Kek Mama-columnist Anke Laterveer is single moeder van Jakob (8) en Hannah (7). Maandelijks schrijft ze uitgesproken over wat ze meemaakt.

‘Mama, mogen we knutselen?’ vraagt Hannah. Ik zucht. Ik zit net en heb helemaal geen zin in knutselen. Ik wilde gewoon even rustig de krant lezen. En dan opeens schiet deze gedachte door mijn hoofd: ik was zo’n goede oppas, wat is er toch gebeurd?
 

Verstoppertje en speurtochten

Jarenlang zorgde ik namelijk voor andermans kroost. Ik had een gezin met zes kinderen waar ik minstens twee keer per week kwam oppassen. Ze hadden een enorme tuin waar we urenlang verstoppertje speelden, achter elkaar aan renden en speurtochten hielden. Als het regende nam ik schmink mee en toverde ze om tot dieren, om daarna een circusvoorstelling te maken voor wanneer hun ouders thuiskwamen.
 

More content below the advertising

'Ik zag eerste lachjes'

Later was er een baby waar ik ruim een jaar vier dagen per week negen uur per dag mee doorbracht en toen zij naar de kinderopvang doorstroomde vond ik een ander gezin met een baby, waar ik zelfs vijf dagen per week terechtkon. Ik zag eerste lachjes, klapte in mijn handen als ze leerden tijgeren en pureerde fruit voor ze. Elke dag gingen we minstens twee uur naar buiten, lange wandelingen maken, zelfs als het koud en nat was. Dan pakte ik ze gewoon lekker dik in en gingen we alsnog. Onbegrijpelijk vond ik het dat de ouders van deze heerlijke kinderen zoveel werkten, zo misten ze toch alles van hun oogappels?
 

Niet te gek of druk genoeg

Zelfs toen ik een baan op een kantoor kreeg, wilde ik het oppassen niet missen. Ik ging parttime werken zodat ik daarnaast nog twee dagen per week kon zorgen voor drie wat oudere kinderen. Elke maandag­ en woensdagmiddag naar de kinderboerderij, zelf broodjes bakken en er daarna mee picknicken, een modeshow met kleren die we van vuilniszakken gemaakt hadden: het kon mij niet gek of druk genoeg.
 

Eén mamadag

Mijn eigen baby’s zag ik jaren later aanmerkelijk minder. Ik had inmiddels een prima baan die ik niet zomaar wilde opgeven. Dus werkte ik vier dagen en had een mamadag. Eentje maar. De eerste schaterlach hoorde ik door de telefoon, omdat mijn man de hoorn naast Jakobs hoofdje hield. Ik was opeens net zo geworden als de ouders die ik toen zo onbegrijpelijk vond.
 

Met de oppas

En nog. Knutselen? Ik moet er niet aan denken. Ik mompel al: ‘En wie moet dat straks weer opruimen?’ als er een dekenfort in mijn woonkamer verrijst en zeg: ‘Anders gaan jullie even lekker samen naar buiten?’ Ik ben, zonder dat ik het doorhad, rete­ ongezellig geworden. Jakob onderbreekt mijn gedachten. ‘Weet je wat, mam? Ik knutsel morgen wel met de oppas.’ 

Dit artikel staat in Kek Mama 11-2017.