De juf

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: Juf Els over leerling Karim die op school een mes bij zich draagt.

Vrijdagochtend twaalf uur, groep acht. Fatima en Klaartje staan met angstige gezichten voor mijn lessenaar. “Juf, Karim heeft een mes”, zegt Fatima. Ik schrik. Achterin de klas kijkt elfjarige Karim stuurs voor zich uit. Zijn zwarte haar is geknipt in een coole kuif. Ik heb een zwak voor hem, hij is van het type ruwe bolster, blanke pit. Maar ik maak me ook al een tijdje zorgen. Hij is brutaal geworden sinds hij vriendschap heeft gesloten met Davy uit de parallelklas, een agressieve tienjarige uit een probleemgezin.

More content below the advertising

“Heb jij echt een mes bij je?”, vraag ik streng. “Ja”, zegt hij. “Waarom?”, vraag ik. “Per ongeluk”, bromt hij. Ondanks de ernst van de zaak moet ik even glimlachen. “Dat mag niet in de klas”, zeg ik. “Geef het me maar, dan praten we na de les verder.” “Nee”, zegt Karim. “Het is mijn mes.” “Toch moet je het aan mij geven”, zeg ik. 
 

Nu ben ik pas echt boos

De klas kijkt toe. Een afgang voor Karim dreigt. Hij kiest voor een slechte oplossing: hij smijt het zakmes op de grond voor mijn voeten. Nu ben ik pas echt boos. “Jammer Karim, nou krijg je het niet van me terug. Je vader mag het komen ophalen, ik zal hem bellen”, zeg ik. Dit is hoog spel. Karims vader is van de oude Marokkaanse stempel. Er moet heel wat gebeuren wil hij naar school komen. Ouderwetse Marokkaanse vaders zien de basisschool als een vrouwenzaak. Het helpt niet dat er vooral vrouwelijke leerkrachten op basisscholen werken.

Marokkaanse jongens hebben last van de situatie: zij accepteren maar één gezag en dat is niet dat van de juf. Mijn collega’s berusten daarin, maar ik kan het niet uitstaan. Nu beklim ik de barricades. Aan de telefoon vraag ik Karims vader of hij weet dat Karim een zakmes bij zich had op school. Nee, zegt de vader. Ik vertel dat hij het voor mijn voeten heeft gegooid. “Dat is niet goed”, zegt de vader. Daar zijn we het dus over eens. Wat nu?

Ik vertel dat ik me zorgen maak om Karim en vraag of hij met hem naar school wil komen om het mes op te halen. Zo erg is het ook weer niet, zegt de vader afwerend. Hij zegt dat ik het mes gewoon kan meegeven aan Karim, dan zal hij hem een standje geven. Ik zeg vriendelijk dat ik dat niet zal doen. En ik gooi er nog een schepje bovenop: ik wil dat Karim zijn excuus aanbiedt.


Lees ook
Column Anke: 'Op een dag liggen er twee grote zakmessen in de hut' >

 

Uitslag: 1 - 1

De vader is even stil. Dan zegt dat hij erover na zal denken. We nemen beleefd afscheid. Uitslag: 1-1. Na het weekend vraagt Karim of hij zijn mes terug mag. “Nee, daar heb ik een afspraak over gemaakt met je vader”, zeg ik. Hij kijkt boos. Ik begrijp hem, want het is een mooi mes. Met een aluminium lemmet. Na school wacht ik hoopvol op Karims vader. Vergeefs.

De volgende dagen komt hij ook niet. Intussen hangt de mes-kwestie als een donderwolk tussen mij en Karim in. Maar ik wijk niet, al moet ik het mes de rest van mijn leven bij me houden. Precies een week na het gebeuren loopt Karims vader het schoolplein op. Ik herken hem aan de zwarte ogen van zijn zoon. Karim loopt gedwee achter hem aan.

“Ik heb nagedacht”, zegt de vader. “Karim moet sorry zeggen.” Karim zegt kleintjes: “Sorry, juf.” Ik ben verbluft. Ik pak het mes uit mijn lessenaar en geef het hem. Karims vader kijkt toe. “U bent een goede juf”, zegt hij. “En u bent een goede vader”, zeg ik. Ik kan hem wel omhelzen. Maar dat doe ik maar niet.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >