Deborah: ‘En toch zeggen mensen: ‘het is het beste’. Alsof ‘het beste’ voor iedereen hetzelfde betekent’

column deborah Eigen beeld
Deborah
Deborah
Leestijd: 4 minuten

Deborah (30) is samen met haar man en moeder van twee zoons Jake (4) en Cody (1). Ze schrijft over het moederschap, verlies en herstel na haar postnatale depressie. Je kunt haar ook volgen op Instagram.

Lees verder onder de advertentie

Na de bevalling van mijn oudste, die allesbehalve zacht verliep, had ik één heldere gedachte in mijn hoofd. Ik wilde borstvoeding geven. Niet omdat het moest. Niet omdat het “beter” was. Maar omdat het idee dat ik mijn kindje zelf kon voeden me mooi leek. Intiem. Iets van ons samen. Iets wat misschien vanzelf zou gaan, nadat zoveel al niet vanzelf was gegaan.

Dus ik probeerde het. Elke dag. Elke paar uur. Al huilend.

Lees verder onder de advertentie

Met een lichaam dat nog pijn deed van de bevalling. Met een hoofd vol mist en een hart dat voortdurend te snel klopte. Ik stond al op met lood in mijn lijf, maar ik probeerde. Omdat ik wilde dat ik het wel kon. Dat mijn lijf toch ergens voor gemaakt was.

Geen team, maar tegenstanders

Ik kolfde elke twee uur. Ook ’s nachts. Het monotone geluid van het apparaat vulde de stilte in huis. Legde aan. Probeerde opnieuw. Mijn zoontje pakte niet goed. Hij hapte niet goed aan, werd boos en gefrustreerd. Hij huilde harder en daarbij ik ook.

En met iedere mislukte poging voelde ik iets in mezelf verder afbrokkelen. Alsof falen zich opstapelde in laagjes. Alsof mijn lichaam opnieuw iets weigerde wat zogenaamd vanzelf moest gaan. Bevallen was absoluut geen zachte ervaring geweest. En nu dit. Alsof mijn lijf en ik geen team waren, maar tegenstanders.

Lees verder onder de advertentie

Het lukte gewoon niet. Met geen mogelijkheid. En ondertussen ging alles in mij al op overleven. Mijn dagen bestonden uit aanleggen, kolven, huilen en opnieuw beginnen. Steeds met dat knagende gevoel dat als ik nog iets harder mijn best deed, het misschien zou lukken.

Ik voelde me betrapt

Na een paar dagen moest ik stoppen. Dat wilde ik liever niet. Maar mijn kraamhulp en verloskundige zagen dat ik eraan onderdoor ging. Dat dit geen kwestie van ‘even doorzetten’ meer was. Ik voelde me betrapt toen ze het uitsprak. Iemand die hardop zei wat ik zelf niet wilde toegeven, dat ik dit niet trok. Dat het me brak.

Lees verder onder de advertentie

Stoppen voelde als falen. Alsof ik niet alleen de borstvoeding losliet, maar ook het beeld van de moeder die ik had willen zijn.

Bij mijn tweede wist ik meteen: dit ga ik niet nog eens doen. Nog voordat iemand vroeg wat mijn plan was, had ik mijn besluit al genomen.

Niet uit gemak. Niet uit onwil. Maar omdat die ervaring zó diep zat. Omdat borstvoeding voor mij geen zachte herinnering was, maar een plek waar ik mezelf kwijtraakte. De druk die ik mezelf gaf, om te slagen, om te bewijzen, om niet opnieuw te falen, was groter dan het verlangen om het nog een kans te geven.

Alsof ‘het beste’ voor iedereen hetzelfde betekent

En toch zijn er altijd mensen die zeggen, ‘het is het proberen waard’ of ‘het is het beste’. Alsof ‘het beste’ voor iedereen hetzelfde betekent. Alsof mentale rust niet meetelt en overleven geen reden is. Wat als het voor mij helemaal niet als ‘het beste’ voelt? Wat als het mij breekt op een moment dat ik juist gedragen moet worden? Wat als daar mijn grens ligt?

Lees verder onder de advertentie

Voor mij was de keuze om het niet opnieuw te proberen geen opgeven. Het was stoppen met mezelf bewijzen. Het was stoppen voordat ik weer langzaam verdween in iets wat me eerder al onderuit had gehaald.

En wellicht was het de tweede keer anders gegaan. Maar ik wilde niet nog eens ontdekken wat het me zou kosten als het dat niet was.

Meer lezen van Deborah en haar weg in het moederschap? Je leest haar andere columns hier.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail