Patrick: ‘Ik mis de plakknuffels van mijn kleintjes’

Illustratie bij: Patrick: ‘Ik mis de plakknuffels van mijn kleintjes’ Beeld: Paulien van Beusekom
Patrick van Rhijn
Patrick van Rhijn
Leestijd: 4 minuten

Patrick (54) is schrijver van romans en freelance tv-redacteur. Hij woonde over de hele wereld en heeft vijf kinderen. Voor zijn column put hij uit een oneindige bron van even herkenbare als opmerkelijke verhalen over het vaderschap.

Lees verder onder de advertentie

Ze waren ooit van die plakkerige mensjes. Letterlijk. Altijd een hand in de mijne, een arm om mijn nek, een hoofd op mijn borst of iemand probeerde me met een chocolademond in mijn neus te happen. Ik kon geen drankje drinken zonder dat er iemand half in mijn schoot hing. Knuffelen was geen werkwoord, het was een levensstijl. En nu? Nu trek ik mijn armen wijd open alsof ik op Schiphol sta te wachten op een geliefde, en krijg ik… een vies gezicht. Alsof ik net heb voorgesteld om samen spruitjesijs te eten.

Lees verder onder de advertentie

Mijn dochter is het meest fanatiek. Bloem. Zodra ik ook maar een suggestie doe van lichamelijk contact, duikt ze weg. Echt weg. Ze kan in één vloeiende beweging onder de tafel verdwijnen of de kamer uit sprinten alsof ik haar wil een coronavaccinatie wil toedienen. Mijn zoon is subtieler, maar niet minder duidelijk. Die blijft staan, maar zijn hele lichaam zegt: doe normaal. Schouders strak, hoofd een fractie weg. Geen woorden nodig. De boodschap komt keihard binnen.

Toch voelt het elke keer een beetje alsof ik te veel ben

Dus doe ik het minder. Want ja, afgewezen worden is natuurlijk niet leuk. Ook niet als je volwassen bent en rationeel wéét dat het niets met jou te maken heeft. Toch voelt het elke keer een beetje alsof ik te veel ben. Te dichtbij. Te knuffelig. En dat terwijl ik dit lijf jaren geleden zonder pardon als kussen, klimrek en multifunctionele snotdoek beschikbaar stelde.

Lees verder onder de advertentie

Ik weet het. Ik weet écht dat het tijdelijk is. Een fase. Zeggen de boeken. Zeggen andere ouders, vaak met een geruststellend handgebaar en een blik van: komt goed. En ik knik dapper mee, terwijl ik ondertussen zachtjes rouw om iets wat nog niet eens officieel voorbij is.

Want jemig, wat mis ik ze. Die knuffels op het schoolplein, bij het wegbrengen en ophalen. Die natte kusjes voor het slapengaan. Het samen onder een deken kruipen, verhalen verzinnen, verstoppertje spelen waarbij ze zich altijd op exact dezelfde plek verstopten en dan keihard moesten lachen omdat ze dachten dat ik ze écht niet zag.

Dit is geen klaagzang. Dit is een waarschuwing

Het gaat zo sluipend. Eerst geen hand meer vasthouden. Dan geen kusje meer in het openbaar. Dan geen knuffel meer “zomaar”. En voor je het weet sta je met open armen in een lege woonkamer en denk je: wanneer is dit gebeurd?

En toch. Soms, heel soms, is er ineens zo’n momentje. Laatst bijvoorbeeld. Mijn zoon wilde ergens afgezet worden om met vrienden iets te gaan doen in de stad. Grote jongen, stoer, capuchon op. Hij stapte uit, draaide zich om en schoof — totaal onverwacht — nog even naar me toe. Een snelle kus op mijn wang. Gewoon. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Lees verder onder de advertentie

Ik zat daar, achter het stuur, gelukkigzalig naar hem te staren terwijl hij wegliep. Mijn vaderliefde zong. Serieus. Met dat ene kusje kon ik er weer een jaartje tegenaan. Het was alsof hij even zei: het is niet weg, hoor. Alleen verstopt.

Dus dit is geen klaagzang. Dit is een waarschuwing. Een liefdevolle. Vergeet niet te genieten, vaders en moeders. Van het geplak, het gekroel, het altijd-maar-aan-je-zitten. Zuig het op als een spons. Sla het op in je hart. Want de dagen gaan keihard. En voor je het weet zijn ze pubers — en moet je het doen met één kus. Maar dan tegelijk: soms is één kus precies genoeg.

Meer lezen van Patrick? Hier vind je al zijn andere columns.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail