“‘Ik heb iets gedaan wat echt niet kan en echt niet mag. Ik heb geld van de belastingdienst gebruikt. Dat betekent dat ik elf maanden naar de gevangenis moet.’ Dat stond in de brief die ik mijn twee dochters en mijn zoon voorlas. Het was het pijnlijkste moment van mijn leven.

Bang voor boeven

Ze waren toen zes, negen en twaalf. Hun moeder was er die middag bij. Onze jongste zat bij mama op schoot. Mijn ex is een mooi mens, ze stelt het belang van de kinderen altijd voorop. Om er zeker van te zijn dat de boodschap een reële en fijne ‘lading’ had, had ik hem van tevoren opgeschreven. Ik vertelde de kinderen dat ik aan het leren was goed met geld om te gaan. Dat ik daarvoor in therapie was. Maar dat ik nu elf maanden een pauze moest inlassen voor ik door kon gaan met mijn nieuwe leven. Het woord ‘gevangenis’ gebruikte ik slechts twee keer. Ze reageerden verschillend. Mijn jongste vroeg: ‘Kan ik dan nog met je knuffelen?’ De middelste begon te huilen en rende naar haar kamer. De oudste was woedend. Ze schold me uit en noemde me een klojo. Toen ze tot bedaren kwam werd ze opeens heel zakelijk. ‘Als er echt niets aan te doen is, wil ik dat je zo snel mogelijk gaat. Dan zijn we er vanaf.’ Daarna maakte ze zelfs een grap: ‘Cool dat ik de gevangenis van binnen kan zien.’ Zo had ik ook kunnen reageren. Zij lijkt het meest op mij. De jongste was bang voor boeven – hij vond het griezelig dat zijn eigen vader daar tussen kwam te zitten. Ik troostte hem door te zeggen dat hij misschien wel van die angst afkwam als hij mij bezocht. Omdat hij dan kon zien dat boeven gewone mensen zijn. De bewakers zouden opletten dat er niets kon gebeuren.

Het hele verhaal staat in Kek Mama 13-2015. 

In samenwerking met Kek Mama