Marieke van Wijk kent maar één angst. Dat haar man op een dag op zijn vader gaat lijken. En zij op haar schoonmoeder.

Het heeft een behoorlijke tijd geduurd voordat ik een goed woord had gevonden voor de eerste kennismaking met mijn schoonvader. In het begin ging ik voor ‘misverstand’ (ik was jong en de relatie was nog pril), daarna heette het een tijdje ‘turbulent’, maar nu het bijna tien jaar geleden is, de relatie steady en ik mijn schoonvader beter ken, houd ik het op ‘volslagen gestoord’. Het ging ongeveer zo.
 

Niet Parkeren

Na een feestje zette ik mijn prille verkering thuis af. Zoals dat gaat met prille verkeringen was het afscheid nogal een langdurige kwestie, maar waar ik niet op had gelet, was dat ik mijn auto net voor het Niet Parkeren-bordje op het hek van mijn schoonouders had gezet. Hoe durf ik. Dat het elf uur ’s avonds was en er niemand met spoed via het hek de oprit hoefde te verlaten, deed uiteraard niet ter zake. Niet parkeren is niet parkeren.
 

'Dat is dus mijn vader'

Natuurlijk had ik eerst geen idee wie die idioot was die ineens met een deegroller — ja, echt – naast mijn raam opdook. Licht in paniek keek ik hulpzoekend naar Simon, die met een vermoeid “dat is dus mijn vader” uitstapte en de man in kwestie in duidelijke bewoordingen uitlegde dat hij hiervan niet gediend was. Na de luidruchtige woordenwisseling, waarbij ik door de zwaaiende deegroller voor zowel de veiligheid van mijn vriend als mijn voorruit vreesde, stapte Simon weer in. “Laten we maar gaan”, was zijn enige commentaar op het voorval. Althans, op dat moment. Later leidde het door ons wijdverspreide verhaal uiteraard tot grote hilariteit. Zeker omdat Simon zijn vader er de dag erna op aansprak en zijn moeder de verklaring “hij was toevallig aan het bakken” wist te verzinnen.

Zelf heb ik nooit de kans gehad het incident met mijn schoonvader te bespreken. Toen ik hem twee weken later ontmoette, stelde hij zich aan mij voor en deed alsof wij elkaar nooit eerder hadden ontmoet. Wat technisch gezien ook het geval was, want die toevallige deegroller maakte dat ik het die avond wel uit mijn hoofd liet om uit te stappen en de man de hand te schudden
 

Gevaarlijke gek

Geruststellend aan het hele verhaal vond ik evenwel de reactie van Simon, die het met mij eens was dat zijn vader zich die avond als gevaarlijke gek had gepresenteerd. Had hij het voorval proberen glad te strijken, dan had ik me ook over zijn geestelijke gesteldheid ernstige zorgen moeten maken. En zo waren er in de loop der jaren meer momenten dat ik opgelucht kon vaststellen dat Simon scherp in het vizier had dat zijn vader bij tijd en wijle echt heel vreemd is. 
 

'Trekjes'

Al die keren dat mijn schoonvader zijn vrouw commandeerde in bewoordingen waarvoor zelfs bij Defensie officiële waarschuwingen bestaan. De ontelbare malen dat hij vroegtijdig opstond bij etentjes en zomaar wegging omdat al het sociale contact hem ineens te veel werd (meestal gebeurt dit als hij meer dan twintig kilometer van zijn eigen huis is verwijderd, blijkbaar een kritieke grens die hij maar moeilijk aankan). Mijn schoonmoeder er achteraan, onderwijl aandoenlijke excuses mompelend (“Och wat vervelend, zijn maag speelt weer op”).

Maar ook de momenten dat zijn pet wel goed staat en hij helemaal opgaat in het ‘wat ben ik toch een leuke man’-toneelstukje zijn irritant. Hij slaat zo ver door dat hij bijna op schoot zit en tot in detail doorvraagt over je werk / familie / griepje dat allang weer over is / nieuw aangelegde tuin. Op dat soort momenten trekt hij onze dochter Madelief (bijna twee) ook op schoot en knuffelt haar als een bankschroef, wat ze heel vervelend vindt. “Zet me neer, opa”, zegt ze dan boos, wat hij niet doet. Laatst was ik het zo zat dat ik uitviel en hem sommeerde mijn kind onmiddellijk op de grond te zetten. Dat trok hij niet en hup, daar ging hij weer, Simon en mij achterlatend met een barbecue vol vlees.
 

'Het etiket kan mijn niet schelen'

Een nicht van Simon die pedagogiek heeft gestudeerd kan wel wat diagnoses verzinnen voor mijn schoonvader. Mij kan het niet schelen welk etiket erop zit, ik heb hem afgeschreven als leuke schoonvader. Voor Madelief hoop ik dat hij stopt met het bankschroefknuffelen en dat ze de leuke opa die hij soms is los kan zien van de bozige, vreemde man waarin hij ineens kan veranderen. Maar één ding kan ik maar niet loslaten. Hoeveel gezonde geestelijke vermogens ik ook zie bij Simon, ergens in mij blijft de angst overeind: als hij maar niet op zijn vader lijkt.

Ik zaag hem met grote regelmaat door over hoe het vroeger ging. Was zijn vader toen ook al zo raar? (Ja. Gelukkig. Het begint dus niet op latere leeftijd. Al is het nu wel veel erger.) Is de man ooit onder behandeling geweest van een goede loog of paat? (Nee. De man zelf ziet immers het probleem niet. En zijn vrouw beschikt over een XL-mantel der liefde. Of zelfbescherming.) Heeft hij ooit excuses aangeboden als hij weer eens iets idioots had gedaan? (Nee. Hij heeft überhaupt nog nooit ergens zijn excuses voor aangeboden.) Dat zijn zaken die mij geruststellen.
 

'Wat zou je doen als'-vragen

Simon lijkt nu niet op zijn vader, wat me vertrouwen geeft dat hij over pakweg dertig jaar ook geen kopie zal zijn. En als iemand goed is in sorry zeggen, is het Simon wel (vele malen beter dan ik, maar dat is weer een ander verhaal). Ook kan ik Simon gek maken met ‘wat zou je doen als’-vragen. Wat zou je doen als de verkering van Madelief zijn auto voor de jouwe parkeert? (Niks. Tenzij hij weg moet. Dan zou hij vragen of hij hem wil verplaatsen.) Wat zou je doen als ik de borden op de verkeerde plek in de kast zet? (Voor mijn schoonvader reden mijn schoonmoeder flink de waarheid te zeggen. Of eigenlijk: te schreeuwen. Zelf betwijfelt Simon of hij het zou merken, maar zo ja, dan denkt hij dat hij het wel aan zou kunnen dat de kast eens een andere indeling krijgt.) Wat zou je doen als je vindt dat ik te hard praat? (Bij mijn schoonouders davert het dan door de kamer: “Sonja, schreeuw niet zo!” De ironie zal u niet ontgaan. Het antwoord van Simon weet ik niet, die is bij vraag drie al afgehaakt.)
 

'Toch blijf ik op mijn hoede'

Zoals het er nu naar uitziet hoef ik me niet al te veel zorgen te maken. En toch blijf ik op mijn hoede. Ik speur Simon af naar trekjes van zijn vader, die in mijn ogen in de kiem gesmoord dienen te worden. Als hij eens tegen me schreeuwt, roep ik maar al te graag: “O leuk, je gaat op je vader lijken?” Gemeen van mij, want dit komt onevenredig hard aan bij Simon, en in welke relatie wordt nou nooit geschreeuwd? Maar mijn grootste nachtmerrie is dat wij over dertig jaar mijn schoonouders zijn. En Madelief dan hetzelfde over ons denkt als wij over hen. Of dat bij háár familie-etentjes dan de wildste en belachelijkste anekdotes over de tafel vliegen, zoals nu bij ons het geval is (allemaal waargebeurd en overdrijven is niet eens nodig).
 

'Later zullen zij dat ook zeggen'

Gelukkig bracht mijn schoonzus, moeder van twee zoons, enige relativering aan toen ik dit onderwerp met haar besprak (overigens, zij speurt háár man op dezelfde manier af als ik de mijne). Luchtig zei ze: “Later zullen de vrouwen en mannen van onze kinderen ongetwijfeld tegen elkaar zeggen: ‘Als ze maar níet op hun ouders gaan lijken.’” Als ze maar weten dat ze dan best hun auto’s voor die van ons mogen parkeren. En wij geen deegroller hebben.

Dit artikel staat in Kek Mama 11-2015.

In samenwerking met Kek Mama