Patricia vond de oplossing voor haar innerlijke criticus: ‘Heel satisfying om te zeggen’

Patricia van Liemt Beeld: Marijn Reichert

Patricia van Liemt is schrijver en moeder van Maria (16) en Phaedra (13). Ze schrijft rake, eerlijke, grappige en vooral herkenbare columns over haar leven.

Lees verder onder de advertentie

De laatste maanden ben ik een soort spirituele spons. Ik heb een klein altaar gemaakt met een haarlokje van Susan Smit, ik vraag mezelf bij iedere boom af of hij me roept en ik sta op de wachtlijst bij meerdere ademhalingscoaches. Of dat nu door mijn scheiding, mijn leeftijd of de stand van de maan komt, er heeft duidelijk een shift plaatsgevonden. And I love it.

Lees verder onder de advertentie

Mijn innerlijke criticus

Er was alleen één stemmetje dat zich weinig aantrok van mijn spirituele ontwaken. En helaas voerde die nog regelmatig de boventoon: mijn innerlijke criticus. Ook wel de geïnternaliseerde criticus genoemd, het superego, de ingebouwde nee-zegger, the inner monster, je eigen Gordon Ramsay maar dan zonder restaurant. Dat stemmetje. Herkenbaar? Bij mij kan ik ’m onderverdelen in drie categorieën: de perfectionist, de people pleaser en de productiviteitsdrammer. Vooral aan die laatste heb ik een hekel, dat ik nooit even iets voor mezelf kan doen zonder schuldgevoel!

Lees verder onder de advertentie

Ja, en dan heb je ook nog het irritante neefje van je inner criticus: de intrusieve gedachte. Daar heb ik ook altijd ruzie mee. Die zegt bijvoorbeeld: ‘Wat als ik nu het stuur omgooi en het water inrijd?’

En dit moet je niet zien als een 113-gevalletje, maar echt als zo’n gedachte die soms als een soort horrorclown denkt de boel daarboven over te nemen. En daar komt dan de inner criticus ook nog overheen met: ‘Wat een achterlijke gedachte, Patrice! Normale mensen denken gewoon aan het avondeten.’

Mijne heet Erik

Goed, de groten der aarde hebben verschillende theorieën over die innerlijke stem. Sommigen zeggen dat je moet terugpraten en op een zachte toon moet zeggen; ‘Bedankt, maar ik heb je nu niet nodig’. Anderen zeggen juist dat je helemaal geen ‘gesprek’ moet aangaan, maar afstand moet creëren.

Zelf heb ik echt van alles geprobeerd, maar mijn innerlijke criticus bleek alleen verrassend slecht tegen negatieve feedback te kunnen. Tot afgelopen week. Toen ik dé oplossing vond. Geef je inner criticus een mannennaam!

Het blijkt namelijk verrassend makkelijk om tegen een denkbeeldige man te zeggen dat hij zijn mond moet houden. Die van mij heet Erik. Met een ‘k’, niets fancy’s. Dat verdient hij niet.

Echt, probeer het maar eens. Het is heel satisfying om te zeggen: ‘Erik, kappen nou.’ Tja, blijkt er voor mijn spirituele ontwaken uiteindelijk toch weer een man nodig te zijn. Uitgerekend een Erik. Typisch.

Meer lezen van Patricia? Hier vind je haar andere columns.

Voeg ons toe als voorkeursbron
Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail