Hoofdredacteur van Nouveau en Kek Mama-columnist Claudia Straatmans schrijft eigenzinnig over moeder-dochterzaken van haar dochter Fardau. Deze keer: Claudia heeft genoeg van de brutale adoptievragen die ze soms krijgt.

“Wat weet je van de moeder?”
“Alles, want dan ben ik zelf” – hoor ik mezelf zeggen.
“Nee, ik bedoel van de échte moeder” – verbouwereerd kijk ik de vrouw tegenover mij aan. Ik trap er nog in ook, en antwoord dat mijn dochter ook een hele leuke biologische moeder in Amerika heeft. Stom eigenlijk. Alsof ik verantwoording moet afleggen. De enige die recht heeft op dit verhaal is mijn dochter Fardau.

 

Zonder medeweten biologische ouders

Geadopteerd toen ze vijf daagjes oud was. En het leukste meisje ever. Nou ja, niet altijd, maar daar kom ik zo op. Eerst moet ik even verklaren waar de vraag van bovenstaande vrouw vandaan komt. Nieuwsuur had een paar dagen geleden een uitzending over frauduleuze adopties uit Bangladesh waarbij kinderen zonder medeweten van hun biologische ouders naar Nederland zijn gebracht. Dit speelde in de jaren '70 en '80, maar schijnbaar hangt deze kwalijke reuk nog steeds om het begrip adoptie.

 

Ik ben zelf de moeder

Nu moet je aan 10.001 wetten voldoen, mag je vooral niet te oud zijn (40 jaar leeftijdsverschil) en word je als een MRI-scan hélemáál doorgelicht. Maar hé, ik ga me niet verdedigen. Want “wat weet ik over de moeder?” Nou, dat weet ik dondersgoed. Ik ben het namelijk zelf. Soms te lief, af en toe te aardig, vaak te meegaand. En soms ontploffend. Het moederschap is namelijk een spiegel voorgehouden krijgen. Over “hoe je zelf in de wedstrijd zit”. O, nee, bah, marketingtaal. Mag ik niet meer gebruiken, sinds mijn dochter vlijmscherp reageert met “máhám” als ik het weer heb over 'het managen van verwachtingen'.

 

Totaal niet te vergelijken 

Dat klopt, het runnen van een onderneming is totaal niet te vergelijken met het hebben van een gezin. Mijn dochter is 10, bijna 11, en zit in de pre-puberteit. Niet altijd makkelijk, wel eerlijk. Niet altijd gehoorzaam, wel met gezag voor haar vader. Over het feit dat ze beter naar mijn man luistert dan naar mij, zegt ze doodleuk: “Maar papa is ook veel strenger”.

 

Opvoeden is spiegel voorgehouden krijgen

“Wat weet je van de moeder?” Dat opvoeden een spiegel voorgehouden krijgen is. Van je eigen humeur, je eigen gekkigheidjes, je eigen dochter-moederverhouding (mijn respect voor mijn eigen moeder is gegroeid, sterker: ik hoor mezelf soms dezelfde uitspraken doen die ik vroeger zo verfoeide: “Deur dicht, we stoken niet voor buiten”). En dat ik verdomd goed kan trampolinespringen. Want hoe Fardau en ik af en toe ook botsen, ’s avonds op onze tuintrampoline vallen we elkaar weer in de armen. Hoe hoger zij springt, hoe meer ik word gelanceerd, en andersom. Soms reikt ze zo hoog dat ze de hemel bijna kan aaien.

“Wat weet je van de moeder?” Ik & moeder Amerika houden van haar tot aan de maan en terug. Dat weet ik als allerbelangrijkste van de moeder.

 

Claudia Straatmans (50) is hoofdredacteur Nouveau, getrouwd met Wiepke, en samen de ouders van Fardau de Vries (10), het meisje met de mooiste Afro-American krullen van Amsterdam.

Els en Do

De afwas, de tafel dekken, afruimen, hun kamer opruimen: mijn kinderen vertikken me te helpen met huishoudelijke klusjes. Bij alles wat ik van ze vraag, schreeuwen ze moord en brand en beweren ze dat het de beurt van de ander is.

ELS & DO: Natuurlijk willen ze geen klusjes doen. Wie wil dat nou wel? U moet ze dwingen, maar hoe? Do was er slecht in, indertijd. Uit luiheid en gemakzucht en omdat ze opvoeden nogal een klus vindt. Om het gemor van haar twee kleine lapzwansjes te voorkomen, ruimde ze uiteindelijk zelf de afwasmachine maar in en raapte hun speelgoed van de vloer.
 

Lees ook
'Ik stopte met troep opruimen en dit is wat er gebeurde' >

 

Koptelefoon op

Tot haar verbazing heeft haar zoon (22) zich wel ontwikkeld tot een goede opvoeder. En wel bij zijn neefjes op wie hij past bij wijze van bijbaantje. De stoute schoffes doen alle klusjes die hij hen opdraagt. Ze gooien zoet hun speelgoed in de mand en als ze hun limonade omstoten pakken ze zelf een doekje. Do’s zoon is minstens zo gemakzuchtig als zijn moeder. Zijn geheim is dat de protesten van zijn neefjes hem niets uitmaken. Ze kunnen op het dak gaan zitten, hij gaat lekker Netflixen, met zijn koptelefoon op.

Hij heeft zijn neefjes één keer, niet vaker, verteld dat hun leven een stuk leuker wordt als ze hun troep opruimen. Anders pakt hij de iPad af. Of zet-ie ze een halfuur in de tuin. Rain or shine. Nu zijn ze als was in zijn handen. Do is trots op hem. Maar ook verbaasd. “Dit heb je niet van mij geleerd”, zei ze. Bruno lachte: “Jawel, ik heb van jou geleerd hoe het niet moet.”

 

De opvoedtantes Els en Do beantwoorden opvoedvragen met een knipoog en stellen zichzelf voor: “Wij zijn geboren voordat de pil was uitgevonden, kwamen ter wereld zonder dat onze ouders daarom hadden gevraagd en werden te hooi en te gras opgevoed. Zelf kregen wij heel bewust kinderen en daarom voelen we tot op de dag van vandaag (ze zijn inmiddels 34, 22 en 20) de plicht hen permanent gelukkig te maken. We kennen dus twee opvoedingsstijlen van nabij, en blijven onverminderd op zoek naar de gulden middenweg.”

 

Ook een opvoedvraag? Mail ’m naar elsendo@kekmama.nl

 

Dit artikel staat in Kek Mama 10-2018.




 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

zoon haatte nieuwe zusje
Beeld: Unsplash

De oudste zoon van Stephanie Duncan was een droombaby. Maar toen werd hij tweeënhalf, en kreeg hij een zusje.

Ze deden alles volgens het boekje, om zoonlief voor te bereiden op de komst van de nieuwe baby, schrijft Stephanie op ScaryMommy. Ze lazen boekjes, praatten er eindeloos met hem over, gaven hem een cadeau namens zijn nieuwe zusje en op de dag van haar geboorte kocht hij samen met zijn oma een knuffel voor haar en gingen ze naar het ziekenhuis om haar te ontmoeten.

Meteen was het mis.

‘Ik zal de blik op zijn gezicht nooit vergeten, toen hij mij zijn nieuwe zusje de borst zag geven’, schrijft Stephanie. ‘Pure verslagenheid.’

 

Hel

De weken erna lieten zich volgens Stephanie het best beschrijven als ‘de hel’. Ze probeerde de normale dagelijkse routine te handhaven voor haar zoon en richtte haar aandacht vooral op hem – haar dochter sliep toch, het gros van de tijd. Hij kreeg troostcadeautjes van de kraamvisite, zijn vader nam hem in de weekends mee naar de speeltuin en de dierentuin. Niets werkte. Stephanie: ‘Het enige wat mijn zoon wilde, was mij weer voor zichzelf hebben.’

Haar zoon begon in babytaal te praten, kreeg de ene driftbui na de andere. Wilde elke nacht tussen zijn ouders in slapen en weigerde overdag nog een middagslaapje te doen. Even overwogen Stephanie en haar man hem maar gewoon naar de kinderopvang te brengen, zodat Stephanie in rust tijd met haar baby kon doorbrengen.
 

Lees ook
'Mijn vijfjarige zoon is brutaal, luistert slecht en terroriseert zijn zusje' >

 

‘Ze valt wel mee’

In plaats daarvan besloten ze te stoppen hun zoon ‘grote jongen’ te noemen, hem niet meer te laten helpen bij het verzorgen van zijn zusje, en hem toe te staan zich als een baby te gedragen. ‘Opeens, vijf maanden na haar geboorte, kwam mijn peuter tot inzicht’, schrijft Stephanie. ‘Tenminste, ik weet niet of hij zich realiseerde dat zijn zusje toch wel meeviel, dat hij door had dat er best ruimte was voor twee kinderen in huis, of zich er maar bij neerlegde dat ze het gezin niet meer zou verlaten.' Maar van de ene op de andere dag was hij weer het droomkind dat ze kenden.

Twee jaar later verwelkomde het gezin nog een dochter. ‘We hebben de termen ‘grote broer’ en ‘grote zus’ en alles wat daarbij hoort, deze keer opzettelijk niet gebruikt. Mijn zoon gaf geen krimp en ging vrolijk verder met zijn leven. Mijn middelste dochter, dat is een héél ander verhaal.’
 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >