Moet kerst nog beginnen en ben je nu al afgepeigerd? 12 smoezen om op het nippertje nog af te zeggen.

  1. We gaan op vakantie. Last-minute. Spontane actie van man, ik wist ook van niks. Je weet hoe hij is hè, leeft niet op de agenda. Zeker een ding ja, negen uur met kinderen in het vliegtuig. (Maar beter dan een uur naast tante Agaath die niet ophoudt over haar kunstheup.)
     
  2. De kinderen hebben luizen. Allebei. Vréselijk is het. Hebben ze vast opgelopen tijdens de kerstviering op school; in groep 6 waren ook luizen. Ik ben echt alléén maar aan het wassen en kammen. Wacht… kan ik je zo terugbellen? Er valt net iets levends uit mijn haar. Bijten die beesten eigenlijk?!
     
  3. Ik ben ziek. Van de garnalen voor het voorgerecht, denk ik, ik heb ze even voorgeproefd. Tjonge, zó vervelend… O, hik, momentje… (Verbreek de verbinding).
     
  4. We hebben waterschade. Nou, niet een beetje hoor, echt de hé-le straat staat blank! Bevroren buitenleiding, denk ik. Ik moet nog zeker twee uur wachten op de loodgieter en… wacht, zijn de buren nou een koek-en-zopie voor mijn huis aan het opzetten?!
     
  5. Jongste heeft een driftbui. Hoor je hem? Volgens mij haalt zijn volume de grens met België. Zo stijf als een plank, is ‘ie. Ik kan hem moeilijk horizontaal de auto in schuiven; dat wordt oorlog met de oudste. Is ook zo wat voor de kerstsfeer; begin vooral zonder ons!
     
  6. Oudste heeft zich opgesloten op de wc. En nu krijgen we de deur dus niet meer open. Schroevendraaier, koevoet; niks werkt. Oerdegelijk hoor, die nieuwbouwhuizen. Ik overweeg de brandweer in te schakelen, maar ja, die draaien tijdens kerst natuurlijk ook niet op volle bezetting.
     
  7. De auto start niet. Of nou ja, eerst startte hij een beetje, maar nu heb ik denk ik ook nog de motor verzopen. De hulplijn van de Wegenwacht staat roodgloeiend, dit gaat nog mínstens drie uur duren.
     
  8. Vriendin ligt in crisis. Staat zojuist met haar koffers op de stoep. To-táál wrak is ze. Arm schaap. Ik kan haar echt niet laten zitten, en ze is absoluut niet in staat om mee te komen. Het arme kind kan alleen maar huilen. Tja, en de kinderen rijden niet even zelf naar je toe, hè.
     
  9. De hond doet raar. Misselijk, lijkt het. Volgens mij heeft ‘ie het konijn van de buren te pakken gehad. Ik kan hem echt niet alleen laten zo. Trouwens, hoe gaat het met Flappie?
     
  10. De straat is afgezet. Iets met een demonstratie tegen vlees eten met kerst. Zo kom ik dus met geen mogelijkheid weg.
     
  11. Ik moet werken. Er zijn alleen maar zieken, niet normaal meer. Ze zitten compleet met de handen in het haar. De noodtoestand is nog net niet afgekondigd. Als ik ze nu laat zitten, ben ik straks mijn baan kwijt.
     
  12. Mijn bejaarde buurman is gestruikeld. Nee, niks ernstigs hoor, maar hij kan maar beter even naar de huisartsenpost. Ik kan hem moeilijk in een taxi stoppen, tijdens kerst. Wacht niet op mij; ik red me wel!

 

More content below the advertising

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >