Kek Mama-columnist Anke Laterveer is single moeder en schrijft supereerlijk en uitgesproken over wat ze meemaakt of wat haar opvalt.

“Weet je wat ik wel zou willen, mam?” zegt mijn zoon. “Dat ik minder bang zou zijn. Bijvoorbeeld voor de boom in de tuin die ’s nachts echt heel erg op een monster lijkt. Snap je?” Dat snap ik beter dan hij denkt. Al sinds ik een jaar of acht was, worstel ik met angsten voor van alles en nog wat. Voor oorlog, voor dat niemand me aardig zal vinden, voor hoogtes, voor slangen, voor feestjes waar ik niemand ken.

More content below the advertising

 

Hoe word je minder bang?

“Heb je een idee hoe je minder bang kan worden?” vraag ik.
“Een beetje”, zegt hij. “Je moet na gaan denken wat het ergste is. En of het echt kan gebeuren. Kan de boom wel echt een  monster zijn, denk je?”
“Hmmm”, peins ik hardop. “Ik denk van niet, wat denk jij?”
“Ik denk ook van niet. Maar nu is het dag en in de nacht is alles anders.”

Dat is natuurlijk waar. In de nacht schrik ik ook op van elk geluid en denk ik soms dat er iemand binnen is, ook al weet ik zeker dat de deur op slot is. “Kunnen bomen in de nacht wel monsters worden?” vraag ik. Hij denkt diep na.
“Nee. Dat kan niet. Zelfs niet in de nacht.”

 

Boom is geen monster

Als we die avond aan tafel gaan, staart hij naar de gordijnen. Daarachter staat de boom. “Waar denk je aan?” vraag ik.
“Ik denk aan de boom. En of hij een monster is.”
“En?”
“Hij kan geen monster zijn. Hij is een boom.”
“Precies.”
“Mam, mag het gordijn een stukje open?”
“Natuurlijk mag dat.” Hij opent het gordijn. Ik doe alsof dat heel normaal is, maar dat is het niet. Al sinds we in dit huis wonen, moeten de gordijnen dicht zodra het begint te schemeren. Zo niet, dan komt hij de woonkamer niet in.

 

Monsters in je hoofd

“De boom beweegt”, zegt hij met een klein stemmetje.
“Dat klopt. Hoe denk je dat dat komt?”
“Doordat hij een monster is?”
“Ja?”
“Of de wind. Het kan ook door de wind.”
“Ik denk dat dat het is. Bomen zijn geen monsters toch?”
“Nee, dat is waar.”

Tijdens het eten is hij stil. Af en toe kijkt hij door het kiertje in de gordijnen. En dan, bij het naar bed gaan, zegt hij opeens: “Weet je, mama? De boom is geen monster. Monsters wonen niet in de tuin, maar soms wel in je hoofd. En dat is eigenlijk niets om bang voor te zijn.”