Zoveel kinderbijslag ontvangen de gezinnen uit Een Huis Vol in 2026
De kinderbijslag is dit jaar opnieuw verhoogd, en dat is goed nieuws voor gezinnen met veel kinderen. Zeker voor de families uit de populaire televisieserie Een Huis Vol.
Eigen beeld
Elise (36) is moeder van twee zoontjes (6 en 4) en schrijft met veel liefde korte verhalen over het moederschap en alles wat daar onverwacht bij komt kijken. Haar verhalen zijn fictief, maar vaak geïnspireerd op de wereld van ouderschap met een flinke scheut herkenning, humor en een tikkeltje overdrijving. Tegelijkertijd werkt ze aan haar eerste psychologische thriller.
Onze poes was mijn eerste baby. Mijn fluffy soulmate. Mijn zachte, spinnende schaduw. Alles deden we samen; we waren onafscheidelijk. Totdat ze werd gesteriliseerd. Vanaf dat moment was het alsof iemand een intern schakelaartje had omgezet: klik! En ineens was mijn man de grote liefde van haar leven.
Ik heb dat nooit kunnen verkroppen.
Mijn zoons zijn gelukkig wél verknocht aan mij. Echte knuffeldieren. Ze hangen aan me, vechten om mijn arm of been, soms allebei tegelijk, maar ik klaag niet. Zij geven me tenminste het gevoel dat ik besta. Onze poes? Die kijkt door me heen alsof ik lucht ben.
Misschien komt het door dat moment bij de dierenarts. Mijn man heeft haar na de operatie uit de kooi gehaald, en misschien ziet ze hem sindsdien als haar redder. Haar held. Ik weet het niet. En ik pieker me suf.
Ik geef haar snoepjes. En ik aai haar. Ik heb zelfs uitgezocht hoe je de liefde van je kat wint. Langzaam met je ogen knipperen schijnt in kattentaal een soort liefdesverklaring te zijn, dus ik zit de halve dag naar haar te knipperen. Mensen denken inmiddels dat ik een tic heb, maar zij? Ze knippert nooit terug.
En het wordt nog erger. ’s Avonds, als mijn man en ik op de bank zitten, lig ik onder het zachtste dekentje dat we in huis hebben. Het dekentje waar ze dol op is. Maar nee… Ze kiest voor de ruwe spijkerbroek van mijn man. Zijn schoot.
Een paar weken terug werd onze nieuwe bank geleverd. Een nieuwe bank betekende in ons geval óók een nieuwe krabpaal, want anders zou ons zitmeubel binnen drie dagen hetzelfde lot ondergaan als de oude. Bij die krabpaal zat een zakje catnip. Dat moest je erover strooien zodat de kat zich aangetrokken voelt, enthousiast wordt, gaat rollen, spelen, snuffelen en krabben — pure kattenmagie.
Toen onze poes compleet losging op dat kattenkruid, ging er bij mij natuurlijk meteen een lampje branden. Die avond, toen mijn man even niet keek, strooide ik het kattenkruid niet alleen op de krabpaal… maar óók over mezelf. Een beetje op m’n trui. Een beetje op m’n broek. Nou ja, misschien een beetje veel.
Ik lag daar op de bank te marineren in het kattenkruid. En ja hoor, daar kwam ze. Onze poes. Ze bleef voor de bank zitten en snuffelde. Ik hield mijn adem in. Dít zou het moment worden. Mijn comeback.
Maar nee.
Ze draaide haar kop weg, liep langs me heen en sprong… op schoot bij mijn man. Daar lag ik, onder het kattenkruid en toen ik het aan mijn man vertelde, moest hij zó hard lachen dat de poes van schrik van zijn schoot sprong. Dat was tenminste één kleine overwinning.
Ja, ik ben jaloers op mijn man en zijn relatie met onze poes. Dieper dan ik ooit had verwacht. Gelukkig heb ik mijn zoontjes nog. Die kruipen tenminste wél het liefst tegen mij aan. Met of zonder kattenkruid.
Meer verhalen lezen van Elise? Je vindt hier haar andere columns.