Beeld: Getty
Beeld: Getty

Een bloedeloos kusje als we naar ons werk gaan, en nog een als we thuiskomen. Jet de Bruin - zelf een enthousiaste zoener - betreurt het dat bij veel koppels de passie uit de zoen verdwijnt.

Mijn ouders waren verschrikkelijk. Liep je de keuken in voor een boterham met pindakaas, stonden ze gezellig te zoenen. Kwam je thuis met een vriendinnetje, omhelsden ze elkaar voor het raam. Kwam pa thuis van zijn werk, dan deed ma haar bril af en begroetten ze elkaar liefdevol. Mijn broers, zussen en ik werden er stapeldol van.

 

We schaamden ons dood

In het nuchtere Twente waar wij woonden, begroetten ouders elkaar nog net niet met een handdruk, maar veel verder kwamen ze niet in het openbaar. En dan had je onze ouders – verdwaalde Randstedelingen tussen de Tukkers – van wie de hele wereld mocht weten dat ze van elkaar hielden. Wij kinderen schaamden ons dood. “Ga voor dat raam weg”, sisten we streng. “Doe niet zo gek. De hele straat kan jullie zien.” Daar trokken ze zich natuurlijk niets van aan. En gelijk hadden ze.

 

Mijn ouders waren uitzonderingen

Inmiddels is het vele jaren later en kijken we vertederd terug op de zoensessies van pa en ma. Hun huwelijk was af en toe stormachtig, ze konden gigantisch ruzie maken, maar allemachtig wat hielden die twee van elkaar. En wat waren ze er goed in dat aan elkaar te laten merken. Mijn ouders waren uitzonderingen.

 

Meeste koppels zoenen minder

De meeste koppels zoenen elkaar steeds minder naarmate ze langer bij elkaar zijn. En dat is doodjammer. Want zoenen is de smeerolie in de ingewikkelde machine waaruit een relatie bestaat. Als je niet zoent, verroest de machine en we weten allemaal waar dat op uitloopt. Op dure onderhoudsbeurten bij de relatietherapeut en nog duurdere scheidingen. Iets waar we niet op zitten te wachten en daarom is het helemaal niet gek de kus te herintroduceren in het huwelijk.

 

Eindeloze, verrukkelijke, liefdevolle zoenen

En dan hebben we het niet over het geroutineerde afscheidskusje als je naar je werk gaat, de snelle begroetingszoen als je thuiskomt of de kus als voorspel voor een potje vrijen. Nee, het gaat om het eindeloze, verrukkelijke, liefdevolle zoenen dat je je herinnert uit je verkeringstijd. Toen afscheid nemen uren kon duren, je elke gelegenheid te baat nam om elkaar eens flink bij de lurven te grijpen, je niet genoeg kreeg van zijn geur, zijn adem, zijn tong, zijn handen die door je haar woelden. Die tijd dat je midden op straat stilstond om zijn lippen op de jouwe te voelen. En je tijdens de verjaardag van je oma stiekem ontsnapte om in de gang tussen de jassen elkaar even hartstochtelijk beet te pakken.

 

Hoe vaak zoenen we?

Even wat cijfers. Hoe vaak zoenen we eigenlijk? Geen vluchtige kus, maar vurig? 25 procent van de koppels beweert dat dagelijks te doen (nog niet zo lang bij elkaar, vermoed ik), 35 procent een keer per week (laat me raden: als aanloop voor sex), 17 procent een of enkele keren per maand (hetzelfde liedje), 13 procent minder dan een keer per maand, 7 procent nooit en 3 procent heeft geen idee (dat laatste getal vind ik zeer intrigerend, maar het Quest­onderzoek uit 2014 waaruit deze cijfers komen, gaat daar helaas niet dieper op in). Ik vind het maar een treurige uitkomst.

 

Prioriteiten bijstellen

Misschien zeg je nu: “Hoor eens, ik heb wel wat anders te doen dan zoenen. Er moeten wassen gedraaid, monden gevoed, badkamervloeren gedweild, kinderen van school gehaald en dan heb ik ook nog een baas die wil dat ik mijn deadlines haal.” Allemaal waar, ongetwijfeld, maar misschien is het tijd eens naar je prioriteitenlijstje te kijken en het bij te stellen. Als je aan het eind van je leven terugkijkt op deze tijd, wil je dan denken: bij mij thuis kon je van de vloeren eten, blonken de ramen en lagen de shirtjes, rokjes en broekjes keurig gestreken in de kast? Of prefereer je de gedachte: af en toe was het een zooitje, maar wat hebben we het fijn gehad met zijn allen. Want ik durf zonder aarzelen de stelling te verdedigen: hoe meer de ouders zoenen, hoe leuker de jeugd is van je kind. Niets is zo fijn als een vader en moeder die van elkaar houden. Dat geeft je kind een veilige basis waar het de rest van zijn leven profijt van heeft. Als je een goed voorbeeld hebt aan je ouders, zit het er dik in dat je later ook geluk hebt in de liefde.

 

Zoenen is heel gezond

Bovendien is zoenen ook nog eens heel gezond. Het zet je lichaam even op zijn kop. In je lippen zitten honderd keer meer zenuwuiteinden dan in je vingertoppen. Je bloeddruk stijgt, je gaat sneller ademhalen, je stofwisseling en speekselklieren slaan op hol, je hartslag schiet van zeventig naar honderd slagen per minuut en het allerfijnst: je hersenen maken extra endorfine aan, dat geinige genotsstofje waar je je zo gelukkig van gaat voelen. En die endorfine zorgt er weer voor dat je pupillen wijder worden, je huid strakker en je teint roziger. Het is niet voor niets dat verliefde mensen er zo goed uit zien. Die zoenen zich helemaal suf. En reken maar dat het gezonder is dan met een verbeten kop een halve marathon lopen. Je in de sportschool in het zweet werken. Met een boomstam op je rug je laten afbeulen door een personal trainer. Op een racefiets om het IJsselmeer jakkeren. Of wat mensen zoal nog meer doen om een beetje fit te blijven. En geef toe: duizend keer leuker.  

 

Verrukkelijk moment van intimiteit

Ik hoor sommigen nog steeds tegensputteren. “Luister eens, mijn man ziet me aankomen. Wij zoenen als we met elkaar vrijen, maar toch niet op een doodgewone maandagochtend in de herfst? Dan denkt-­ie meteen dat ik sex wil.” Nou en? Is dat zo erg? Stel je voor: het is maandagochtend, hij eet een snelle boterham, neemt een laatste slok koffie, pakt zijn aktentas en buigt zich naar je over voor de standaard afscheidskus. Op dat moment sta je op, je trekt zijn hoofd naar je toe en laat langzaam je tong naar binnenglijden. Je streelt zijn haar en zijn rug en knijpt even in zijn kont. Je bouwt langzaam af met kleine kusjes of een zacht bijtje in zijn lip. Je lacht lief en zegt: “Fijne dag schat. En succes met dat rapport dat je vandaag af moet maken.” Reken maar dat hij dansend naar zijn auto loopt en op kantoor als een tierelier aan zijn rapport gaat schrijven. Niks sex, gewoon een verrukkelijk moment van intimiteit waardoor je je allebei de rest van de dag gelukkig voelt.

 

Ik hoor de kinderen al joelen

“Ik hoor mijn kinderen al joelen, zuchten en chagrijnig kijken als we zo afscheid nemen”, zeg je nu misschien. Laat die kinderen lekker joelen/zuchten/ chagrijnen, antwoord ik op mijn beurt. Dat mijn ouders niet alleen een relatie met ons hadden maar ook met elkaar, is een cadeau dat ik mijn hele leven koester. Dus poets je tanden en schrob je tong. Heren, scheer je lekker glad en besprenkel je wangen met het heerlijke geurtje dat je voor je verjaardag hebt gekregen. Dames, gooi die oude ochtendjas in de vuilnisbak en verschijn in een leuk shirt aan de ontbijttafel. Kijk elkaar aan, breng de gezichten dichterbij. Hap niet meteen toe, maar kus subtiel elkaars lippen. Sluit je ogen. Nu komt de tong erbij te pas. Wissel daarmee af en toe zachtjes van richting. Sla de armen om elkaar heen. Zucht van genoegen. Als cooling down kijk je elkaar nog even aan en knijp je in elkaars handen. Dag lieverd, ik hou van je. En laat de kinderen ondertussen vooral brullen, kots geluiden maken en zich doodschamen. Daar worden ze groot van.

 

Dit artikel staat in Kek Mama 10-2015.

lachen-om-relatieproblemen

Omdat jij het dopje nooit op de tandpasta draait en hij zijn onderbroeken altijd onder het bed gooit. Om sommige relatieperikelen kun je maar het beste heel hard lachen.

Ze hadden het zo mooi afgesproken en waren het roerend eens: Marit en haar man zouden hun zoon vegetarisch opvoeden.

Marit: “Maar Bodhi was nog geen twee of hij had zijn eerste frikandel al te pakken. Die kreeg hij van papa, in de dierentuin. Ik kreeg er nog een foto van ook. Bijschrift: ‘Vindt-ie lekker joh!’ Ik was furieus.

Wat mijn man naar binnen schuift moet hij zelf weten, maar het getuigt van weinig respect dat hij onze afspraak zo lomp aan zijn laars lapt. ‘Kom op schat,’ zei hij, ‘die frikandel was toch al dood, en onderzoek heeft uitgewezen dat er van alles in die dingen zit, maar weinig vlees.’
 

'Ga maar bij je moeder eten'

Ik kon er niet om lachen. Als wij het goede voorbeeld niet geven, van wie leert hij het dan verantwoordelijk met dieren en het milieu om te gaan? Niet van zijn vader, zoveel is duidelijk. De borden vliegen nog net niet door de kamer, maar het ís voorgekomen dat ik hem naar zijn moeder stuurde om daar aan tafel te schuiven.

Als wat ik kook niet goed genoeg is, gaat-ie maar ergens anders gehaktballen eten. Hij klaagt nooit over wat ik wel kook, maar vooral over wat níet op tafel verschijnt. Koop dan een broodje filet americain tijdens je werkpauze, denk ik dan, of bestel een portie bitterballen in het café. Maar val ons kind er niet mee lastig.”
 

In wc-papier gerolde tampons

Mats (43) baalt dat zijn vrouw al haar troep laat slingeren.

“Ik vind bijna alles lief, leuk en lekker aan mijn vrouw, maar die nachtbeugel met kwijl die structureel op het aanrecht slingert, die hoeft van mij niet. Net als de in wc-papier gerolde tampons op de badrand. Er staat nota bene een prullenbak binnen handbereik. Honderd keer heb ik er wat van gezegd, ik smeerde zelfs een keer mayonaise in die beugel – de kinderen vonden het hilarisch – maar de volgende dag lag hij er weer. Ik ruim het tegenwoordig zelf maar op. Natuurlijk verlaat ik mijn vrouw niet om deze reden, maar er komt een dag dat ik mijn gebruikte wc-papier ook gezellig laat slingeren.”
 

Géén huisdieren

Renate ligt met haar man in de clinch over twee harige huisgenoten.

“Wat waren mijn dochters blij toen ik thuiskwam van een zakenreisje en twee katjes trof. ‘Kijk mam, hoe lief’, kirde de oudste. ‘De grijze is van mij en de zwarte van haar.’ Ik werd niet goed. Zuurstokroze kastelen in de woonkamer, een gang vol wandelwagens, stepjes en kinderfietsjes – ik vind het allemaal prima, maar we hadden één afspraak: geen huisdieren. Ja, een verzorgpony als ze negen en elf zijn, die kost me hooguit een paar stinkende paardrijbroeken per week.

Nu was ik welgeteld twee dagen weggeweest en stelde hij me voor een voldongen feit. De meisjes waren natuurlijk halsoverkop verliefd geworden op die kittens. Ik zou wel de wreedste moeder ter wereld zijn om ze weer af te nemen.
 

Halve kikker als avondeten

‘Je wéét hoe ik hierover denk’, siste ik naar mijn man. Hij moest lachen: ‘Jij vindt ze ook enig, geef nou maar toe.’ Natuurlijk vind ik dat, maar binnen drie dagen wist ik weer waarom ik geen beesten wil. Want wie kan de kattenbak verschonen, elke dag stofzuigen en die beesten voeren? Precies. En dan zwijg ik nog over de ondergekotste dekbedden, onze bank die aan flarden ligt dankzij kattennagels en de half opgegeten kikkers die ze het huis in slepen.

Eén keer heb ik uit wraak zo’n halve kikker aan mijn man geserveerd, bij het avondeten. Die grap doet het nog steeds fantastisch op feesten en partijen, maar de kattenbak heeft hij nog steeds niet verschoond.”
 

'Nee, daar krijg je vieze handen van'

De man van Merel heeft een schoonmaak- en opruimobsessie.

“Niet te zuinig ook. Ik vraag me af hoeveel kinderen lego hebben die twee keer per week in de vaatwasser gaat. De complete Duplo-dierentuin van onze jongste zoon stopt hij in de wasnetjes die bedoeld zijn voor mijn panty’s en beha’s. Mijn vent verdient een medaille voor vindingrijkheid.

Niks mis met schoon speelgoed, zou je zeggen, maar zijn poets- en opruimwoede neemt zulke vormen aan dat het schier onmogelijk wordt in mijn huis te leven. Trek ik mijn ene sneaker aan, word ik een seconde afgeleid door de kinderen, is de andere spontaan verdwenen. Opgeruimd. Heb ik net vijftig euro afgerekend met onze werkster die de keuken een grote beurt heeft gegeven, komt mijn man thuis en gaat het blinkende aanrecht poetsen. Kleertjes die ik klaarleg voor de volgende ochtend: binnen een uur liggen ze alweer keurig in de kast. De brief die ik op de passagiersstoel van de auto leg zodat ik hem niet vergeet op de bus te doen: weg. De lunchtrommels op het aanrecht die ik nog moet vullen, de tas met lege flessen op de deurmat die mee moet naar de supermarkt, het vlees dat ligt te ontdooien: alles wordt neurotisch opgeruimd.

‘Hou nou eens op met dat dwangmatige gedoe!’ gil ik vaak, maar dan kijkt hij me aan of ik gek ben geworden. En zegt: ‘Hallo, wees blij dat ik je help.’ Ha, ik heb liever dat hij de schutting een keertje schildert. Maar dat doet hij niet, want daar krijg je vieze handen van.”
 

Lees ook
Hilarisch: IKEA lost je relatieproblemen op >

 

'Co-ouderschap is stukken duurder, hoor'

Susanne heeft een saai baantje en droomt van een eigen bedrijf. Haar man vindt dat geen goed idee, hij hecht aan financiële zekerheid.

“Nou ja, alsof het ons aan geld ontbreekt, hij verdient heel goed. Ik denk dat hij het gewoon lekker makkelijk vindt, een vrouw met een parttimebaan die er altijd is voor de kinderen. Als ik mijn eigen bedrijf start, zal hij thuis wat vaker de handen uit de mouwen moeten steken. En daar zit hij niet op te wachten. Maar een relatie is geven en nemen.

Zodra mijn jongste naar de middelbare school gaat, ben ik aan de beurt. Dan bedruipen de kinderen zichzelf en kan ik fulltime investeren in mijn bedrijf. Zolang ik daar de gezamenlijke rekening niet voor aanspreek, zie ik geen problemen. Ik zeg niet voor niets tegen die man van me: ‘Co-ouderschap is stukken duurder, hoor.’”
 

Sergeant-majoor

Ginette (35) denkt weleens aan scheiden omdat ze er niet meer tegen kan.

“Ik vond het aanvankelijk wel prima dat mijn man strenger is dan ik. Onze zonen van zeven en negen kunnen wel een consequente aanpak gebruiken. Ik ben nogal een rommelkont, ook in de opvoeding. Ik ontdek vlak voor de voetbaltraining dat ik de tenues nog niet heb gewassen, bedenk om kwart voor zes ’s avonds pas wat we gaan eten, vergeet altijd wanneer het juffendag is en soms liggen de jongens doordeweeks pas om half tien in bed.

Hun vader is het andere uiterste. Eén keer niet luisteren betekent een dag zonder iPad. Kamer niet opgeruimd: geen gameminuten. Hij heeft onze oudste zelfs zijn mond laten spoelen met zeep toen hij brutaal was tegen opa. Hij gedraagt zich als een sergeant-majoor, ik gun ze meer vrijheid en wil dat ze zelf dingen ontdekken.

Er is ook veel wat hun vader en mij bindt, hoor. Maar ik weet niet zeker of onze relatie zijn gedril overleeft. Dat moet echt veranderen.”
 

'Investeer in ervaringen, niet in spullen'

“Ik snak naar een man die van reizen houdt”, zegt Machteld.

Toen ik mijn vriend leerde kennen, deed hij alsof hij al de halve wereld had gezien had en nee, een baby zou heus niets veranderen aan zijn reislust. Nou, in de zes jaar dat we bij elkaar zijn, zijn we exact één keer naar Berlijn geweest. En het geld dat ik maandelijks opzijzet om te sparen voor mijn droomreis naar Zuid-Afrika, geeft hij liever uit aan sterrenrestaurants en dure kleding.

Hij vindt mijn reislust onrealistisch, met een peuter en een tweede kind op komst. Ik heb niks met zijn materialistische levensstijl. ‘Investeer in ervaringen, niet in spullen’, zei mijn vader altijd en dat geef ik mijn kinderen ook met de paplepel mee. Mijn reizen hebben me vele malen meer gebracht dan een paar Dolce & Gabbana-schoenen.”
 

Dit artikel staat in het Kek Mama Liefdesboek 2018.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

mama gaat vreemd Saskia
Beeld: Unsplash

Ze willen voor geen goud hun gezin opbreken, maar hebben wel een minnaar. “Ik zie ons huwelijk als een bedrijf waarin we samen het gezin leiden en waaruit ik af en toe kan ontsnappen met mijn minnaar.”

Saskia (39), getrouwd met Hans, drie kinderen van 14, 11 en 9. Heeft sinds vijf jaar een minnaar: Sydney.

“Ik heb gezworen dat mijn kinderen nooit de pijn van een scheiding hoeven mee te maken. Ik was zelf acht toen mijn ouders uit elkaar gingen en ik vond het de hel. Hans en ik hebben ook geen best huwelijk. Eigenlijk hebben we nooit goed bij elkaar gepast, maar na de geboorte van de jongste zijn we echt uit elkaar gegroeid. Ons huwelijk is een soort wapenstilstand. De ruzies die we vroeger maakten, vinden we nu nutteloos. We praten over de kinderen en het huis, dieper gaat het niet. Ieder heeft zijn eigen vrienden, leeft zijn eigen leven. Als gezin gaan we nog op vakantie en op familiebezoek, meer niet.
 

Meer zit er voorlopig niet in

Liefde vind ik bij mijn minnaar Sydney. Hij is vrijgezel en woont achter ons. We zien elkaar al vijf jaar lang twee keer per week, een paar uurtjes, als de kinderen op school zijn. Meer zit er de komende negen jaar niet in. Ook Hans wil niet scheiden. Hij kan prima leven met onze rolverdeling. Ik werk niet, zorg voor het huishouden en de kinderen, waardoor Hans alle ruimte krijgt carrière te maken.

Of Hans ook vreemdgaat, geen idee. Hij zal heus weleens een schatje hebben als hij op zakenreis is. Hij weet niet dat ik een minnaar heb, ik denk niet dat hij iets vermoedt. Hans heeft me ooit frigide genoemd, waarschijnlijk denkt hij dat seks me koud laat.
 

Lees ook
Mama gaat vreemd: 'Ik wilde zo graag weer eens flirten en zoenen' >

 

'Ons huwelijk is liefdeloos, niet hopeloos'

Mijn vriendinnen vinden dat ik weg moet bij Hans, dat ik aan mezelf moet denken. Maar ons huwelijk is liefdeloos, niet hopeloos. We wonen in een vrijstaand huis, rijden allebei een mooie auto, gaan op wintersport én luxe zomervakanties. De kinderen geven ons genoeg afleiding en liefde. Ik zie ons huwelijk als een bedrijf waarin we samen het gezin leiden en waaruit ik af en toe kan ontsnappen met mijn minnaar.”

Dit verhaal is onderdeel van een interviewserie in Kek Mama 10-2017.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >