Ionica Smeets checkt

Ionica Smeets (38) is wiskundige en moeder van Tex (7) en Rifka (2). Elke maand checkt ze de zin en onzin van opvoedfabels en -feiten: hoef jij dat niet meer te doen.

Als ik vrijdagmiddag met een stapel werk naar huis fiets, vraag ik me af waarom ik het mezelf vaak zo moeilijk maak. Ik heb mijn studenten beloofd maandag hun opdrachten te bespreken, alleen was ik een beetje optimistisch over hoeveel tijd ik nodig zou hebben om alles na te kijken. Ik ben nog niet eens halverwege. Natuurlijk zou ik die maandag kunnen zeggen dat ik nog niet klaar ben, maar dat is mijn eer te na.

Dus kruip ik op zaterdag achter mijn bureau. Tex bouwt een Legostad en vraagt of ik kom helpen. Ik leg uit dat ik eerst iets af moet maken. En dat dat nog wel even kan duren. Uiteindelijk zit ik ook grote delen van de zondag gebogen over het nakijkwerk en kan ik pas aan het eind van die middag met Tex een politiebureau bouwen.
 

Doorzettingsvermogen

Deze column gaat niet over hoe je je als werkende moeder schuldig voelt als je te weinig tijd hebt voor je kinderen. Ik heb namelijk een heel fijne man die allerlei leuke dingen met de kinderen doet terwijl ik zit te zwoegen. En de meeste weekenden heb ik gelukkig tijd genoeg voor leuke dingen. Nee, het gaat over doorzettingsvermogen. Ik ben vrij goed in mijn tanden op elkaar zetten en iets een tweede of derde keer proberen als het niet lukt. Ik dacht altijd dat mijn strenggereformeerde basisschool dat bikkelen erin had gehamerd en ik vroeg me weleens af hoe ik mijn kinderen doorzettingsvermogen kon meegeven zonder ze naar zo’n afgrijselijk strenge school te sturen.
 

Voorbeeld

Deze week las ik een studie die me het antwoord gaf. Heel jonge kinderen leren al dat hard werken loont als ze een volwassene zien die zijn best blijft doen als iets niet lukt. In een experiment kregen sommige kinderen een volwassene te zien die moeiteloos een speeltje uit een doosje haalde en daarna soepel een haakje van een sleutelhanger losmaakte. Andere kinderen zagen dezelfde handelingen, maar dan met een volwassene wie het niet zo makkelijk afging. Hij bleef het op verschillende manieren proberen, in zichzelf dingen mompelend als: ‘Mmm… even kijken of dit dan werkt’, en na een halve minuut klooien lukte het hem toch.

Daarna kregen de kinderen een muziekdoosje. De onderzoeker liet zien hoe het doosje ging spelen als je op een knop drukte. Alleen werkte de knop niet meer toen de kinderen het doosje kregen. De kinderen die een volwassene hadden zien doorzetten, bleven proberen het muziekdoosje aan de praat te krijgen. Ze hadden geleerd dat volhouden loont.
 

Bijdrage

Nu hoop ik dat mijn weekend hard werken eraan bijdraagt dat Tex en Rifka het later vanzelfsprekend vinden dat doorzettingsvermogen loont. Al had ik dat idee blijkbaar ook aan hen kunnen meegeven door een minuutje met een sleutelhanger te klungelen. Maar ja, ik maak het mezelf nou eenmaal vaak moeilijk.
 

Als je ook iets gecheckt wilt hebben: mail ionicacheckt@kekmama.nl

Dit artikel staat in Kek Mama 12-2017.


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Mariette Middelbeek uitspraken
Beeld: Getty

Mariette zei ooit best coherente dingen, maar sinds ze kinderen heeft, is dat wel voorbij. 16 dingen waarvan je niet dacht dat je ze ooit zou zeggen.

Ooit, in een prekindertijdperk, was ik best normaal, vond ik zelf. Niet dat alles wat ik zei nou meteen relevant was voor – ik noem maar wat – de wereldvrede, maar er was nog wel enige logica in te ontdekken. Nu niet meer. Nu heb ik twee kinderen en zeg ik zonder knipperen heel vreemde dingen. ‘Lieverd, een soepstengel is geen kikker’, probeerde ik Casper dit weekend bijvoorbeeld uit te leggen.
 

Misverstand

Het bleek hier te gaan om een hardnekkig misverstand, want ik moest deze zin een keer of twintig herhalen, voordat hij eindelijk begon door te krijgen dat er toch wel degelijk verschil zit tussen die twee. Tegen die tijd dachten de buren – we waren in de tuin – waarschijnlijk dat ik iets te diep in het roséglas had gekeken dan wel rijp was voor het gesticht. Ikzelf kijk al niet eens meer op van dit soort uitspraken, ik kraam tegenwoordig nogal veel dingen uit waarvan ik nooit had gedacht dat ik ze ooit zou zeggen. Zoals dit: 

  1.  ‘Nou dag bruggetje, lekker slapen!’ (En dan zwaai ik er ook nog bij. Gewoon op straat.) 
     
  2. ‘Waarom heb je eigenlijk een slipper in je mond?’ 
     
  3. ‘Wil je geen politieauto tegen de muur smijten, alsjeblieft?’ 
     
  4. ‘Kom, pak je bouwhelm, dan gaan we naar de supermarkt.’ (Casper verlaat het huis liever niet zonder zijn blauwe Gamma-helm.) 
     
  5. ‘Je mag best een onderbroek op je hoofd, maar liever niet op straat.’ 
     
  6. ‘Niet slaan met een vliegtuig! En ook niet met een trekker!’ 
     
  7. ‘Wat had ik gezegd over eten uit de vuilnisbak?!’ 
     
  8. ‘Kijk, hier is je mokaat!’ (Nee, ik zou geen peutertaal gaan praten tegen mijn kind. Ik niet. Ook niet als ik mokaat heel schattig zou vinden en ik het niet over mijn hart kon verkrijgen hem uit te leggen dat zo’n ding eigenlijk tomaat heet.) 
     
  9. ‘De iPad is moe. Leg de iPad maar onder een deken.’ 
     
  10. ‘Heb jij de boer gezien die hoort bij dat dansende varken met dat rokje aan?’ (En dan weet mijn man dus ook gewoon wat ik bedoel.) 
     
  11. ‘Je kunt een lantaarnpaal niet opeten.’ 
     
  12. ‘Kom, dan gaan we tandenpoetsen met de aap.’ (Niet dat het helpt: zelfs de supersonische apen-tandenborstel voorkomt niet het geschreeuw dat doet vermoeden dat ik Caspers tanden poets met een kettingzaag.) 
     
  13. ‘Wil je niet aan het oor van de hond likken, alsjeblieft?’ 
     
  14. ‘Waarom ligt de afstandsbediening in de wc?’ 
     
  15. ‘Als je nu ophoudt met gillen, krijg je een kindersurprise-ei.’  (Ik nam me ooit voor ongevoelig te worden voor peutergezeur en -gegil. Het is mislukt.) 
     
  16. ‘Ik snap wel dat je boos bent, maar ik probeerde alleen maar je leven te redden.’

 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kind vertelt niet gepest
Beeld: Unsplash

Veel ouders denken 'het wel aan hun kind te merken' of gaan ervan uit dat hun kind het zelf wel vertelt als hij gepest wordt. Maar nieuw onderzoek wijst uit dat kinderen niet alleen vaker gepest worden dan gedacht, maar het ook vaak aan niemand vertellen.

De nieuwe cijfers die RTL Nieuws publiceerde zijn schokkend: Dertig procent van alle kinderen wordt weleens gepest. Eén op de 14 kinderen is zelfs meerdere keren het slachtoffer van pestgedrag. Van alle gepeste kinderen geeft 1 op de 3 aan nooit aan iemand - niet thuis, niet aan een docent en niet aan een vriendje - te hebben verteld dat ze worden gepest. Dat blijkt uit onderzoek van vijf universiteiten en het Trimbos Instituut.

 

Verborgen houden

Hoofdonderzoeker Bram Orobio de Castro vertelt aan RTL Nieuws geschrokken te zijn van het hoge percentage kinderen dat het pesten voor alles en iedereen verzwijgt. 'We dachten dat het aantal kinderen dat gepest wordt in de praktijk wat groter zou zijn, maar dat het op deze schaal was, daar waren we van onder de indruk.' Volgens de onderzoeker houden kinderen het pesten verborgen omdat ze vrezen voor de gevolgen: 'Ze zijn vaak bang dat volwassenen niet goed met die informatie omgaan. Dat ze het aan iedereen vertellen. Of dat je de reputatie van huilebalk krijgt, omdat je bij volwassenen geklaagd hebt.' Daarnaast speelt schaamte een rol: veel kinderen denken ten onrechte dat het hun eigen schuld is dat ze worden gepest.

 

Lees ook
PERSOONLIJK: Column Anke: Pesten >

 

In vertrouwen

Sinds 2015 zijn scholen wettelijk verplicht om ieder jaar te monitoren of de leerlingen zich veilig voelen op school. Het tegengaan van pesten valt ook onder deze plicht. In hun onderzoek vroegen de onderzoekers kinderen zelf naar pesten en gepest worden. 79 procent van de gepeste kinderen zei dat het pesten al meerdere schooljaren duurde. 'Dat geeft aan dat de kinderen zelf bevragen essentieel is om pestgedrag op scholen in kaart te brengen,' aldus hoogleraar Orobio de Castro. Volgens hem moeten docenten in gesprek met leerlingen om erachter te komen wat er echt onderling speelt: 'Als je het niet aan de kinderen die gepest worden in vertrouwen vraagt of ze gepest worden, dan kun je er dus heel ver naast zitten.'

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >