Toen Claudia Straatmans, hoofdredacteur van Nouveau, de Raad van de Jeugdbescherming deze week hoorde zeggen dat we als Nederland moeten stoppen met adoptie uit het buitenland, was ze geschokt en boos: “Weer zo’n ivorentorenorganisatie die een mening heeft”.

“Mama, word ik nu teruggestuurd?”
Ik sta gehaast mijn tas in te pakken voor een etentje met vriendinnen, en opeens hoor ik mijn dochter deze vraag stellen. “Mmmm” mompel ik nog, “waar heb je het over?”
“Nou”, zegt mijn Fardau, “We hebben vandaag in de klas Jeugdjournaal gekeken en daar zeiden ze dat adoptie niet goed is”. Wambam, meteen staan mijn zintuigen op scherp. Ik laat mijn tas uit handen vallen, en kijk haar indringend aan.

More content below the advertising

Want ja, ik had zelf het bericht van de Raad van de Jeugdbescherming een dag eerder op de NOS App gelezen. Een bericht dat meteen wrevel bij mij opriep. ‘Nederland moet stoppen met het adopteren van kinderen uit het buitenland. De behoefte van de wensouders mag niet voorop staan. Het is beter als kinderen in het land herkomst opgevangen worden’. Geïrriteerd was ik hierover, alsof elk land de mogelijkheid heeft om überhaupt zelf kinderen op te vangen, en ook: hoezo behoefte wensouder, alsof ?

Liefde en mededogen

Maar ik schoof het bericht een beetje terzijde, vond het typisch weer zo’n ‘advies’ van een bureaucratische organisatie die de woorden LIEFDE en MEDEDOGEN niet in haar spreadsheets verwerkt krijgt.

Maar als mijn dochter hier toch een staartje van mee krijgt en aan zichzelf gaat twijfelen, ja, dan word ik hels. En dan wil ik zo’n Raad opbellen en vragen waar ze zich op baseren? Ze zijn toch een onafhankelijk adviesorgaan? Waarom dan een gekleurd, negatief persbericht uit laten gaan met de strekking: móét stoppen. Met de meeste van de 300 kinderen die elk jaar door Nederland worden opgenomen, gaat het, volgens mij, namelijk goed. Je moet als de eerder genoemde wensouder aan zo veel wetten/eisen voldoen dat het überhaupt al een wonder is als je gematcht wordt.

Mijn man reageert meteen alert op Fardau’s vraag. “Nee, natuurlijk word je niet teruggestuurd. Je bent Nederlands. Jij bent onze dochter. Je hebt een Nederlands paspoort. Helemaal officieel onze dochter.”
“O gelukkig” zegt Fardau. “Dit is toch waar ik woon? Heb het zo enorm naar mijn zin. Hier is alles: mijn vriendinnen, mijn musicalles, en ik kan Snoopy (de logeerhond) nooit meer missen.”

Adoptie is iets moois

Daarmee leek voor haar de kous af, en ging ze over op een ander onderwerp. Maar in mezelf vreet het door. Ik ben in de gunstige omstandigheid dat ik  Fardau kan geruststellen, dat mijn man er is, en dat we allebei juridisch onze weg weten. En dat we ook uit eigen ervaring weten hoe goed adoptie kan uitvallen. Natuurlijk sluiten we de ogen niet voor misstanden, want die zijn er ook. De Raad verwijst in haar persbericht naar de adoptie-industrie, en dat in sommige landen een ‘vraaggestuurde markt’ is ontstaan. Dat niet elke biologische ouder precies weet wat adoptie inhoudt, en hoe schrijnend, niet weet dat haar kind niet meer terugkeert. Zoals te zien was in de Deense documentaire Mercy, Mercy. Gejankt heb ik daarbij. Ja, die gevallen zijn er. Ook al zijn in Nederland de controles zeer zorgvuldig.

Maar ik zou het nog schrijnender vinden als adoptie stopgezet zou worden. En terwijl ik dit tik, denk ik aan het NOS-interview met de volwassen vrouw uit Haïti: “Zonder adoptie had ik niet meer geleefd”.

Wat ik vooral met deze column wil, is laten weten dat adoptie voor ons gezin iets moois is. Dat bij ons draait om liefde, liefde, liefde. Ik vind dat elk kind ter wereld het waard is om in de best mogelijke omstandigheden op te groeien. Dat mijn dochter de leukste, knapste, liefste is, met dreadlocks die mee dansen als ze blij is. En dat ik dolblij ben dat wij wel de mogelijkheid hadden om haar te adopteren.

Gastblogger Claudia Straatmans is hoofdredacteur van Nouveau, maar vooral moeder van Fardau de Vries, haar  Afro-Amerikaanse dochter van 10 jaar, die Claudia en haar man adopteerden toen ze vijf dagen oud was.