Martine de Jong vlooit geen luizen, voedt niet op en laat haar zesjarige dochter gezellig koffie zetten. “Daar krijg je er zelfstandige kinderen van.”

Tijdens mijn eerste zwangerschap nam ik mij voor: ik zou nooit een luie moeder worden. Na de bevalling kreeg ik een geweldige kraamhulp die mijn huis poetste dat het een lieve lust was. Elke avond stond er een maaltijd klaar, het bed werd om de dag verschoond en de wasmand was nooit vol. Een perfect begin van mijn nieuwe leven als supermoeder. Helaas ging ze na een weekje weg, ontplofte mijn huishouden en bleek ik alsnog een ontzettend luie moeder te zijn.

Mama wil uitgebreid in bad

En ik ben niet de enige. Als je in het weekend in de vroege ochtend door je buurt wandelt, zie je ze overal: de vaders die bij luie moeders horen. Je kunt ze herkennen aan hun frisse ‘ik ben sinds kort vader en daar ben ik trots op’-blik en ze hebben al hun kinderen bij zich. Meestal is dit een baby, soms loopt er ook een peuter naast en de mannen slepen met verse broden en zakken croissants. Het zijn de vaders die met het krieken van de dag naar buiten worden gestuurd zodat mama uitgebreid in bad kan gaan. Of de krant kan lezen in haar ochtendjas met een grote beker koffie verkeerd. Of nog een uurtje kan doorslapen. Deze vaders worden wat mij betreft niet genoeg geprezen.

Alleen naar de supermarkt

Van lui moederschap krijg je overigens heel zelfstandige en mondige kinderen. Ik herinner me dat mijn moeder me weleens naar de supermarkt stuurde en dat ik me als kind daar altijd heel trots en groot door voelde. Met dit in mijn achterhoofd probeerde ik al snel de zelfstandigheid van mijn zoon te stimuleren door hem – hij was net drie – ook alleen naar de supermarkt te sturen. Toegegeven: de supermarkt was in hetzelfde blok, hij hoefde er niet eens voor over te steken. Het werkte goed, peuters zijn wat dat betreft net honden: ze doen niets liever dan hun baasjes blij maken. Door zijn supermarktbezoekjes werd hij gedwongen hulp te vragen bij het pakken van dingen waar hij niet bij kon, zijn plek op te eisen in de rij voor de kassa en netjes dankjewel te zeggen als hij wisselgeld terugkreeg. Ik zat de eerste keren vreselijk nerveus te wachten bij het raam tot hij terugkwam, maar geloof me, er is niets waar je hart sneller van volloopt dan van je kind dat met een pak melk en wat wisselgeld in zijn vuistje terugrent naar huis. Bijkomend voordeel: ik kan hem sindsdien gewoon op pad sturen als ik er tijdens het koken achter kom dat ik de roomboter vergeten ben, of een prei, of zin heb in een zak drop.

Kim van Kooten doet het ook niet

Nog zoiets ongemotiveerds: ik doe niets op school. Helemaal niets. Ik vlooi geen luizen, ik hang geen stroken crêpepapier op in de gang vlak voor kerst, ik ga niet mee op schoolreisjes. Gelukkig bekende Kim van Kooten in januari in een interview met de Volkskrant dat zij ook niets doet en nu voel ik me iets minder schuldig. Maar toch, waar halen andere ouders de motivatie vandaan?

Beetje lummelen langs de lijn

Mijn zoon zat op een blauwe maandag op honkbal. Hij is er mee gestopt omdat het toch niet helemaal zijn sport bleek te zijn, maar stiekem was ik vooral blij dat ik nu ook niet meer in de kantine hoefde te fungeren als snackbarhouder tijdens de verplichte bardienst. Ouder¬participatie, bah. Ik had me net zo verheugd op twee uur lang een beetje lummelen langs de zijlijn.

Komt vanzelf goed

Het meest last van die luiheid heb ik tijdens het avondeten. Door een gebrek aan ruggengraat heb ik mijn kinderen nooit geleerd alles te eten. Ze lustten op een gegeven moment bijna niets meer. Gelukkig aten ze een aantal gerechten die min of meer gezond waren en die schotelde ik ze meerdere keren per week voor. Er is echt niets zo vermoeiend als een opvoedkundige ¬discussie met je kind aangaan rond etenstijd, als iedereen moe en hongerig is. Zoals met zoveel dingen blijkt ook met het eetprobleem: als je het negeert, komt het vanzelf goed. Mijn zoon is nu bijna negen en wil alsnog alles eigenlijk wel eten. Het gaat nog niet van harte, maar de menu¬kaart is inmiddels vervierdubbeld. Is hij onderweg ondervoed geraakt? Welnee. Neemt hij me later kwalijk dat we niet al te exotisch hebben gegeten in zijn jeugd? Ik mag hopen van niet.

Koffie op bed

Mijn dochter vroeg me al jong hoe ze koffie voor me kon zetten. Ze had gezien hoe blij ik werd van koffie en wilde daar aan bijdragen. Ik zag weer een kans voor extra luieren en leerde haar met zes jaar hoe het koffie¬apparaat werkt. “Kijk, deze hendel moet omhoog, lukt dat? Pak anders even een krukje. Ja precies, en dan pak je een cupje, ja, dat kan hierin, hendel naar beneden. Dan zet je een beker eronder en dan druk je op deze knop.”
Natuurlijk adviseerde ik haar de veel te grote bekers te pakken zodat de hete koffie niet over de rand zou klotsen – zo ontaard ben ik nou ook weer niet – en ik bestelde alvast mijn eerste kopje voor de volgende ochtend. “Als de wekkerradio op acht staat hoor, niet eerder.” Nu krijg ik elk weekend koffie op bed, met de krant, en zo breid ik mijn heerlijke bestaan stukje bij beetje uit.
Ben ik een luie moeder? Zeker weten, maar ook een ontspannen moeder met zelfstandige kinderen en daar wordt uiteindelijk iedereen gelukkiger van. Want reken maar dat het bij ons thuis oergezellig is.

In samenwerking met Kek Mama