Jennifer Hoffman: ‘Zou ik met het beëindigen van de relatie ook een kinderwens weggooien?’
Het leven loopt soms anders dan je had gepland. Ook voor Jennifer Hoffman.
Beeld: Paulien van Beusekom
Patrick (54) is schrijver van romans en freelance tv-redacteur. Hij woonde over de hele wereld en heeft vijf kinderen. Voor zijn column put hij uit een oneindige bron van even herkenbare als opmerkelijke verhalen over het vaderschap.
Er zijn van die momenten waarop ik als ouder denk: zo, dit heb ik best goed aangepakt. Pedagogisch verantwoord. Liefdevol. Consequent. Kortom: zoals alle opvoedboeken het bedoelen. Tot mijn kind van de week doodleuk een kleutertrauma uit de kast trok waarvan ik het bestaan niet eens wist.
Het gebeurde onderweg naar de supermarkt. Mijn dochter, bijna 16 inmiddels, vertelde opeens, met een ernstig gezicht: “Toen ik vier was mocht ik geen snoeprol van jou, omdat ik mijn rozijntjes niet had gedeeld met mijn broertje.”
“Ehhhh…” Ik moest even zoeken in mijn geheugen. Vier jaar… Dan woonden we in Zweden… Rozijntjes. Delen. Het klonk als een vrij normale dag in het leven van mijn kleuter destijds. Maar volgens haar was dit dus een moment. Een kantelpunt. Een pedagogische aardverschuiving.
“Dat vond ik zo erg,” zei ze. “Ik weet het nu nog! Toen heb je echt op mijn ziel getrapt. Ik verheugde me al dagen op die opgerolde zure mat, maar je gaf hem zo aan Jazz.”
En daar zat ik. De vader die dacht dat hij best een redelijke ouder was. Niet perfect, maar oké. Iemand die zijn kind liefde geeft, grenzen stelt en af en toe groente door de pasta verstopt.
Maar blijkbaar ben ik ook iemand die in 2014 of ’15 een diep snoepgerelateerd litteken heeft veroorzaakt. Opeens besefte ik dat opvoeden eigenlijk een soort mijnenveld is, waarvan je pas jaren later hoort waar je bent ontploft. De ouder die zijn kind geen trauma bezorgt, moet nog geboren worden. Je denkt dat je iets heel verantwoord doet. Consequent zijn bijvoorbeeld. Maar voor je het weet worden je goedbedoelde ouderacties heel anders ervaren dan jij ze bedoelde.
Dus in mijn geval: vierjarige deelt niet → consequentie → geen zure mattenrol.
Pedagogisch gezien voelde dat toen als een vrij solide beslissing. Denk ik. Maar blijkbaar heeft mijn kind dat moment opgeslagen onder: Jeugdtrauma 1: Het Rozijnenincident.
Wat nu? Ik kon mezelf compleet schuldig voelen en in een opvoedboek duiken of… ik kon naar de winkel gaan en een hele berg van die enorme zure rollen kopen. Het werd dat laatste. Ik legde ze op een bordje, zette dat voor haar neer en zei plechtig: “Voor het goedmaken van je rozijnentrauma.”
Ze moest lachen. Ik ook.
En dat is misschien wel het hele punt van opvoeden. We doen allemaal maar wat. Met liefde, goede bedoelingen en een lichte paniek dat we per ongeluk een toekomstig therapiegesprek veroorzaken.
Want eerlijk: als kinderen later geen rozijnenincident hebben, dan vinden ze wel iets anders. Een keer dat je te streng was. Of juist te makkelijk. Dat je te weinig grenzen stelde. Of te veel. Dat je hun brood in vierkantjes sneed terwijl zij duidelijk driehoekjes wilden.
Je kunt het eigenlijk niet winnen. Maar misschien hoeft dat ook niet.
Misschien is goed ouderschap niet dat je nooit een fout maakt, maar dat je er jaren later samen om kunt lachen. En dat je dan, als symbolische schadevergoeding, een absurde hoeveelheid zuur snoep koopt.
Dus voor alle ouders die zich weleens afvragen of ze het wel goed doen: ontspan een beetje. Als je intenties goed zijn, en je acties liefdevol, kun je het eigenlijk nooit fout doen.
Meer lezen van Patrick? Hier vind je al zijn andere columns.