Marjolein en Martine wonen meer dan 6000 kilometer van elkaar en hebben samen het bedrijf ChatLicense. Martine woont in New York met man en zoon (11) en dochter (9), Marjolein woont in Rotterdam met haar man en twee dochters (15 en 13 jaar).
Lees verder onder de advertentie
Marjolein en Martine zijn experts in hoe kinderen veilig online kunnen gaan en geven advies op lezersvragen.
Het dilemma: “Het antwoord op de meest gestelde vraag van de afgelopen tijd is nu eindelijk ‘ja’. Mijn zoon krijgt dit schooljaar zijn eerste smartphone. Handig voor de bereikbaarheid, maar ook best spannend. Hoe zorg ik dat hij niet meteen verdwijnt in groepsapps, filmpjes, games en eindeloos scrollen? En hoe geef ik hem een goede online start zonder alleen maar “nee”, “pas op” en “leg dat ding weg” te roepen?”
Lees verder onder de advertentie
Die eerste telefoon is voor iedereen een bijzonder moment. Maar geen paniek. Je hoeft geen digitale detective, fulltime schermtijdagent of wandelende TikTok-encyclopedie te worden. Wat wél helpt: niet wachten tot het misgaat, maar samen goed beginnen. Zie die eerste smartphone niet als eindpunt (“hij is nu oud genoeg”), maar als startpunt. Net zoals je je kind niet zonder oefenen het verkeer instuurt, hoef je hem ook niet zonder voorbereiding de digitale snelweg op te sturen.
Begin klein
Wat je niet moet doen? De telefoon uitpakken, simkaart erin, apps erop en je kind heel veel succes wensen. Want dan loop je achter de feiten aan. Voor je het weet zitten jullie in discussies over schermtijd, is er een groepsapp die ontploft en blijkt je kind om 22.47 uur nog “heel even” een filmpje te kijken dat automatisch twintig filmpjes werd.
Lees verder onder de advertentie
Begin dus klein. Bespreek: waar is deze telefoon eigenlijk voor? Voor school? Om bereikbaar te zijn? Om met vrienden te appen? Voor muziek, spelletjes, foto’s? Maak het concreet. Niet: “Gebruik je telefoon normaal.”
Beter is: wanneer gebruik je hem wel, wanneer niet en waar blijft hij liggen? Bijvoorbeeld: niet tijdens het eten, niet tijdens huiswerk, niet op de fiets en ’s nachts buiten de slaapkamer. Klinkt streng? Misschien. Maar je zegt eigenlijk: deze telefoon hoort bij je leven, maar hij is niet de baas over je leven.
Maak samen afspraken
Regels werken beter als je kind begrijpt waarom ze er zijn. “Omdat ik het zeg” is lekker kort en duidelijk, maar niet altijd heel leerzaam. Leg uit waarom privacy belangrijk is, waarom je niet zomaar foto’s van anderen deelt en waarom onbekenden online net zo goed vreemden zijn, zelfs als ze een gezellige profielfoto hebben en van dezelfde game houden als je kind.
Lees verder onder de advertentie
Maak samen een paar basisafspraken: welke informatie deel je niet, wie voeg je wel of niet toe en wat doe je als iets online niet fijn voelt? En vergeet ook de praktische kant niet: sterke wachtwoorden, updates uitvoeren, privacy-instellingen checken en elkaar toestemming vragen voordat je foto’s of filmpjes deelt.
En natuurlijk gaat dit niet in een keer vlekkeloos. Je kind gaat vergeten, onderhandelen, proberen of “maar iedereen mag dat” inzetten als juridisch argument. Dat hoort erbij. Het doel is niet een perfect gezin met perfecte schermregels. Het doel is dat jullie een gedeelde basis hebben waarop je kunt terugvallen als het gedoe begint.
Lees verder onder de advertentie
Stel alles samen goed in
Instellingen zijn misschien niet het meest gezellige onderdeel van de eerste smartphone, maar wel belangrijk. Looper door privacy, locatie, meldingen, aankopen, wachtwoorden en app-toestemmingen. Welke apps mogen meldingen sturen? Wanneer staat locatie delen aan? Wie kan contact opnemen? Kun je aankopen doen zonder toestemming?
Lees verder onder de advertentie
Doe dit niet stiekem ’s avonds laat maar samen. Dan leert je kind namelijk meteen: online veiligheid regel je niet achter de schermen , maar is iets waar je zelf ook over nadenkt. Bovendien beland je vanzelf in gesprek. “Waarom wil deze app je locatie weten?” is een prima startvraag.
Oefen thuis
Veel online gedoe ontstaat niet omdat kinderen slechte bedoelingen hebben, maar omdat ze niet weten wat ze moeten doen. Wat zeg je als iemand blijft appen terwijl jij geen zin hebt? Wat doe je als een klasgenoot een rare foto doorstuurt? Wat als iemand in een game vraagt waar je woont? Wat als je uit een groepsapp wordt gegooid? Wat als je iets ziet waarvan je schrikt?
Lees verder onder de advertentie
Bespreek dat soort situaties vóórdat ze gebeuren, gewoon tussendoor. Geef je kind wat zinnen die hij echt kan gebruiken: “Ik reageer later.” “Ik wil dit niet.” “Ik stuur dit niet door.” “Ik vraag het eerst thuis.” “Stop, dit vind ik niet oké.” “Ik klik hier niet op.”
Klinkt simpel, maar juist simpele zinnen zijn handig op het moment zelf. Want als je kind midden in groepsdruk, schaamte of verwarring zit, is “stel je grens op een sociaal-emotioneel verantwoorde manier” niet de zin die automatisch uit zijn mond floept.
Doe geen inspectie
Natuurlijk wil je weten wat je kind doet. Maar als elke vraag klinkt als een inspectie, gaat de deur snel dicht.Probeer nieuwsgierig te blijven. Vraag: “Wat is de leukste app die je nu gebruikt?” “Welke groepsapp is het drukst?” “Heeft iemand vandaag iets grappigs gestuurd?” Zo laat je merken dat je zijn online wereld niet alleen spannend of gevaarlijk vindt, maar ook gewoon onderdeel van zijn leven.
En als er iets misgaat? Adem eerst uit. Je wil dat je kind naar je toe durft te komen, óók als hij op een rare link heeft geklikt. Als jouw eerste reactie altijd straf, paniek of een preek is, leert je kind vooral: volgende keer vertel ik niks meer.
Kijk ook naar jezelf
Deze is misschien irritant, maar nodig. Want als jij tijdens het eten “nog heel even” je mail checkt, tijdens een gesprek naar je scherm kijkt of in bed nog door Instagram scrolt, dan ziet je kind dat ook. Je hoeft echt geen heilige met een Nokia 3310 te worden. Maar je kunt wel laten zien dat volwassenen ook oefenen.
Lees verder onder de advertentie
“Mijn telefoon gaat nu even weg, anders blijf ik kijken.” “Ik klik niet zomaar op die link, want ik vertrouw hem niet.” Dat soort kleine voorbeelden zijn goud waard, omdat je laat zien dat schermgebruik iets is waar je bewust mee omgaat.
Kleine checks, grote hulp
De eerste smartphone is geen grote familiebespreking met koekjes, contracten en handtekeningen. Het is een doorlopend gesprek. Vandaag gaat het over schermtijd, volgende week over groepsapps, daarna over een nieuwe game, een vage link, een foto, een klasgenoot of een app waar “iedereen” ineens op zit.
Lees verder onder de advertentie
Plan daarom af en toe een kleine check-in. Niet zwaar. Niet: “We moeten praten over jouw telefoongebruik.” Maar: “Hoe gaat het met je telefoon deze week?” Of: “Is er iets online gebeurd dat leuk, stom of raar was?” En pro-tip: de beste tijd is in de auto of vlak voor het slapengaan.
Wil je samen met je pre-puber op een leuke en praktische manier aan die goede online start werken? Met de app ChatLicense haalt je kind z’n ‘digitale rijbewijs’ in drie weken en krijg je als ouders toegang tot handige tips en tricks die je het hele eerste jaar helpen (en erna). Je krijgt 25% korting op een jaarabonnement met de code KekMama25, te verzilveren in de shop.
Interesse in meer digitale dilemma’s? Hier vind je de andere columns van Marjolein en Martine.
Kitty is zeventien als ze ontdekt dat ze zwanger is van haar 15-jarige vriend. Zelf weet ze al snel dat ze haar kindje wil houden, maar vanuit haar omgeving overheerst vooral bezorgdheid. Inmiddels is ze negentien, moeder van James en Ivy en te zien in het nieuwe seizoen van Vier Handen Op Eén Buik.
Bijna drie jaar nadat Douwe Bob besloot dat het zo niet langer kon, kijkt de zanger met een heel andere blik naar zijn leven. Hij is inmiddels getrouwd, vader van drie kinderen en zegt beter in zijn vel te zitten.
Frans Duijts (59) blikt in zijn nieuwe biografie Vallen & opstaan terug op moeilijke periodes in zijn leven. Samen met zijn vrouw Marloes vertelt hij ook over de zorgen om hun oudste dochter Jolanda (21), die kampte met ernstige somberheid en gedachten aan zelfdoding.
Wat als jouw zoontje nogal opkijkt naar zijn oudere buurjongen en daarbij behoorlijk beïnvloed wordt, op een manier waar jij als moeder he-le-maal niet blij mee bent? Het gebeurt bij Dilara.
Charlotte en haar vriend zijn dolblij met de naam van hun dochter Lune, maar haar moeder denkt daar duidelijk anders over. Oma weigert haar kleindochter zelfs Lune te noemen en gebruikt consequent haar tweede naam Rosalie.
Als Noa (14) uit school komt met een flinke rode plek op haar voorhoofd, schiet moeder Louise (42) direct in standje opsporing verzocht. Gevallen? Ruzie? Een uit de hand gelopen gymles? Noa houdt het bij: ‘Er is niks.’