pleidooi zoenen
Beeld: Unsplash

Een bloedeloos kusje als we naar ons werk gaan, en nog een als we thuiskomen. Jet de Bruin - zelf een enthousiaste zoener - betreurt het dat bij veel koppels de passie uit de zoen verdwijnt.

Mijn ouders waren verschrikkelijk. Liep je de keuken in voor een boterham met pindakaas, stonden ze gezellig te zoenen. Kwam je thuis met een vriendinnetje, omhelsden ze elkaar voor het raam. Kwam pa thuis van zijn werk, dan deed ma haar bril af en begroetten ze elkaar liefdevol. Mijn broers, zussen en ik werden er stapeldol van.

 

We schaamden ons dood

In het nuchtere Twente waar wij woonden, begroetten ouders elkaar nog net niet met een handdruk, maar veel verder kwamen ze niet in het openbaar. En dan had je onze ouders – verdwaalde Randstedelingen tussen de Tukkers – van wie de hele wereld mocht weten dat ze van elkaar hielden. Wij kinderen schaamden ons dood. “Ga voor dat raam weg”, sisten we streng. “Doe niet zo gek. De hele straat kan jullie zien.” Daar trokken ze zich natuurlijk niets van aan. En gelijk hadden ze.

 

Mijn ouders waren uitzonderingen

Inmiddels is het vele jaren later en kijken we vertederd terug op de zoensessies van pa en ma. Hun huwelijk was af en toe stormachtig, ze konden gigantisch ruzie maken, maar allemachtig wat hielden die twee van elkaar. En wat waren ze er goed in dat aan elkaar te laten merken. Mijn ouders waren uitzonderingen.

 

Meeste koppels zoenen minder

De meeste koppels zoenen elkaar steeds minder naarmate ze langer bij elkaar zijn. En dat is doodjammer. Want zoenen is de smeerolie in de ingewikkelde machine waaruit een relatie bestaat. Als je niet zoent, verroest de machine en we weten allemaal waar dat op uitloopt. Op dure onderhoudsbeurten bij de relatietherapeut en nog duurdere scheidingen. Iets waar we niet op zitten te wachten en daarom is het helemaal niet gek de kus te herintroduceren in het huwelijk.
 

Lees ook
'Voor ik het wist, zat ik hartstochtelijk met een vrouw te zoenen' >


 

Eindeloze, verrukkelijke, liefdevolle zoenen

En dan hebben we het niet over het geroutineerde afscheidskusje als je naar je werk gaat, de snelle begroetingszoen als je thuiskomt of de kus als voorspel voor een potje vrijen. Nee, het gaat om het eindeloze, verrukkelijke, liefdevolle zoenen dat je je herinnert uit je verkeringstijd. Toen afscheid nemen uren kon duren, je elke gelegenheid te baat nam om elkaar eens flink bij de lurven te grijpen, je niet genoeg kreeg van zijn geur, zijn adem, zijn tong, zijn handen die door je haar woelden. Die tijd dat je midden op straat stilstond om zijn lippen op de jouwe te voelen. En je tijdens de verjaardag van je oma stiekem ontsnapte om in de gang tussen de jassen elkaar even hartstochtelijk beet te pakken.

 

Hoe vaak zoenen we?

Even wat cijfers. Hoe vaak zoenen we eigenlijk? Geen vluchtige kus, maar vurig? 25 procent van de koppels beweert dat dagelijks te doen (nog niet zo lang bij elkaar, vermoed ik), 35 procent een keer per week (laat me raden: als aanloop voor sex), 17 procent een of enkele keren per maand (hetzelfde liedje), 13 procent minder dan een keer per maand, 7 procent nooit en 3 procent heeft geen idee (dat laatste getal vind ik zeer intrigerend, maar het Quest­onderzoek uit 2014 waaruit deze cijfers komen, gaat daar helaas niet dieper op in). Ik vind het maar een treurige uitkomst.

 

Prioriteiten bijstellen

Misschien zeg je nu: “Hoor eens, ik heb wel wat anders te doen dan zoenen. Er moeten wassen gedraaid, monden gevoed, badkamervloeren gedweild, kinderen van school gehaald en dan heb ik ook nog een baas die wil dat ik mijn deadlines haal.” Allemaal waar, ongetwijfeld, maar misschien is het tijd eens naar je prioriteitenlijstje te kijken en het bij te stellen. Als je aan het eind van je leven terugkijkt op deze tijd, wil je dan denken: bij mij thuis kon je van de vloeren eten, blonken de ramen en lagen de shirtjes, rokjes en broekjes keurig gestreken in de kast? Of prefereer je de gedachte: af en toe was het een zooitje, maar wat hebben we het fijn gehad met zijn allen. Want ik durf zonder aarzelen de stelling te verdedigen: hoe meer de ouders zoenen, hoe leuker de jeugd is van je kind. Niets is zo fijn als een vader en moeder die van elkaar houden. Dat geeft je kind een veilige basis waar het de rest van zijn leven profijt van heeft. Als je een goed voorbeeld hebt aan je ouders, zit het er dik in dat je later ook geluk hebt in de liefde.

 

Zoenen is heel gezond

Bovendien is zoenen ook nog eens heel gezond. Het zet je lichaam even op zijn kop. In je lippen zitten honderd keer meer zenuwuiteinden dan in je vingertoppen. Je bloeddruk stijgt, je gaat sneller ademhalen, je stofwisseling en speekselklieren slaan op hol, je hartslag schiet van zeventig naar honderd slagen per minuut en het allerfijnst: je hersenen maken extra endorfine aan, dat geinige genotsstofje waar je je zo gelukkig van gaat voelen. En die endorfine zorgt er weer voor dat je pupillen wijder worden, je huid strakker en je teint roziger. Het is niet voor niets dat verliefde mensen er zo goed uit zien. Die zoenen zich helemaal suf. En reken maar dat het gezonder is dan met een verbeten kop een halve marathon lopen. Je in de sportschool in het zweet werken. Met een boomstam op je rug je laten afbeulen door een personal trainer. Op een racefiets om het IJsselmeer jakkeren. Of wat mensen zoal nog meer doen om een beetje fit te blijven. En geef toe: duizend keer leuker.  

 

Verrukkelijk moment van intimiteit

Ik hoor sommigen nog steeds tegensputteren. “Luister eens, mijn man ziet me aankomen. Wij zoenen als we met elkaar vrijen, maar toch niet op een doodgewone maandagochtend in de herfst? Dan denkt-­ie meteen dat ik sex wil.” Nou en? Is dat zo erg? Stel je voor: het is maandagochtend, hij eet een snelle boterham, neemt een laatste slok koffie, pakt zijn aktentas en buigt zich naar je over voor de standaard afscheidskus. Op dat moment sta je op, je trekt zijn hoofd naar je toe en laat langzaam je tong naar binnenglijden. Je streelt zijn haar en zijn rug en knijpt even in zijn kont. Je bouwt langzaam af met kleine kusjes of een zacht bijtje in zijn lip. Je lacht lief en zegt: “Fijne dag schat. En succes met dat rapport dat je vandaag af moet maken.” Reken maar dat hij dansend naar zijn auto loopt en op kantoor als een tierelier aan zijn rapport gaat schrijven. Niks sex, gewoon een verrukkelijk moment van intimiteit waardoor je je allebei de rest van de dag gelukkig voelt.

 

Ik hoor de kinderen al joelen

“Ik hoor mijn kinderen al joelen, zuchten en chagrijnig kijken als we zo afscheid nemen”, zeg je nu misschien. Laat die kinderen lekker joelen/zuchten/ chagrijnen, antwoord ik op mijn beurt. Dat mijn ouders niet alleen een relatie met ons hadden maar ook met elkaar, is een cadeau dat ik mijn hele leven koester. Dus poets je tanden en schrob je tong. Heren, scheer je lekker glad en besprenkel je wangen met het heerlijke geurtje dat je voor je verjaardag hebt gekregen. Dames, gooi die oude ochtendjas in de vuilnisbak en verschijn in een leuk shirt aan de ontbijttafel. Kijk elkaar aan, breng de gezichten dichterbij. Hap niet meteen toe, maar kus subtiel elkaars lippen. Sluit je ogen. Nu komt de tong erbij te pas. Wissel daarmee af en toe zachtjes van richting. Sla de armen om elkaar heen. Zucht van genoegen. Als cooling down kijk je elkaar nog even aan en knijp je in elkaars handen. Dag lieverd, ik hou van je. En laat de kinderen ondertussen vooral brullen, kots geluiden maken en zich doodschamen. Daar worden ze groot van.
 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

scheiden of blijven

Je hebt het eindeloos geprobeerd. Alle voors en tegens afgewogen, tientallen keren gepraat met elkaar, en misschien zelfs wel relatietherapie gevolgd. Als de onrust en onvrede in je relatie aanhouden, wat doe je dan? Scheiden of blijven?
 

Nollie (39), moeder van twee zonen (8 en 4) en een dochter (6), trok het niet meer, de eeuwige strijd met haar man Evert (43). Begin dit jaar vroeg ze de scheiding aan. “Ons eerste gesprek ooit was een woordenwisseling. Een verbale krachtmeting. Tijdens een teamleidersvergadering op kantoor, liep ik - amper zevenentwintig jaar - de vergaderruimte binnen en zag hem in één oogopslag zitten, de nieuweling: Evert. Het zoveelste grijze pak tussen de eindeloze andere grijze pakken binnen ons bedrijf, maar met één groot verschil: hij keek me aan met zo'n zelfingenomen, brutale blik, dat ik wist dat we aan elkaar gewaagd waren.
Ik vergiste me in wat cijfers, tijdens die vergadering. Hij zette me met een gevatte opmerking op mijn plek, ik gaf een grote mond terug. 'Aangenaam', zei hij een paar uur later bij de koffieautomaat, 'volgens mij zijn wij nog niet uitgepraat.' Die middag zaten we samen op de vrijdagmiddagborrel van het werk, dezelfde nacht nog bleef ik slapen. We zijn nooit meer uit elkaar gegaan.
 

Krachtmeting

Die eerste ontmoeting zette de toon voor hoe we met elkaar omgingen. De liefde tussen Evert en mij was groot; we klikten op alle fronten en we genoten van elkaar. Er was alleen één maar: onder al die positiviteit, bleef die continue krachtmeting gaande. Had ik een zware dag gehad op werk, dan was de zijne zwaarder. Ontdekte hij een leuk, nieuw restaurant, dan kende ik iets nog veel hippers. De grootste grapjas op een feestje: we streden zonder woorden om de eer. Wie de leukste ouder was wanneer de kinderen vriendjes mee naar huis namen. Wie het meest gereisd had. Het best zijn talen sprak. Het was dodelijk vermoeiend.
Het houdt je scherp, zo'n relatie. En we zorgden óók goed voor elkaar. Wanneer één van ons ziek was. Of gestrest. Of gewoon even tijd voor zichzelf nodig had, in een pittige fase met de kinderen. Toch kon geen van ons ooit echt klein zijn bij de ander, en zich echt laten troosten. Voor ons allebei gold dat als een teken van zwakte, en dus verlies.
 

Praktische aanpak

De ergernis daarover ontstond toen onze oudste zoon gepest werd op de basisschool. Lerarengesprekken en conclaven met de schooldirectie, Evert en ik deden ze fantastisch samen. We voerden allebei het hoogste woord, waren doortastend en onvermurwbaar. Samen regelden wij het wel even, dachten we. Wat klopte, want het pesten stopte. Maar delen hoe ik 's nachts wakker lag van de zorgen, hoe mijn hart brak als mijn zoon weer eens in tranen thuiskwam en ik zachtjes mee huilde: ho maar. Andersom raakte het Evert natuurlijk net zo hard, maar ook hij hield zijn diepste gevoelens voor zichzelf. We vonden elkaar in de praktische aanpak, en dreven op emotioneel vlak steeds verder uit elkaar. Eenzaam in je eigen relatie; dat gevoel gun je niemand.
Ik merkte het niet eens, in eerste instantie. Tot ik Ewoud tegenkwam, een vriend van vrienden. We raakten aan de praat op een tuinfeestje, en voor ik het wist vertelde ik hem alles wat in me omging. Mijn angsten, mijn onzekerheden. De zorgen die ik had over mijn zoon en hoe ik dat niet echt kon delen met Evert. Ewoud liet me praten. Had geen pasklare oplossingen of gevatte opmerkingen paraat, maar voelde gewoon met me mee. En dat was precies wat ik nodig had.
 

Softe toer

Ik vertelde Evert over mijn gesprekken met Ewoud. En over hoe erg ik die emotionele band tussen ons miste. Het eerste gesprek deed hij al af met een 'Zo, gaan we op de softe toer, meisje?'. 'Dit bedoel ik dus', reageerde ik. Overdreven, vond hij. Koud en ongeïnteresseerd als hij dat echt meende, vond ik. Weer kwamen we tegenover elkaar te staan. Vochten we voor ons gelijk. Terwijl het enige wat we echt hoefden te doen, namelijk simpelweg naar elkaar luisteren zonder strijd, niet bedachten.

Wat me ooit het meest in hem aantrok, werd ons breekpunt. Zelfs toen we onze problemen bespraken met een bevriende psycholoog, probeerden we allebei nog ons verhaal zoveel mogelijk vol levenswijsheid en inzichten te vertellen. Wát een schertsvertoning.


Lees ook:
'We namen meer genoegen met elkaar dan dat we voor elkaar kozen' >

 

Twee kapiteins

Dit was gewoon wie we waren, realiseerde ik me. En niet alleen ik, Evert deelde mijn inzicht. Twee kapiteins op één schip, dat werkt gewoon niet. Misschien was het best te leren, om af en toe een stap opzij te doen en de ander gewoon te horen. Zonder meteen weer met oplossingen en wijsheden te komen. Maar de jarenlange strijd had ook iets gedaan met ons gevoel voor elkaar. Evert en ik hielden van elkaar als de vader en moeder van onze kinderen, maar de liefde voor elkaar als partners, was aan alle strijd ten onder gegaan. Zelfs de seks was al tijden dood, want hoe kun je nou echt vrijen, als je altijd maar bezig bent met scoren?
Begin dit jaar vroegen we gezamenlijk de scheiding aan. Binnen drie maanden waren we eruit, oplossingsgericht als we altijd zijn. We hebben het beklonken met een gezinsetentje. Sindsdien - ik woon de helft van de tijd met de kinderen in ons huis, Evert in een appartement even verderop - is onze relatie stukken beter. Zie ik ook weer zijn leuke kanten, en lachen we weer. Ik hoef niet meer van hem te winnen en hij niet van mij, en samen doen we ons best het zo fijn mogelijk te houden voor de kinderen. Hebben we uiteindelijk toch nog allemáál gewonnen."

Scheiden of blijven? Lees hier de tips van psycholoog Sandra van Scheijndel.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

 

man komt te snel klaar
Beeld: Pexels

De man van Annelize (39) bereikt tijdens het vrijen binnen tien seconden een orgasme. ‘Begin ik net een beetje op te warmen, is ‘ie alweer klaar.’ Seksuoloog Mandy Ronda geeft tips.

Een jaar na haar scheiding kwam Annelize, moeder van twee kinderen (8 en 6), de man van haar dromen tegen. Hij had alleen één probleempje, ontdekte ze meteen tijdens de eerste date. “We waren uit eten geweest en namen nog een afzakkertje bij mij thuis. Binnen de kortste keren lagen we te zoenen op de bank. Na een minuut of wat deinsde hij geschrokken terug. ‘Sorry’, zei hij, een beetje beschaamd. Ik begreep niet wat hij bedoelde, tot hij wat ongemakkelijk naar zijn kruis greep: hij was klaargekomen in zijn boxershort.

Wat schattig, dacht ik, hij raakt zo opgewonden van me, dat hij het niet aankan. Maar inmiddels zijn we getrouwd en drie jaar verder, en de seks heeft nog nooit langer geduurd dat twee minuten. Zodra hij me penetreert, is hij binnen tien seconden klaar. Precies wanneer ik net een beetje begin op te warmen.”
 

Zelf kan ‘ie het wel

“Hij heeft het al zijn hele leven, zegt hij, en weet niet beter. Alleen met masturberen gaat het minder snel. Tenzij ik het doe natuurlijk, want dan is het zo gepiept. We hebben weleens een verdovende crème geprobeerd, maar die werkte niet. Alleen het opsmeren bracht hem al bijna tot een hoogtepunt. Ik ben wél anders gewend, en stoor me inmiddels zo aan zijn probleem, dat ik langzamerhand begin te verlangen naar seks met een andere man. Wanneer we er weer eens over hebben gepraat, stelt hij zijn routine meestal wel even bij. Neemt meer de tijd voor mij, masseert me, en verwent me met zijn vingers of tong. Zodat ik ook geniet, voordat hij zijn tien seconden lol heeft. Maar na een week komt daar meestal de klad weer in, en bestaat de seks alleen nog maar uit vluggertjes.”
 

Aandoening

Het goede nieuws: er valt wat aan te doen, zegt seksuoloog Mandy Ronda. “Oók als een verdovende crème niet werkt. Dat is bovendien alleen maar symptoombestrijding, evenals de antidepressiva die de huisarts nog weleens voorschrijft bij dit probleem - terwijl er waarschijnlijk een heel ander probleem achter ligt.” Veel mannen denken dat ze te snel klaarkomen, maar slechts een heel klein percentage lijdt zoals de man van Annelize daadwerkelijk aan premature ejaculatie, zegt ze. “Dat is een aandoening, waarbij een man altijd tussen de nul en honderdtwintig seconden tot een orgasme komt, en het point of no return niet voelt aankomen.”

 

Lees ook:
‘Ik heb gewoon écht geen zin in seks’ >

 

Trucjes

Mandy begeleidt stellen én single mannen die hiermee te maken hebben. “Vaak blijkt dat spanning, faalangst en prestatiedruk de boosdoeners zijn”, zegt ze. “En heel soms is er sprake van een overgevoelige eikel, door een tekort aan de neurotransmitter serotonine bij depressie, of door een overschot aan adrenaline door stress.”

Neem het serieus, praat erover, en zoek hulp bij een seksuoloog, is haar advies. “Het is geen diagnose waar je zomaar vanaf komt, maar er zijn wel een paar trucjes om ermee om te gaan. Wissel wat vaker van standje, bijvoorbeeld. En als hij dan nog steeds te snel klaarkomt, kan hij tijdens het masturberen  - dus zonder prestatiedruk van zijn partner - proberen het klaarkomen zo lang mogelijk uit te stellen. Dat kan met behulp van ademhalingstechnieken en bekkenbodemtraining. Zo leert hij in contact te komen met zijn lichaam en te herkennen wanneer het point of no return zich aandient.”

Erkennen dat je dit probleem hebt is spannend, dus hulp zoeken is dapper, vindt Mandy. “Het is alleen maar hoe je het bekijkt: zie het niet als hulp zoeken voor een probleem, maar als skills halen om een betere minnaar te worden.” En daar wordt toch iedereen gelukkig van?
 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >