Beeld: Getty
Beeld: Getty

Toen haar kinderen zelf hun schoenen aan konden trekken, dacht Hester dat de zwaarste tijd achter de rug was. En toen stortte haar oudste zoon zich in de puberteit.

Je hoort het je oma zeggen: “Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen.” Met zo’n alwetende blik erbij, zo van: been there, done that. Maar als je midden in de luiers zit, je feestjurk net is ondergekotst, het ene virus het andere in een estafetterace afwisselt en je je ogen door slaapgebrek alleen met luciferstokjes open kunt houden, geloof je gewoon niet dat het erger kan.

 

Tiener klinkt bijna magisch

Grote kinderen trekken zelf hun schoenen aan, stappen op hun eigen fiets, slapen hele nachten door en het allerfijnste: ze zijn dag en nacht zindelijk. Daarom snak je op de bodem van de put van babyblues en peuterpaniek naar pubers. Dan klinkt het woord ‘tiener’ bijna magisch en kun je de tijd wel vooruit kijken. Nou, en daar komt-ie, uit mijn toetsenbord: wacht maar tot ze naar de middelbare gaan. Bijna vijftien, elf en twee zijn ze, mijn drie kinderen. Wouter, Floortje en Belle. Een puber, een prepuber en een peuterpuber. Vergeleken met de echte puberteit is die peuterpuberteit een voorgerechtje. Nee, beter: een amuse, zo’n koddig gerechtje op een gekruld lepeltje. Het is ook eten, maar het haalt het niet bij de hoofdmaaltijd.

 

Heldenstatus

Ik hoor de moeders om mij heen klagen – want klagen over je kind mag, het moet uit de taboesfeer en het is zelfs een beetje hip. Toegeven dat je de klok soms manipuleert om jouw avond een uurtje eerder te laten beginnen, geeft je in moederland een heldenstatus. Jij bent er ook nog! Hulde! Toen ik vorig jaar hardop toegaf dat ik mijn huilbaby op de grond wilde gooien, werd er nog net niet geapplaudisseerd. Gooi het er maar uit, die frustratie. Nee, dat hele moedergebeuren is echt niet alleen maar een roze wolk. Kinderen schreeuwen, maken rotzooi, zijn vermoeiend en willen altijd net iets anders dan jij in gedachten had. En dat moet je gewoon kunnen zeggen, als je er maar achteraan roept dat je écht heel veel van ze houdt.

 

Klein huishoudelijk leed

Ik heb in het begin van mijn moedercarrière ook hartstikke veel geklaagd. Die gebroken nachten; afschuwelijk. Of dat we net in een lekker eetpatroon zaten, onze kleine man alles vrolijk opat, en zich opeens de lust-ik-niet-periode aandiende. En dat dan nét dat ene stukje kleding dat je niet had bedekt met een megaslabber vol in de kom tomatensoep werd gehangen. Ik weet nog goed dat we op vakantie waren in Bretagne, Wout was vier, Floortje een jaar. Wouter was op die leeftijd zo verschrikkelijk vervelend dat mijn ex en ik die vakantie nog steeds omschrijven als ‘onze ergste trip ooit’. Vooral het nachtelijk wakkerkrijsen van de stacaravan en de complete camping staat ons nog vers in het geheugen. Onze zoon had helemaal geen zin in vakantie. Hij miste zijn huis, zijn speelgoed, zijn ritme en regelmaat. Wij vonden hem een ondankbaar mannetje. Als ik er nu aan terugdenk, dan categoriseer ik het onder de noemer ‘klein huishoudelijk leed.’ Ik kon er echt niet altijd om lachen, maar als je relativeringsvermogen weer naar behoren functioneert, dan stelt het niet zoveel voor dat je dagen om half vijf ’s ochtends begonnen met de Teletubbies.

 

Aaibare leuke jongetje

Toen Wouter drie jaar geleden naar de middelbare school ging, viel alle baby/peuterproblematiek in het niet. Van ons aaibare leuke jongetje was in de kortste keren weinig meer over. School was stom, wij waren stom, huiswerk was stom, z’n cijfers desastreus, onze onrust daarover belachelijk, zijn stem werd zwaarder, hij werd heel veel langer en er ging van alles groeien en – en dat vond ik nog wel het ergst – knuffelen was streng verboden. Als het niet ging zoals hij het in gedachten had, werd er gesmeten met deuren, ontzettend hard geschreeuwd en vlogen dramatische teksten als ‘Jullie maken mijn leven kapot’ door de lucht (dat laatste na een verbod op discozwemmen na huiswerkweigering).

 

Veel te snel groot

Hij werd groot, veel te snel naar mijn mening. Daar waar ik had gedacht dat het beetje bij beetje op mijn bordje zou worden gegooid, kreeg ik de puberperikelen als een grote stapel vuil wasgoed over me uitgestort. Ik was nog maar net bekomen van het feit dat een paar leerkrachten hem een pain in the ass vonden of ik mocht verhapstukken dat zijn complete cijferlijst in het rood schoot. Ik kon dat vroeger nog een beetje verborgen houden voor mijn ouders, maar de huidige middelbaar scholier is van cijfer tot cijfer te monitoren met een reuze handige app; een app die ik na een paar maanden alleen nog maar met trillende vingers aan durfde te klikken.

 

Alleen Nike goed genoeg

Zijn mooie, lange blonde lokken moesten eraf (niet stoer genoeg) en er kwamen megapotten gel in de badkamer. Met dat spijkerharde kapsel leek-ie ineens twee, misschien wel drie jaar ouder. En ook op gebied van kleding bleek hij een stem te hebben. Ik mocht altijd alles zelf uitzoeken, maar nu was het alleen goed als er Nike op stond. Of Canada Goose. Of Parajumpers. “Mam, de hele klas heeft zo’n jas. Ze zijn echt heel warm hoor.” Ik heb geweigerd. Voor achthonderd euro kun je als je het koud hebt ook acht jassen kopen.

 

Niet zeuren, vinden mannen

De mannen in mijn omgeving vinden dat ik niet moet zeuren. Het hoort erbij en de babytijd is geweest. Maar jeetje, wat vind ik dat soms moeilijk te accepteren. Hij zit nu in de derde. De woedebuien hebben we gehad, zo lijkt het, en z’n cijfers gaan een heel stuk beter. Dat geeft weer wat lucht om de gevaren van drank, drugs en compromitterend beeldmateriaal op telefoons te bespreken en in de gaten te houden. Toen ik zelf voor het eerst iets dronk rond m’n vijftiende, vond ik dat heel normaal. Maar nu mijn zoon die leeftijd bijna heeft en ik geruchten opvang over het scoren van een fles Malibu voor een feestje van een klasgenootje, ben ik in alle staten. En ja, ik had al gezoend toen ik zo oud was als hij. Maar dat staat niet in verhouding tot de nietsverhullende foto die een meisje hem pas via Snapchat stuurde (en waar hij dan weer heel slim met zijn iPad een foto van maakte).

 

Het moment voor ouderkwaliteiten

Nee, echt, het is er niet makkelijker op geworden. Integendeel. Nu komt het erop aan. Dit is het moment waar je als ouder al je kwaliteiten in moet zetten en je gezonde verstand moet bewaren. Het is keihard werken, onderhandelen (ik een goed cijfer, jij de controller van je Playstation), dag en nacht alert zijn, maar ook loslaten en toch weer proberen te relativeren. En laat ik ondanks al mijn gemopper één ding duidelijk maken, want dat is net als toen hij nog zo’n vervelend peutertje was volstrekt ongewijzigd gebleven: wat hou ik ongelooflijk veel van hem.

 

Dit verhaal staat ik Kek Mama 02-2016.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

fotoserie-breken-genderregels

Dat meisjes veel meer doen dan haren vlechten en met poppen spelen, bewijst deze krachtige fotoserie van Huffington Post. Hokjesdenken: wat is dat? Gewoon doen waar je zin in hebt en aantrekken wat je mooi vindt.

Want ook vrouwen kunnen president worden...

 

...of skateboarder

 

...of schermer.

 

Lees ook
Dit meisje vindt gendernormen maar stom >

 

Vissen vangen? Kunnen dochters ook prima.

 

Net zo goed als dat jongens ballerina's mogen dragen...

 

...of meisjes graag motorrijden.

 

Ook meisjes kunnen sportieve dromen hebben...

 

...net zoals zij

 

...en zij.

 

En een meisje op de maan? Wie weet.

 

Eerst maar oefenen met een Lego-raket...

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Ionica Smeets checkt

Ionica Smeets (38) is wiskundige en moeder van Tex (7) en Rifka (2). In Kek Mama checkt ze de zin en onzin van opvoedfabels en -feiten: hoef jij dat niet meer te doen.

Soms flap ik het hele verhaal er ineens weer uit. Zoals laatst toen een lieve leidster op het kinderdagverblijf vrolijk vroeg of we nog een derde kindje zouden willen. Ineens hoorde ik mezelf ratelen over hoe het allemaal kantje boord was geweest bij Tex. Hoe ik met een zwangerschapsvergiftiging in het ziekenhuis belandde en het niet lukte de bevalling op gang te krijgen. Hoe ik steeds verder wegzakte. En hoe uiteindelijk iemand uit een operatiekamer is geduwd, zodat Tex en ik met een spoedkeizersnede gered konden worden.
 

Bang

Het duurde jaren voor ik durfde te denken aan een tweede kind. De eerste jaren was ik op Tex’ verjaardag altijd wat verdrietig omdat ik terugdacht aan de angst en pijn bij zijn geboorte. Pas toen hij vier werd, was zijn verjaardag voor het eerst alleen maar een feestelijke dag.

Die verjaardag zat inmiddels ook Rifka in mijn buik. Na lang twijfelen durfden we het toch nog een keer te proberen. Met extra veel controles in het ziekenhuis en medicijnen om een zwangerschapsvergiftiging te voorkomen. Ik was zo bang dat het desondanks mis zou gaan. Ik begon pas aan de babykamer toen ik 28 weken zwanger was, omdat vanaf dat moment de overlevingskans van de baby boven de 95 procent lag. Het voelde als een groot cadeau toen Rifka een paar maanden later gezond in haar wiegje lag.
 

Cijfers om stil van te worden

In Nederland worden jaarlijks tussen de 160.000 en 210.000 kinderen geboren. En toch blijft het me verbazen hoeveel zwangerschappen er nog mislopen in deze moderne tijd: vorig jaar 881. Het zijn cijfers om stil van te worden.

Gelukkig dalen die cijfers langzaam maar zeker. Te vroeg geboren kindjes krijgen steeds betere zorg en we weten ook steeds meer over wat we kunnen doen om dood-geboorte te voorkomen. Eind vorig jaar verscheen bijvoorbeeld een Britse studie waaruit bleek dat bij moeders die op hun rug insliepen doodgeboorte twee keer zo vaak voorkwam als bij moeders die op hun linkerzij gingen slapen. Volgens de cijfers van dit onderzoek zou rugslapen in Nederland jaarlijks bij veertien doodgeboren kinderen een rol spelen.

Deze studie bewijst niet dat op je rug slapen de oorzaak is van doodgeboorte, maar het is een kleine moeite om zwangere moeders te adviseren op hun linkerzij in te slapen. De meeste zwangere vrouwen geven aan dat ze best een andere inslaappositie kunnen aanleren als dat nodig is. Overigens hoeven zwangere vrouwen die op hun zij gaan slapen niet te schrikken als ze ’s nachts op hun rug wakker worden, het blijkt vooral te gaan om de positie waarin je in slaap valt. En het blijft natuurlijk een heel kleine kans dat het misgaat als op je rug. Bij de meeste vrouwen die op hun rug slapen gaat het gewoon goed.
 

Zegeningen

Terug naar dat derde kindje. In mijn hoofd weet ik dat de risico’s klein zijn, maar ik durf het toch niet aan. Ik tel mijn zegeningen en ben dolgelukkig dat we nu met z’n vieren zijn.

 

 

Als je ook iets gecheckt wilt hebben: mail ionicacheckt@kekmama.nl


Dit artikel staat in Kek Mama 02-2018.


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >