bevind ik me in de auto. Volgeladen met mijn kinderen – en vaak met een handvol andere. Nauwkeurig leg ik de te rijden route af en bij elk clubje worden mijn kinderen met open armen ontvangen: “Wat fijn dat je er weer bent!” (Geen woord voor de chauffeur, die niet alleen zorgt dat die kinderen er zijn, maar ook nog eens al die clubjes betaalt.)

Een middag lang rijd ik door de stad. Voorzichtig, zonder overtredingen en zorgvuldig alle knel- en knooppunten vermijdend, zoals een goede chauffeur betaamt. Zo’n taxirit is logistiek een hele uitdaging. Het ene kind moet naar de tennisbaan, nummer twee tien minuten later bij de gitaarleraar afgezet aan de andere kant van de stad. Dan de hele goegemeente in omgekeerde volgorde ophalen en bij respectievelijk voetbal en dansen afzetten. Om daarna een kind alvast naar huis te brengen en met de ander nog even door te rijden naar de pianojuf.
 

Resoluut

Kan het niet een clubje minder, zegt u nu. Ja, dat vraag ik mezelf ook weleens af. Maar mijn kinderen vinden alles zo leuk. En ik vind het dan weer leuk dat zij dat zo leuk vinden. Laat er een psych op los en die zal ongetwijfeld het gemis aan al deze geneugten in mijn eigen jeugd naar voren schuiven. Ik heb een heerlijke kindertijd gehad, maar mijn moeder was wat clubjes betrof redelijk resoluut. Eén sport is genoeg.
 

Eigen schuld

Ik zou haar advies ter harte moeten nemen. Want hoewel ik het belangrijk vind dat mijn kinderen plezier hebben, zit ik niet bepaald op dit taxibaantje te wachten. En dan moet je weten dat ik niet alleen woensdagmiddag chauffeur ben, maar ook maandagmiddag en zaterdagochtend. Mijn eigen schuld. Ik zeg immers ja op het moment dat een nieuw clubje zich aandient en een van mijn kinderen met smekende ogen voor me staat. Terwijl ik heel goed weet dat een nieuwe bezigheid in de praktijk betekent dat ze moeten worden gebracht en gehaald. En toch geef ik toe. Omdat ze er zo veel plezier in hebben, omdat het goed voor ze is, omdat ze er veel van leren. Zij blij, ik blij. Tot het moment van halen en brengen zich aandient. Zit ik wéér in die auto.
 

Sociale bezigheid

Wat ook meespeelt, is dat al hun vriendjes eveneens op die clubjes zitten. Een vraag of ze een nieuwe sport mogen beoefenen of op een of andere knutselcursus mogen eindigt steevast met de mededeling dat Pietje, Kees en Truus het ook doen. Waardoor het naast een sportieve en creatieve uiting ook nog eens een sociaal gebeuren is. En wie ben ik dan om mijn kinderen daar niet aan te laten deelnemen? Komt bij dat ik in een stad woon met een zeer groot verenigingsgebeuren. Noem een sport of bezigheid en er zit hier een club aan vast. Die onderling alle trainings- en wedstrijddagen op elkaar lijken te hebben afgestemd. Een nieuwe vis in de vijver? Alles schuift en verschuift en hup, weer een gat waar getraind of bijeengekomen kan worden.
 

Lees ook
Sara's editorial: clubjes >

 

Zelf dingen ondernemen

Vriendin K. geeft minder makkelijk toe. Ze heeft twee jongens en een drukke baan. Haar vrije woensdagmiddag heeft ze nodig om ook een beetje aan zichzelf toe te komen. Haar kinderen doen dus niks. Nou ja, niks, ze vermaken zich prima. “Kinderen moeten al zoveel, hoe heerlijk is het als je een hele lange middag voor je hebt waarin je kunt doen wat je wilt?” Volgens haar zorgt het hebben van niet al te veel verplichtingen ervoor dat haar kinderen gestimuleerd worden zelf dingen te ondernemen. Dingen die niet voor hen zijn bedacht in de vorm van hockey, tennis, timmeren, of toneelles, maar die ze zelf bedenken.
 

Langs de lijn staan

Ze maakt zich geen zorgen of haar kinderen buiten de groep vallen. “Ze hebben vriendjes genoeg. Juist omdat mijn kinderen bijna altijd kunnen afspreken.” Ook de sociale druk om langs de lijn te staan voelt ze niet. Ik zelf sta – niet altijd met evenveel zin, want meestal op onmogelijke tijden – best vaak naar de sportprestaties van mijn kinderen te kijken. Diep in mijn hart zou ik graag eens een zaterdagochtend met een pot koffie en een stapel weekendkranten willen doorbrengen. Maar de druk om langs die lijn te gaan staan is groot. Ouders rekenen elkaar daar nogal eens op af.

De zoon van K. mocht uiteindelijk op voetbal. Voor hij zijn voetbalschoenen kreeg, legde ze hem uit dat ze niet elke week langs het voetbalveld zou staan. Iets wat door andere ouders van het team niet bepaald op prijs werd gesteld. Er wordt van je verwacht dat je bij elke prestatie van je kind aanwezig bent, of dat nu een wedstrijd, voorstelling of slechts een training is. K. voelde die keren dat ze wel kwam kijken de messteken in haar rug. “Mensen zeggen niet dat ze het stom vinden dat ik er bijna nooit ben, maar ik hoor het ze denken. In heel kleine dingen voel ik dat, een vals bijzinnetje bijvoorbeeld of het feit dat er altijd tegen me wordt gezegd dat ik zo hard werk en wel moe zal zijn.”
 

Kan-mijn-kind-meerijden

Vriendin A. heeft drie kinderen. Die allemaal minimaal twee sporten doen, een instrument bespelen en ook nog op creatieve clubjes zitten. Ze heeft haar werk zo ingericht dat ze elke dag om drie uur beschikbaar is als taxichauffeur. In tegenstelling tot K. staat A. altijd op het sportveld en zit vooraan bij elke uitvoering van haar kinderen. Last van messteken heeft zij niet, wel van de kan-mijn-kind-met-jou-meerijden-want-jij-gaat-toch-al-verzoeken. “Ze weten dat ik rij en dan is een kind of twee extra meenemen geen probleem.”
 

Eén clubje minder, graag

Mijn zoon deed in zijn hoogtijdagen drie sporten en zat ook nog op drumles. Mijn dochter deed twee sporten, zat op streetdance, musicalles en volgde een workshop tekenen. Eén clubje minder, stelde ik mijn kinderen voor. Ze schrapten ieder een clubje van hun lijst. Ze kozen, zal je net zien, de clubjes die op steenworp afstand van elkaar te vinden zijn: judo en musicalles.

Gelukkig maakt nood uiterst creatief. Ik kon overal naar toe blijven rijden, maar zoiets als gitaarles kon eigenlijk gewoon bij ons thuis. En naar tennisles kon best met het groepje vriendinnen gefietst worden. Met mijn man sprak ik af dat het ook goed is als maar een van ons bij een wedstrijd of uitvoering is. En zo ontstond er toch wat lucht. Bovendien luister ik met terugwerkende kracht naar het advies van mijn moeder. Laatst wilde mijn zoon op een verdedigingssport, een half uur rijden van ons huis. Ik gaf hem twee opties: hij kon iets zoeken op fietsafstand óf wachten tot hij achttien was en zelf zijn rijbewijs op zak had.
 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >