ruziemaken leren
Beeld: Unsplash

Marieke zou het liefst net als haar ouders sussend door het leven gaan, haar man Simon komt uit een oud en berucht geslacht van ruziemakers.

Het is maandagavond en Simon en ik hebben ruzie. De aanleiding is te knullig voor woorden.
Ik: “Kan die telefoon nou even aan de kant? We zijn aan het eten.”
Hij, compleet afgehaakt: “…”
Ik, geïrriteerd: “Je telefoon. Aan. De. Kant. Het is niet te geloven hoeveel tijd jij besteedt aan onzinnige groepsapps. Hoeveel flauwe filmpjes van iemand die als een dronken idioot op een plank een heuvel afskiet en dan keihard valt kan een mens bekijken op één avond?”
Hij, niet luisterend: “Hmmmmmm?”
Ik, zwaar geïrriteerd: “We zijn aan het eten. E-ten. Lekker sociaal dit. En ook echt een goed voorbeeld voor de kinderen.”
Hij, ineens wakker: “Wat zit je nou te zeuren?”
Enz. Enz. Tot het moment dat we elkaar verwijten dat ik ‘altijd’ zit te zeuren en hij ‘nooit’ naar mij luistert. En ik niet wil toegeven dat ik altijd zit te zeuren en hij niet wil toegeven dat hij nooit luistert en we in een soort patstelling terecht zijn gekomen die alleen maar doorbroken gaat worden als een van ons inbindt en dat zijn we allebei niet van plan.
 

Slap van het lachen om ruzies

Gevolg: ruzie. En niet van het soort dat we na tien minuten lafjes boos zijn allebei enorm om elkaar moeten lachen, want haha, wat zijn we toch stijfkopjes, kom hier, dan zoenen we het snel af. (Ik vind het altijd verwonderlijk hoeveel mensen naar eigen zeggen om zichzelf moeten lachen als ze ruzie maken met elkaar. Als dat zo is, waarom strandt dan veertig procent van alle huwelijken? Omdat die mensen allemaal zo slap van het lachen lagen om hun eigen ruzies? Ik denk eerder dat toegeven dat je af en toe servies naar elkaars hoofd smijt een taboe van de bovenste plank is. Maar dat geheel terzijde.)
 

'Ik heb ruzie-angst, hij discussie-allergie'

Zo’n ruzie om een x-onderwerp (dat al snel niet meer ter zake doet) eindigt bij ons meestal in een ruzie om de vorm van diezelfde ruzie. Ik vind dat we snel alles moeten gladstrijken en hup, weer door. Uitpraten? Sorry zeggen? Nee, nee, snel wegstoppen allemaal. Want ruzie, dat moet wel het teken van een heel slechte relatie zijn. Simon vindt daarentegen dat helemaal niemand met elkaar moet discussiëren, maar dat een van ons (ik) gewoon moet toegeven en sorry zeggen en wel snel, want hoe langer er discussie is, hoe bozer hij wordt. Kortom: ik heb ruzie-angst, hij discussie-allergie.
 

'Déze afrit, o nee gemist'

De basis van het probleem bij mij is: mijn ouders hadden nooit ruzie. Echt nooit. Althans, in mijn beleving. Ik kan me letterlijk niet één moment van stemverheffing herinneren, laat staan dat er borden door de kamer vlogen. Oké, er was weleens irritatie. Een paar keer per jaar. Meestal op de rondweg van Parijs als we ‘ja toch wel, nee toch niet, wacht even, nee niet, o wacht, nee, ja, toch wel, deze afrit, déze afrit, o nee gemist’ moesten nemen, en de bron van de verwarring het feit bleek te zijn dat mijn moeder de kaart ondersteboven had gehouden. Maar zelfs dan vlogen er geen harde woorden over en weer, maar mopperde mijn vader wat binnensmonds en zei mijn moeder sorry en was de ergernis over als we alsnog de goede route hadden gevonden.
 

The silent treatment

Mijn moeder beweert trouwens dat er echt weleens ruzie was, maar dat uitte zich dan in the silent treatment. Elkaar doodzwijgen dus. Soms wel een paar weken lang. Herinner ik me niets van. Ik herinner me de fijne sfeer thuis, dat ik nooit bang was dat mijn ouders uit elkaar gingen of elkaar de tent uit vochten. Ik denk dat ik tot mijn twaalfde niet eens wist dat volwassenen ruzie met elkaar maken. En dat voelde fijn als kind en het is natuurlijk enorm het goede voorbeeld voor een latere relatie, behalve dan dat ik nu bij elke ruzie tussen Simon en mij denk dat we helaas zullen moeten scheiden.
 

Een ruzietraditie

Simon daarentegen komt uit een oud geslacht van ruziemakers. “Altijd discussie, vaak geschreeuw”, zegt hij als ik vraag hoe hij het huwelijk van zijn ouders zou omschrijven. Dat is nog steeds zo. Niemand kijkt nog op als mijn schoonvader tegen mijn schoonmoeder loopt te bulderen dat ze de vaatwasser niet goed heeft in- dan wel uitgeruimd. En mijn schoonvader heeft het weer van zíjn vader en zo gaat de ruzietraditie lang terug.

Simon wil hem graag doorbreken. Ik ook. Alleen willen we allebei een andere manier. Ik wil ‘gewoon geen ruziemaken’, zoals mijn ouders. Onenigheid snel wegmoffelen, zonder duidelijke conclusie of oplossing. Simon wil ‘niet die eeuwige discussie’. Onenigheid eveneens snel van de tafel, maar wel opgelost zodat niet exact dezelfde discussie morgen, overmorgen of volgende week weer de kop opsteekt (een bekend probleem tussen zijn ouders). En als we dan toch bezig zijn ook even de manier van ruziemaken centraal stellen, zodat we die meteen kunnen aanpakken. Dat klinkt op zich als een goede manier, behalve dan dat zijn oplossing vaak is: toegeven, Marieke. Sorry zeggen, Marieke. Wat weer direct terug te leiden is op zijn ouders, waarbij zijn moeder altijd degene is die inbindt. En dat ben ik niet van plan, want dat vind ik doodeng. Straks loopt-ie nog over me heen, zeg, zoals zijn vader over zijn moeder. Dat is een beetje flauw, want Simon is nou niet bepaald de beste vriend van zijn vader, laat staan dat hij hem als voorbeeld heeft. Maar toch, voor je het weet zit je in een patroon.
 

Lees ook
Ruzie top 4 >

 

'Kun je er niet gewoon over ophouden?'

Nee, laten we dan liever mijn ouders als voorbeeld nemen. Je spreekt nooit iets uit, maar er is wel rust in de tent. Dus hoezo moet ik nu sorry zeggen? Kun je er niet gewoon over ophouden? Heb je het daar nu nóg over?! Ik interviewde ooit een relatietherapeut die zei dat de manier waarop iemand op ruzie reageert inderdaad vaak teruggaat naar trauma’s uit de jeugd. Nu heeft Simon geen trauma door de ruzies van zijn ouders en ik niet door het gebrek eraan, maar er zit natuurlijk wel iets in.
 

Gezapig

Dat Simon niet wil dat onze kinderen opgroeien in een sfeer van altijd maar discussie, is begrijpelijk vanuit zijn jeugd. Voor mij ligt het anders. Ik vond het fijn dat mijn ouders nooit tegen elkaar stonden te schelden en dat wil ik ook graag voor onze kinderen, maar achteraf gezien denk ik weleens: op veel echte passie heb ik ze ook niet kunnen betrappen. Het was gezapig. En dat leken ze allebei prima te vinden, maar ik heb ze óók nooit zien zoenen. Niet echt, althans. En de keren dat mijn vader in het voorbijgaan mijn moeder bij haar heupen greep en begon te dansen alsof hij een Zuid-Amerikaanse samba-leraar was, zijn op de vingers van nul handen te tellen.

Nu kan je denken: hoeft ook niet. Maar dit zijn wel de dingen die Simon doet en waarmee hij me aan het lachen maakt. En ik denk ook weleens: mijn moeder pikte soms wel veel. Als Simon belooft dat hij om zes uur thuis is en hij is om kwart voor zeven nog nergens te bekennen, vind ik dat irritant en dat zal ik hem dan ook meedelen. Mijn vader doet dit regelmatig en weigert bovendien stelselmatig het gebruik van de mobiele telefoon. Mijn moeder vindt dat ook heel ergerlijk, maar ze accepteert het zonder er veel van te zeggen.
 

Een felle discussie over intellectuele vermogens

Dat mijn vader een enorme Pietje Precies is en daarom de administratie die mijn moeder net heeft gedaan nog even napluist op fouten, zou voor mij genoeg zijn voor een felle discussie over intellectuele vermogens en het feit dat hij blijkbaar twijfelt aan de mijne. Niet bij mijn ouders. Mijn moeder haalt haar schouders op en laat hem begaan. Net als over het feit dat hij na 22 jaar nog steeds niet wil snappen hoe de magnetron werkt, laat staan dat hij ooit kookt, ook al is hij met pensioen en mijn moeder niet. Allemaal geen halszaken en mijn vader is een heel aimabele man, maar goed, ik zou denk ik toch mijn mond niet altijd kunnen houden.

Dus ik kan wel willen dat Simon en ik het huwelijk van mijn ouders op dit vlak kopiëren, maar realistisch gezien: ik ben mijn moeder niet. En hij is mijn vader is. Dus het is een zinloos streven. En is het dan echt altijd beter om gewoon je mond te houden in plaats van ergernissen uit te spreken? De rechte lijn te kiezen in plaats van soms dalen, maar ook de hoge pieken?
 

De hoeveelheid ruzie zegt niet veel

Diezelfde relatietherapeut zei dat de hoeveelheid ruzie op zichzelf niet zoveel zegt over de kwaliteit van de relatie (hoewel ik dat bij de dagelijkse schreeuwpartijen van mijn schoonouders waag te betwijfelen, maar goed), maar wel de manier waarop er ruzie wordt gemaakt. Schelden, kwetsen, minachting voor elkaar: allemaal niet zo handig voor je relatie. Elkaar laten uitpraten en begrijpen daarentegen: wel een goed idee. Dat is natuurlijk leuke theorie, maar als het zo goed gaat met uitpraten en begrijpen zou er geen ruzie zijn, denk ik.

Toch zit er natuurlijk wel iets in. Er valt namelijk op Simons discussie-allergie ook wel wat af te dingen. Want doordat hij zo geprikkeld reageert op weerwoord van mijn kant gaat hij met grote regelmaat voorbij aan de inhoud. Waardoor ik het gevoel heb dat ik harder moet roepen en dan nog harder, omdat ik anders niet word gehoord. Als hij nou even die allergie onderdrukt en lúistert naar wat ik zeg, zou die discussie die hij zo haat heel snel over zijn. Dan hoeft-ie ook niet zo te flippen over het feit dat er überhaupt discussie is.
 

Even toegeven

Het is soms (niet altijd, ik geef het toe) zijn eigen gedrag dat een woordenwisseling juist in stand houdt en heviger maakt. Nu moet ik alleen nog even leren hem daar niet fijntjes op te wijzen als hij toch al boos is, want dat is nog nooit zinvol gebleken. Dat moet ik dus achteraf doen. Dan maar even toegeven om de gemoederen wat te laten bedaren en niet proberen de ruzie snel onder het tapijt te vegen en meteen te beginnen over wat híj allemaal anders had moeten doen. Dat is namelijk ook niet echt een voorbeeld voor de kinderen.

Die ruzie over de telefoon, die kwam trouwens nog goed. Uiteindelijk gaf ik toe dat ik dit soort dingen misschien beter niet kan bespreken waar de kinderen bij zijn. Simon gaf toe dat het einde wel een beetje zoek is als we tijdens het eten met een scherm voor onze neus zitten. Doet-ie nu niet meer. Probleem opgelost. We leren het nog weleens, ruziemaken.
 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

scheiden of blijven

Je hebt het eindeloos geprobeerd. Alle voors en tegens afgewogen, tientallen keren gepraat met elkaar, en misschien zelfs wel relatietherapie gevolgd. Als de onrust en onvrede in je relatie aanhouden, wat doe je dan? Scheiden of blijven?

Aya (36) is tien jaar na de ongeplande zwangerschap van haar zoon (9), nog steeds samen met zijn vader Björn (41) - al voelt ze zich single. "Een relatie, ik vind het een zwaar overschat fenomeen. Natuurlijk bestaan ze, stellen die jarenlang dolgelukkig zijn samen, zich zielsverwant voelen en geen leven kunnen bedenken zonder elkaar. Mijn ouders zijn zo'n stel, Björn en ik niet.

Het was een simpele verkering. We waren halverwege de twintig, konden leuk stappen samen, en hadden lol zolang we zware onderwerpen uit de weg gingen. Eigenlijk meer een vriendschap, maar dan met fysieke aantrekkingskracht. Het was nooit de bedoeling dat ik zwanger zou raken. Dat de pil niet zou werken, bij de antibioticakuur die ik slikte, hadden mijn huisarts en apotheker me niet verteld. Dus was ik al bijna tien weken onderweg, toen ik bedacht dat mijn menstruatie wel erg lang op zich liet wachten.

 

Droombeeld

Ik was zesentwintig. Wist dat ik ooit dolgraag kinderen wilde en bij voorkeur met de liefde van mijn leven. Maar wat was dat eigenlijk, de liefde van je leven? Vriendinnen om me heen klooiden ook maar wat aan. Kregen eveneens kinderen met mannen van wie ze zich soms afvroegen of dit het nou was, een liefdevolle relatie. Wijn drinkend en lachend om de slapstick die ons leven heette, besloten we dat we waren opgegroeid in een farce, met een droombeeld van liefde dat helemaal niet bestaat.

Björn nam verantwoordelijkheid als vader. Betaalde de hele babyuitzet, en toen ik - een maand nadat we waren gaan samenwonen - zes weken te vroeg beviel van onze zoon, was hij niet weg te slaan uit het ziekenhuis. Nog steeds staat hij altijd klaar voor zijn zoon. Is drie keer per week met hem op het voetbalveld te vinden, neemt hem op zondag mee naar het zwembad, de dierentuin of een wedstrijd van hun favoriete voetbalclub, en stoeit met hem voordat ik hem in bed leg. Een droomvader. Maar Björn en ik, wij hebben niks. Niets meer dan vriendschap en een geoliede gezins-BV, tenminste.

 

Onbereikbare liefde

Ik had er geen last van - want wat wil je meer dan een lekker lopende thuissituatie en een beetje gezelligheid? Tot ik twee jaar geleden halsoverkop verliefd werd op een getrouwde man. Met hem kon ik praten op een niveau dat ik met Björn nooit bereikt had. Het leek alsof hij een mannelijke kopie van me was; in alles voelde ik me zo enorm begrepen. Opeens snapte ik waar iedereen altijd over praatte. Wat mijn ouders al die jaren bij elkaar hield. Dít was dus liefde. Maar hij was onbereikbaar.

Na twee maanden zette ik een punt achter mijn verhouding. Ik besloot Björn niets te vertellen, want het veranderde niets aan onze situatie. We zouden samen blijven, en doorgaan in een relatie die hij als ultiem beschouwt, maar voor mij een vriendschap is met af en toe een keertje seks.

 

Dan maar met vriendinnen

Gesprekken op gevoelsniveau, theaterbezoeken, huilen om wat me echt beweegt; ik deel het met vriendinnen. Zoals zoveel mensen met relaties dat doen, denk ik. Björn verlaten omdat ik weet dat er meer bestaat dan dit, heeft geen zin zolang ik dat 'meer' niet heb gevonden bij een ander. Je stopt ook niet met het eten van boterhammen, omdat je weet dat er ook kaviaar bestaat. Zolang de kaviaar geen optie is, verhonger ik liever niet. Bovendien is het feit dat mijn zoon opgroeit in een verder harmonieuze gezinssituatie, me meer waard dan mijn liefdesleven - zeker omdat het maar de vraag is of ik die liefde ooit nog zal vinden.

 

Lees ook:
‘Mijn familie ziet me aankomen: scheiden is een schande’

 

‘Typisch vrouwen’

Voor Björn is mijn onvrede gewoon 'typisch vrouwelijk' - zoals hij elk gesprek afdoet dat ik hierover probeer aan te gaan. Er zit gewoon echt niet meer in dan dit, maar híj is in elk geval gelukkig.

Björn is een gezellige vriend en een fantastische vader. Ik leid dus eigenlijk een celibatair single leven met een huisgenoot die ook nog eens de helft van de zorg voor mijn zoon uit handen neemt, en al mijn kosten met me deelt. Misschien niet helemaal eerlijk, omdat ik waarschijnlijk weg ben zodra ik die liefde wél nog een keer tegenkom. Of mijn minnaar van twee jaar geleden alsnog besluit te scheiden. Tot die tijd tel ik mijn zegeningen: het gros van de vrouwen om me heen leeft met een man met wie ze niet echt gelukkig zijn én die niet meedraait in het gezin. Mocht Björn zijn zorgtaken van de ene op de andere dag ook neerleggen, dan ben ik natuurlijk zo vertrokken."

 

Scheiden of blijven? Lees hier de tips van psycholoog Sandra van Scheijndel.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

verschillend maar gelukkig Anouk Jan-Pieter
Beeld: Unsplash

Het klopt van geen kant en toch werkt het: mensen die niets gemeen hebben, maar al jaren een prima relatie hebben. “Als we er echt niet uitkomen, ga ik hem zoenen.”

Anouk (44) is al vijftien jaar samen met Jan-Pieter (45), terwijl ze uit twee totaal verschillende milieus komen.

Anouk: “Ik ben de trotse dochter van een bijstandsmoeder. Mijn jeugd kenmerkt zich door soberheid en duurzaamheid. Mijn zus en ik kregen twee keer per jaar nieuwe schoenen van de Bata of Bristol en daar moesten we het mee doen. Dan leer je vanzelf dat je zuinig moet zijn op je spullen. Ook geld voor uitstapjes, vakanties of tussendoorcadeaus was er niet, maar dat heb ik ook niet echt gemist. Ik kijk terug op een fijne kindertijd, heb dankzij bijbaantjes kunnen studeren en nooit één cent rood gestaan.”
 

Weelde

Hoe anders is dat bij Jan-Pieter. Hij komt uit een ondernemersgezin. Op zijn achttiende kreeg hij zijn eerste auto van zijn ouders: een nieuwe Ford Escort. Hij hopte van de ene in de andere studie en bouwde een studieschuld op van veertigduizend gulden. “Daar heeft JP geen nacht wakker om gelegen. Dat lost zich vanzelf wel op, dacht hij.

Met hetzelfde gemak wil hij onze kinderen Léon (13) en dochter Tess (11) opvoeden. We werken allebei, JP koopt alles wat los en vast zit en wil de kinderen laten delen in de weelde. Ze hoeven maar te kikken of ze hebben Air Max Nikes en de allernieuwste iPhone. Ze hebben meer Lego dan Bart Smit, plus een Playstation, Wii en Xbox. Compleet van de gekke, maar ik kan JP niet afremmen. Het is drie tegen één. ‘Mama moet niet zo flauw doen’, en: ‘In de klas heeft níemand een afgedankte telefoon’, hoor ik dan.
 

Lees ook
Handige tips als jij en je partner verschillend denken over de opvoeding >

 

De weg van de minste weerstand

Volgens mij is het een uitspraak van Dr. Phil: ‘Do you want to be happy or do you want to be right?’ In mijn geval: het liefst allebei, maar dat gaat in mijn relatie niet samen. Daarom kies ik vaak de weg van de minste weerstand en hou mijn mond, ook al weet ik zeker dat ik gelijk heb. Door Léon en Tess ook af en toe mee te nemen naar de kringloopwinkel en te vertellen over het nut van sparen, hoop ik ze toch nog een beetje de waarde van geld mee te geven.”

 

Dit verhaal is onderdeel van een interviewserie in het Kek Mama Liefdesboek 2018 en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >