de juf

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: juf Olivia (23) geeft les aan groep vijf.

Dinsdagochtend. De achtjarige Steven staat aan mijn bureau met een bosje bloemetjes. “Voor u, juf,” zegt hij verlegen, “zelf geplukt.”
Ik kan hem wel zoenen. En daar raak ik meteen van in verwarring. Zoals ik vaker in verwarring raak van Steven.

More content below the advertising

Toen hij voor het eerst mijn klas binnenliep, kreeg ik een schok. Hij lijkt als twee druppels water op mijn ex-vriend Boet. Groene ogen, rode krullen.
 

Ex-vriend

Ik heb het een halfjaar geleden uitgemaakt met Boet. Niet omdat ik niet meer van hem hield, maar omdat ik het gevoel had dat hij te weinig van mij hield. Boet is een thrillseeker. Hij duikt solo, beklimt zonder touwen de engste bergen, skiet alleen buiten de piste, al
wijs ik hem tien keer op prins Friso. Ik was altijd bang dat hem iets overkwam. Hij deed nooit een druppel water bij de wijn. Ik concludeerde dat hij beter af was met een vrouwelijke sportieveling, en ik met een man die van voetballen hield en een biertje in de kroeg. Boet vond het tot mijn verbazing verschrikkelijk dat ik het uitmaakte. En ik bleef bang dat hem iets overkwam als hij weer eens naar de Kilimanjaro afreisde.

Mijn verdriet begon net een beetje te slijten toen Steven mijn klas binnenstapte. Als ik hem zie, wordt mijn liefde voor Boet opgerakeld. Alsof ik verliefd ben op een kind.
 

Lees ook
Column Anke: Verliefd >
 

Verliefd

Steven is in ieder geval verliefd op mij. Of iets wat erop lijkt. Hij kijkt naar me met sterretjes in zijn ogen. Als hij een stripfiguur was geweest, had-ie een tekstballon boven zijn hoofd gehad met hartjes erin. En nu brengt hij me bloemen. Dat heeft Boet nog nooit gedaan, denk ik vertederd. Potverdorie, nu doe ik het weer, Steven vergelijken met Boet. Van de weeromstuit reageer ik onaardig. “Steven, ik heb die bloemen in het stadspark zien staan. Heb je ze daar geplukt?” Hij knikt. “Dat mag je nooit meer doen”, zeg ik. Steven druipt af met de staart tussen de benen.

Nu heb ik er genoeg van. Wat kan Steven eraan doen dat hij rode krullen en groene ogen heeft? Ik loop naar hem toe en zeg: “Steven, ik vind het wel hartstikke lief, die bloemen.” Hij kijkt blij.
 

'Ik mis je'

’s Avonds bel ik in een opwelling Boet. Misschien in de hoop dat hij iets stoms zegt, waardoor ik voorgoed van hem ben verlost. Hij neemt meteen op. “Zit je op een berg?” vraag ik. “Nee, in de kroeg met een biertje,” zegt hij. “En ik kijk naar voetbal. Dat wilde je toch?” Ik smelt. “Olijfje, ik mis je zo”, zegt hij. Hij klinkt geëmotioneerd. “Als ik bij je terug mag komen, zal ik nooit meer enge dingen doen.” Ik probeer afstandelijk te lijken, maar het heeft geen zin. “Kom maar,” zeg ik. We lachen, we huilen, we vrijen als nooit tevoren.

De volgende dag kan ik Steven wel zoenen. Maar nu uit dankbaarheid.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 04-2019.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >