puberteit
Beeld: Unsplash

Toen haar kinderen zelf hun schoenen aan konden trekken, dacht Hester dat de zwaarste tijd achter de rug was. En toen stortte haar oudste zoon zich in de puberteit.

Je hoort het je oma zeggen: “Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen.” Met zo’n alwetende blik erbij, zo van: been there, done that. Maar als je midden in de luiers zit, je feestjurk net is ondergekotst, het ene virus het andere in een estafetterace afwisselt en je je ogen door slaapgebrek alleen met luciferstokjes open kunt houden, geloof je gewoon niet dat het erger kan.

 

Tiener klinkt bijna magisch

Grote kinderen trekken zelf hun schoenen aan, stappen op hun eigen fiets, slapen hele nachten door en het allerfijnste: ze zijn dag en nacht zindelijk. Daarom snak je op de bodem van de put van babyblues en peuterpaniek naar pubers. Dan klinkt het woord ‘tiener’ bijna magisch en kun je de tijd wel vooruit kijken. Nou, en daar komt-ie, uit mijn toetsenbord: wacht maar tot ze naar de middelbare gaan.

Bijna vijftien, elf en twee zijn ze, mijn drie kinderen. Wouter, Floortje en Belle. Een puber, een prepuber en een peuterpuber. Vergeleken met de echte puberteit is die peuterpuberteit een voorgerechtje. Nee, beter: een amuse, zo’n koddig gerechtje op een gekruld lepeltje. Het is ook eten, maar het haalt het niet bij de hoofdmaaltijd.

 

Heldenstatus

Ik hoor de moeders om mij heen klagen – want klagen over je kind mag, het moet uit de taboesfeer en het is zelfs een beetje hip. Toegeven dat je de klok soms manipuleert om jouw avond een uurtje eerder te laten beginnen, geeft je in moederland een heldenstatus. Jij bent er ook nog! Hulde!

Toen ik vorig jaar hardop toegaf dat ik mijn huilbaby op de grond wilde gooien, werd er nog net niet geapplaudisseerd. Gooi het er maar uit, die frustratie. Nee, dat hele moedergebeuren is echt niet alleen maar een roze wolk. Kinderen schreeuwen, maken rotzooi, zijn vermoeiend en willen altijd net iets anders dan jij in gedachten had. En dat moet je gewoon kunnen zeggen, als je er maar achteraan roept dat je écht heel veel van ze houdt.

 

Klein huishoudelijk leed

Ik heb in het begin van mijn moedercarrière ook hartstikke veel geklaagd. Die gebroken nachten; afschuwelijk. Of dat we net in een lekker eetpatroon zaten, onze kleine man alles vrolijk opat, en zich opeens de lust-ik-niet-periode aandiende. En dat dan nét dat ene stukje kleding dat je niet had bedekt met een megaslabber vol in de kom tomatensoep werd gehangen.

Ik weet nog goed dat we op vakantie waren in Bretagne, Wout was vier, Floortje een jaar. Wouter was op die leeftijd zo verschrikkelijk vervelend dat mijn ex en ik die vakantie nog steeds omschrijven als ‘onze ergste trip ooit’. Vooral het nachtelijk wakkerkrijsen van de stacaravan en de complete camping staat ons nog vers in het geheugen. Onze zoon had helemaal geen zin in vakantie. Hij miste zijn huis, zijn speelgoed, zijn ritme en regelmaat. Wij vonden hem een ondankbaar mannetje.

Als ik er nu aan terugdenk, dan categoriseer ik het onder de noemer ‘klein huishoudelijk leed.’ Ik kon er echt niet altijd om lachen, maar als je relativeringsvermogen weer naar behoren functioneert, dan stelt het niet zoveel voor dat je dagen om half vijf ’s ochtends begonnen met de Teletubbies.

 

Aaibare leuke jongetje

Toen Wouter drie jaar geleden naar de middelbare school ging, viel alle baby/peuterproblematiek in het niet. Van ons aaibare leuke jongetje was in de kortste keren weinig meer over. School was stom, wij waren stom, huiswerk was stom, z’n cijfers desastreus, onze onrust daarover belachelijk, zijn stem werd zwaarder, hij werd heel veel langer en er ging van alles groeien en – en dat vond ik nog wel het ergst – knuffelen was streng verboden. Als het niet ging zoals hij het in gedachten had, werd er gesmeten met deuren, ontzettend hard geschreeuwd en vlogen dramatische teksten als ‘Jullie maken mijn leven kapot’ door de lucht (dat laatste na een verbod op discozwemmen na huiswerkweigering).

 

Veel te snel groot

Hij werd groot, veel te snel naar mijn mening. Daar waar ik had gedacht dat het beetje bij beetje op mijn bordje zou worden gegooid, kreeg ik de puberperikelen als een grote stapel vuil wasgoed over me uitgestort. Ik was nog maar net bekomen van het feit dat een paar leerkrachten hem een pain in the ass vonden of ik mocht verhapstukken dat zijn complete cijferlijst in het rood schoot. Ik kon dat vroeger nog een beetje verborgen houden voor mijn ouders, maar de huidige middelbaar scholier is van cijfer tot cijfer te monitoren met een reuze handige app; een app die ik na een paar maanden alleen nog maar met trillende vingers aan durfde te klikken.
 

Lees ook
Jan legt het nog een keer uit: puberteit >

 

Alleen Nike goed genoeg

Zijn mooie, lange blonde lokken moesten eraf (niet stoer genoeg) en er kwamen megapotten gel in de badkamer. Met dat spijkerharde kapsel leek-ie ineens twee, misschien wel drie jaar ouder. En ook op gebied van kleding bleek hij een stem te hebben. Ik mocht altijd alles zelf uitzoeken, maar nu was het alleen goed als er Nike op stond. Of Canada Goose. Of Parajumpers. “Mam, de hele klas heeft zo’n jas. Ze zijn echt heel warm hoor.” Ik heb geweigerd. Voor achthonderd euro kun je als je het koud hebt ook acht jassen kopen.

 

Niet zeuren, vinden mannen

De mannen in mijn omgeving vinden dat ik niet moet zeuren. Het hoort erbij en de babytijd is geweest. Maar jeetje, wat vind ik dat soms moeilijk te accepteren. Hij zit nu in de derde. De woedebuien hebben we gehad, zo lijkt het, en z’n cijfers gaan een heel stuk beter. Dat geeft weer wat lucht om de gevaren van drank, drugs en compromitterend beeldmateriaal op telefoons te bespreken en in de gaten te houden.

Toen ik zelf voor het eerst iets dronk rond m’n vijftiende, vond ik dat heel normaal. Maar nu mijn zoon die leeftijd bijna heeft en ik geruchten opvang over het scoren van een fles Malibu voor een feestje van een klasgenootje, ben ik in alle staten. En ja, ik had al gezoend toen ik zo oud was als hij. Maar dat staat niet in verhouding tot de nietsverhullende foto die een meisje hem pas via Snapchat stuurde (en waar hij dan weer heel slim met zijn iPad een foto van maakte).

 

Het moment voor ouderkwaliteiten

Nee, echt, het is er niet makkelijker op geworden. Integendeel. Nu komt het erop aan. Dit is het moment waar je als ouder al je kwaliteiten in moet zetten en je gezonde verstand moet bewaren. Het is keihard werken, onderhandelen (ik een goed cijfer, jij de controller van je Playstation), dag en nacht alert zijn, maar ook loslaten en toch weer proberen te relativeren. En laat ik ondanks al mijn gemopper één ding duidelijk maken, want dat is net als toen hij nog zo’n vervelend peutertje was volstrekt ongewijzigd gebleven: wat hou ik ongelooflijk veel van hem.

 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >