Foto: Marc Deurloo
Foto: Marc Deurloo

Twee jaar geleden zat Anke als ervaringsdeskundige in een radioprogramma over vakantie met kinderen. Want ze had wel een tip.

Ik zit in de tuin van een Hilversumse radiostudio. Naast mij een meisje van een online vrouwenmagazine en tegenover ons Jeroen Kijk in de Vegte, de presentator. Zij is gevraagd als professional met tips over handig en gezellig met je kind op vakantie en ik als moeder. Eigenlijk heb ik maar één tip, vertel ik:

Drie jaar eerder was ik namelijk op vakantie met mijn zes maanden oude zoontje en zijn vader, toen nog mijn vriend. We gingen naar Oostenrijk. Niet omdat we nou specifiek daarheen wilden, maar omdat zijn ouders daar een vakantiehuis hadden en wij leden aan een typische jonge-ouders-kwaal, namelijk chronisch blut zijn. In datzelfde kader waren we niet met het vliegtuig, maar met de Mercedesjeep van zijn moeder gegaan. Perfect geregeld, zou je denken. En dat was het gewoon ook.

Tot het moment dat we op de terugweg op de Duitse Autobahn opeens zwaailichten achter ons zagen. ‘Even opzij’, zei mijn vriend, en hij ging opzij. Zo ook de zwaailichten. Weer opzij, nu de andere kant op. Zwaailichten ook. ‘Misschien is het voor ons?’, opperde ik. ‘Lijkt me sterk', zei hij. Achterin begon onze zoon zachtjes te huilen.

Niet liegen

Het was voor ons. De auto met zwaailichten ging voor ons rijden en gebaarde ons hem te volgen naar een parkeerplaats bij een benzinestation. Dat deden we. Nog voor de politieagenten, want dat waren het, uitgestapt waren, had ik mijn vriend al streng geïnstrueerd. ‘Wat je ook doet, niet liegen! Dat hebben ze door en dan hebben we een probleem.’ Hij beloofde plechtig niet te liegen. Mijn zoon zette intussen een tandje bij met zijn gehuil. Er klopte een agent op het raampje van mijn vriend. Hij zoemde het naar beneden.

‘Gutenabend’, zei de agent. ‘Sprechen Sie Deutsch?’’Ein bischen’, schutterde mijn vriend. De agent zag de bui al hangen en begon ons in het Engels te ondervragen. Van wie is deze auto? Wat hebben jullie mee? Wat doen jullie voor werk? Hebben jullie wel eens drugs gebruikt? Dwars door het steeds luidere gehuil van onze zoon heen probeerde ik mijn vriend wanhopig telepatisch door te geven dat hij op die laatste vraag beter geen eerlijk antwoord moest geven. Helaas. ‘Heb ik drugs gebruikt?’, herhaalde mijn vriend in zijn zenuwen iets te enthousiast. ‘Jazeker! En veel ook, haha!’ De agent gaf een blik die tussen streng tegen ons en trots op zichzelf in zat. ‘Hoe lang geleden was dat en kunt u nu wel rijden?’ In plaats van te antwoorden begon mijn vriend van alle zenuwen nog harder te lachen. ‘Wanneer? Oh! Zeker vijftien jaar geleden.’ De agent keek verward.

Rood hoofd

Het gehuil van onze baby was inmiddels op vol volume en de agent keek van mij naar de baby en weer terug. ‘Mag ik hem pakken?’, vroeg ik. Hij knikte. Ik ging achterstevoren op mijn stoel hangen, pakte mijn kind, ontblootte mijn borst om hem te voeden en keek middenin het verschrikte gezicht van de agent. ‘Everything is ok now, you can go’, zei hij met een rood hoofd. ‘Thank you!’, zeiden wij opgewekt. En na een korte voeding reden we in een ruk door naar huis.

‘Mooi verhaal, maar wat is nou jouw tip voor vakantie met hele kleine kinderen, Anke?’, vraagt Jeroen in de microfoon. Ik leun naar voren, kijk hem aan en zeg: ‘Doe. Het. Niet. En als je het toch zo nodig moet doen, zorg dan dat je een huilende baby bij je hebt.'

 

Anke Laterveer (36), is schrijver, Web Woman van Kek Mama en moeder van een zoon van 7 en een dochter van 5. Vanaf deze week schrijft zij hier elke week voor jullie iets over haar eigen leven. 

 

Els en Do

Als ik iets haat zijn het mensen die mokken. En nou heb ik de pech dat mijn zoontje gauw boos en gekwetst is, en eindeloos blijft mokken als hij zich onrechtvaardig voelt bejegend.
 

