de juf directeur roept me na de les op het matje
Beeld: Shutterstock

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: juf Aaf (23) gaat met de tram naar de schooltuin aan de rand van de stad met groep 7.

Dinsdagochtend. Ik sta met mijn klas van dertig kinderen bij de tramhalte van lijn 14 in de buurt van onze school. We zijn op weg naar de schooltuin aan de rand van onze grote stad. Ik kom vers van de pedagogische academie, dus ik vind het spannend.

Article continues after the ad

Eenmaal in de tuin schoffelen de leerlingen dat het een lieve lust is. Nadat iedereen zijn broodtrommeltje heeft leeggegeten boemelen we terug naar het hart van de stad, waar onze school ligt. De tram is vol, dus mijn kinderen zitten verspreid. Bij de halte waar we zijn ingestapt, roep ik: “Jongens, we zijn er!” en stap naar buiten met de klas. Tenminste, dat denk ik. Als ik me omdraai, zie ik dat een stuk of acht kinderen zijn blijven zitten. Ze zwaaien naar me. De tramdeuren zijn dicht, de tram rijdt weg. Ik kijk hem met open mond na.
 

Boze directeur

Eenmaal bij mijn positieven commandeer ik de andere kinderen: “Jongens, we gaan achter ze aan. Snel lopen allemaal.” We hebben uitzicht op de volgende tramhalte. In gestrekte pas marcheren we daarheen. Ik hoop vurig dat mijn verloren schapen daar uitstappen en niet de hele stad gaan doorkruisen in lijn 14. Goddank zie ik ze inderdaad tevoorschijn komen. Ik stuur hen een telepathische boodschap: “Wacht met oversteken tot ik er ben!” Maar ik zie machteloos toe hoe ze de drukke verkeersweg oversteken. Goddank over het zebrapad. Vervolgens lopen ze richting de school.

Daar zwenk ik nu ook met mijn troepje heen. Eenmaal gearriveerd tref ik de kinderen op het plein aan. Met een boze directeur, Guido, die hen blijkbaar vanuit zijn kamer heeft zien arriveren. “Kom jij na de les even naar me toe?” zegt hij dreigend.

Terug in de klas vraag ik de negen kinderen waarom ze niet uitstapten waar we op de heenweg waren ingestapt. Benny zegt: “Juf, die volgende halte is ietsje dichter bij school. Ik stap met mijn moeder altijd daar uit als ze me naar school brengt. Dat zei ik tegen de andere kinderen.”
 

Lees ook
Met je kind in het OV: waar moet je op letten? >

 

Weer in het zadel

Na school vervoeg ik me bij Guido. “Hoe kun je nou negen kinderen kwijt zijn?” zegt hij. “Had je ze niet van tevoren gezegd bij welke halte ze er uit moesten?” “Nee”, zeg ik. “Ik dacht dat ze het wisten.” Guido zegt dat hij de ouders van de kinderen gaat bellen om het uit te leggen. Tot mijn eigen irritatie begin ik zachtjes te huilen. Van de schrik. Guido geeft me een schouderklopje.
“Ik durf niet meer naar de tuinen”, snik ik.
“Niks ervan”, zegt Guido. “Je moet meteen weer in het zadel, anders durf je nooit meer paard te rijden. Maar misschien kun je de volgende keer beter een ouder meenemen.”

Als ik naar de deur loop hoor ik een klein hikje achter me. Ik draai me om en zie dat Guido de slappe lach probeert te onderdrukken. Het is zo aanstekelijk dat ik mee begin te lachen. Ik voel weer tranen over mijn wangen biggelen. Maar nu zijn het tranen van opluchting.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 12-2020.

 

 

Meer lezen? Neem hier een abonnement op Kek Mama, de #1 glossy voor moeders.