Vrienden Dick (36) en Rob (36) werden vrijwel tegelijkertijd vader van een tweeling. Dick is vader van twee jongens (6 en 4) en een jongen-meisje tweeling (2). Rob is vader van Jonas (3) en tweeling Mila en Noud (2). Samen schrijven ze een boek over hoe het is om vader te worden van een tweeling. Want tweelingvaders zijn hoe dan ook superpapa’s, maar van tevoren weten waar je aan toe bent, is wél zo prettig. In hun column delen ze hoe het dagelijks leven met een tweeling eruit ziet.
Lees verder onder de advertentie
Als je met een baby-, dreumes- of peutertweeling op stap gaat krijg je vaak allerlei reacties. Ik vind dat altijd leuk, want enige trots is geen tweelingvader vreemd en dergelijke aandacht geeft de mogelijkheid die trots te etaleren. Meestal beginnen de gesprekjes op een vergelijkbare manier. Eerst staart de voorbijganger een tijdje naar de twee kindjes. Na bevestigend antwoorden op de wat obligate openingsvraag “zijn ze een tweeling?” zijn er een paar vervolgreacties of vragen mogelijk. Het meeste hoorde ik “dat zal wel druk zijn!” of “ik vond één kind (of: twee ‘losse’) al druk!”, maar ook kwam de vervolgvraag “zijn ze eeneiig of twee-eiig?” regelmatig terug.
Lees verder onder de advertentie
Impertinent en irrelevant
Hoewel die vraag ongetwijfeld met de beste intenties wordt gesteld vind ik hem impertinent en irrelevant. Impertinent omdat de precieze situatie van iets intiems als de bevruchting van een of meer eicellen niet iets is dat je binnen tien seconden na het begin van het gesprek aan de orde zou moeten stellen. En ook irrelevant omdat het werkelijk niets uitmaakt voor de tweeling zelf. Je gaat ze toch niet anders behandelen omdat ze toevallig wat meer of wat minder genen met elkaar gemeen hebben? En ik kan al helemaal niets bedenken wat je als búítenstaander met die kennis zou willen doen. Bij een jongen-meisje tweeling zoals de onze is het trouwens al helemaal een rare vraag, want die zijn altijd twee-eiig.
Lees verder onder de advertentie
Wat me ook opviel aan dergelijke gesprekjes was dat heel veel mensen refereerden aan tweelingen in hun eigen familie- of vriendenkring. Ze bleken ineens overal voor te komen! Niet zo heel gek, want volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek betreft circa een op de 80 bevallingen in Nederland een tweeling, wat betekent dat ongeveer een op de 40 personen deel uitmaakt van een tweeling. Ruwweg een tweeling per drie kleuterklassen dus. Als je meer dan 40 mensen in je familie- of vriendenkring hebt, kun je wel verwachten dat een of meer van hen deel uitmaakt van een tweeling.
Toch wel relevant
Ook aan andere tweelingen in onze familie(geschiedenis) werd regelmatig gememoreerd. Dat gaf voor mij aanleiding om even uit te zoeken hoe het ook alweer zit met de erfelijkheid van tweelingen. En daaruit blijkt meteen wél waarom een- of twee-eiigheid relevant is. Want: twee-eiigheid is erfelijk, eeneiigheid niet (overigens blijkt uit recent onderzoek van de VU in Amsterdam dat erfelijkheid zelfs bij eeneiige tweelingen in sommige gevallen een rol kan spelen). Twee-eiigheid komt door een dubbele eisprong en de eigenschap dat dit vaker voorkomt is erfelijk bepaald. Als dit voorkomt komt dit dus vanuit de erfelijke lijn van de moeder van de tweeling. De eigenschap kan ook door mannen worden doorgegeven (al heeft dat bij henzelf natuurlijk geen enkel effect, mogelijk wel bij hun dochters). Dus als er meer twee-eiige tweelingen voorkomen in de lijn van de tweelingmoeder, dan is dat waarschijnlijk geen toeval. Bij de tweelingvader wel!
Lees verder onder de advertentie
Laat de eicellen erbuiten
In de familie van mijn vrouw komen inderdaad – twee generaties terug – tweelingen voor. Dus bij ons was de kans waarschijnlijk toch iets groter dan die gemiddelde een-op-80. Maar het blijft een heel kleine kans. We hebben meer dan eens de – nogal vreemde – vraag gekregen of we hadden verwacht een tweeling te krijgen. Nou, nee dus. Natuurlijk zijn er bijzondere voorbeelden van gezinnen met meerdere tweelingen (Roger Federer heeft er bijvoorbeeld twee), maar je kunt er rustig vanuit gaan dat alle tweelingouders totaal in shock waren wanneer de eerste echo niet één maar twee hartslagen toonde. Zo bijzonder is het wel!
Lees verder onder de advertentie
Genoeg over ongepaste vragen. Wat is dan wél een leuke vervolgvraag aan een jonge tweelingvader of -moeder? Hier een tip van een ervaringsdeskundige: stel de vraag ‘hoe is het voor jou om vader of moeder te zijn van een tweeling?’ Met zo’n vraag kan de tweelingouder alle kanten op, het antwoord kan lang en kort zijn – net hoe veel haast en gesprekszin hij/zij op dat moment heeft – en kan leiden tot een verbindend en diepgaand gesprek. Maar laat de eicellen er verder buiten!
Meer lezen over de avonturen van de tweelingpapa’s? Hier vind je hun andere columns.
Met een sleutelbos in de hand en een hoofd vol plannen begint voor de familie Blom een nieuw hoofdstuk. In Een huis vol zien we hoe het gezin zich opmaakt voor een verhuizing die allesbehalve rustig verloopt.
Iedere week delen we op Kek Mama een dilemma van onze lezers. Deze week het dilemma van de 31-jarige Florien. Door haar eigen onzekerheid en ongemak heeft Tycho (4) geen vriendjes in de straat en dat steekt.
Huiselijk geweld komt in allerlei vormen. Audrey Zetta kreeg er ook mee te maken, toen haar ex-man duidelijk maakte dat ze bij een zwangerschap voor abortus moest kiezen.
Laurie (38) is orthopedagoog, opvoeddeskundige en moeder van zoons Dex (7) en Otis (3). Sinds vorig jaar woont ze met haar gezin in Kaapstad. In haar column schrijft Laurie over haar ervaringen van het emigreren met twee jonge kinderen, het leven in Zuid-Afrika en de hoogtepunten en worstelingen van het ouderschap.
Patricia van Liemt is stewardess, schrijver en moeder van Maria (15) en Phaedra (12). Ze schrijft rake, eerlijke, grappige en vooral herkenbare columns over haar leven.