ELS EN DO: "Mokken, oftewel: te lang boos blijven, dient bij de wortel te worden aangepakt. U kunt niet helpen dat uw zoon snel boos wordt, dat is een karakterkwestie, maar wel hoe hij ermee omgaat. De familiekring is een goed laboratorium om het hem te leren hoe het anders moet. Want je familie loopt niet weg – zolang je klein bent – maar volwassen mokkers belanden in het tv-programma Het familiediner. Bij volwassen mokkers loopt iedereen weg – partners, vrienden, de baas. Dat is voor niemand leuk.
 

Snij het fenomeen 's avonds aan

Wat u doet: u gaat bij hem in bed liggen als u hem ’s avonds instopt. Samen soezend heb je de beste gesprekken. Dan snijdt u het fenomeen mokken aan. U legt uit wat het betekent, namelijk: te lang boos blijven. U vertelt wat de voor- en de nadelen zijn. Bij de voordelen bent u snel klaar. Wij zien er slechts één: de mokker laat iedereen in zijn omgeving onder zijn boosheid lijden. De nadelen: het is naar je boos te voelen.
 

Alsof het een hondje is

Alsof je in gezelschap bent van een hondje dat je steeds probeert te bijten. Vriendjes willen niet met je spelen en gaan voetballen met niet-boze vriendjes. Intussen zit je daar als mokker aan de kant met dat irritante hondje dat steeds naar je hapt.

Zo plaatst u de woede buiten uw zoon. Hij leert ernaar te kijken als iets waar hij macht over heeft. Laat hem een naam bedenken voor het hondje. Flip, bijvoorbeeld. We maken er een mini-Maltezertje van, die zijn niet zo eng. Uw zoon mag best boos zijn omdat Flip hem bijt. Maar niet te lang, want hij moet Flip kalmeren. En dat kan pas als hij zelf niet meer boos is. “Als jij lief doet en niet bijt, zal ik je aaien”, zegt hij tegen Flip. “Dat is voor ons allebei fijner.”

De volgende keer dat uw zoon mokt, zegt u: “Schatje, aai jij Flip even?” U kunt ook zelf blaffen, en hem een speels bijtje geven. Dan moet hij vast lachen, en humor is het halve werk. (Uw zoon kan ook tegen Flip zeggen: “Als je mijn vriendje wordt, kunnen we samen proberen de wereld beter te maken.” Zo worden de Martin Luther Kings geboren. Maar dit is voor gevorderden.)"

 

De opvoedtantes Els en Do beantwoorden opvoedvragen met een knipoog en stellen zichzelf voor: “Wij zijn geboren voordat de pil was uitgevonden, kwamen ter wereld zonder dat onze ouders daarom hadden gevraagd en werden te hooi en te gras opgevoed. Zelf kregen wij heel bewust kinderen en daarom voelen we tot op de dag van vandaag (ze zijn inmiddels 34, 22 en 20) de plicht hen permanent gelukkig te maken. We kennen dus twee opvoedingsstijlen van nabij, en blijven onverminderd op zoek naar de gulden middenweg.”

 

Ook een opvoedvraag? Mail ’m naar elsendo@kekmama.nl

 

Dit artikel staat in Kek Mama 02-2018.


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kind-3-lastiger-kind-2

Oké, elke leeftijd heeft zo z'n leuke en minder leuke kanten, maar volgens Scary Mommy zit er tussen 2 en 3 jaar toch echt een duidelijk verschil. 

  1. Als ze 2 zijn, kunnen ze amper praten. Op driejarige leeftijd houden ze nooit hun mond.
  2. Kinderen van 2 eten alles, kinderen van 3 niet (meer).
  3. Stop je een kind van 2 in bad, dan ben je binnen tien minuten klaar en is-ie schoon. Een badsessie met een kind van 3 duurt minimaal een uur, met als resultaat: een kletsnatte badkamer en zestien gebruikte handdoeken.
  4. Luiers van kinderen van 2 verschoon je op een vast tijdstip. Kinderen van 3 zijn meestal al zindelijk en daardoor draait de wereld om hun blaas en darmen.
  5. Kinderen van 2 kun je afleiden door zomaar iets in hun handen te duwen. Kinderen van 3 niet.
  6. Een kind van 2 kun je zelf aankleden en ziet er daardoor altijd beeldig uit. Een kind van 3 wil zelf z'n kleding uitzoeken, waardoor-ie eruit kan zien als, eh...
  7. Kinderen van 2 willen niet vies worden, kinderen van 3 júist wel.
  8. Veters strikken, aankleden: bij een kind van 2 kun je zelf dingen overnemen waardoor je veel tijd bespaart. Kinderen van 3 willen ALLES zelf doen. 
  9. Een kind van 2 kun je nog manipuleren. Een kind van 3 doen dat bij jóu.

 

Lees ook
Waarom drie kinderen opvoeden makkelijker is dan één kind >

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >