Beeld: Getty
Beeld: Getty

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: juf Maaike en haar groep zeven.

“Piet is de rijk-ste jong-en van de klas, hij gaat op va-kan-tie naar Sche-ve-ning-en”, leest Loetje (10) voor. Hij heeft dyslexie, maar heeft een moeilijk boek gekozen. Ciske de Rat stamt uit 1943 en is geschreven voor volwassenen. Opmerkelijk genoeg hield Loetje zijn boekbespreking vorig jaar over hetzelfde boek, hoor ik van mijn collega uit groep zes. Het exemplaar dat hij voor zijn neus heeft is kennelijk het enige boek thuis. Loetjes ouders zijn geen lezers. Zijn moeder kijkt de hele dag tv, en zijn vader is een schat van een man en kan niet lezen. Hij groeide op in een tijd dat er geen aandacht was voor dyslexie. Nu is hij vakkenvuller bij de Action. Daarvoor hoef je niet te kunnen lezen. 

Uit zijn hoofd

Gelukkig wordt Loetje begeleid bij zijn dyslexie. Zijn prestatie van vandaag is imposant. Eigenlijk is het geen voorlezen meer wat hij doet; het lijkt of hij ieder woord uit zijn hoofd kent. Hij was de laatste dagen zo opgewonden dat ik het boek zelf ben gaan lenen bij de bieb. Al lezend begon ik te begrijpen wat Loetje fascineert. Er zijn wat parallellen tussen hem en Ciske. Ze zijn allebei mager en klein met grijze ogen. Ciske heeft een heks van een moeder die hem verwaarloost en mishandelt. Zijn vader zit op zee. Hij moet het hebben van onderwijzer Bruis, die probeert hem te beschermen.

Loetjes moeder is geen heks, maar ze heeft wel harde ogen en ik vind haar niet lief voor Loetje. Hij verstrakt als hij haar ziet. Soms tref ik beschimmeld brood aan in zijn trommeltje. Loetjes vader heeft volgens mij weinig inbreng. Daarom let ik een beetje op Loetje. Hij voelt dat en komt geregeld om aandacht bedelen met dat schaapachtige lachje van hem.

"Goed gedaan, kanebrajer!"

Nu leest Loetje voor hoe Ciskes moeder ruziemaakt met schoolmeester Bruis, de ik-figuur in het boek. “Ze riep me een aan-tal on-heus-heden toe waar-van ik meer de toon dan de in-houd be-luis- ter-de.” Toevallig. Loetjes moeder was vorige week ook boos op me. Ze klaagde dat ik Loetje te zacht aanpak, en dat hij daarom nooit luistert. Loetje stond er bedremmeld bij. Ik bracht haar tot bedaren door erop te wijzen dat Loetje uitstekend zijn best doet in de klas.  Nog toevalliger: in het boek reageert Meester Bruis ongeveer hetzelfde. Loetje leest voor: “Op school gaat het goed met hem. Hij doet zijn best en ik heb geen klach-ten.”

Loetje kijkt stralend op en vangt mijn blik. Opeens dringt tot me door: dit stukje heeft hij speciaal voor mij gekozen. Ik word er warm van. Na afloop geef ik hem een negen. “Goed gedaan, kanebrajer!”, zeg ik. De klas kijkt verbaasd, maar Loetje giechelt. Kanebrajer is het troetelnaampje van meester Bruis voor Ciske de Rat; het is het ouderwetse woord voor kanjer.

 

Dit artikel staat in Kek Mama 08-2016.

gebit-kind-tanden-wisselen-eerste-tandje

Tandartsen blijven erop hameren: vanaf het moment dat het eerste tandje tevoorschijn komt, moet je het gebit van je kind goed verzorgen. Maar wat is nu een goede poetsroutine en hoe zit het met tanden wisselen? Een paar belangrijke punten op een rij.

Lees ook
De beste tips: zo komt je kind van de speen af

 

  1. Over het algemeen komt het eerste tandje door tussen de 6 en 9 maanden - vaak eerst de onderste voortandjes. Vanaf dan is dagelijkse reiniging van het gebit dus ook nodig. Ook zou je al een afspraak bij de tandarts kunnen maken - al beginnen de meeste ouders hier vanaf een jaar of 2 mee.
  2. De meeste kinderen hebben rond hun derde het hele melkgebit compleet. Toch raadt de tandarts aan om het gebit al vanaf twee jaar elke dag twee keer te poetsen. Hiervoor kun je prima peutertandpasta gebruiken: daar zit minder fluoride in en als je kind dit inslikt, is het niet erg. Maar wat als je kind niet wilt poetsen? Kek Mama vroeg het aan échte experts. En deze komen soms met verrassende oplossingen.
  3. Ongeveer tien tot twintig procent van de kinderen hebben last van zogenaamde ‘kaasmolaren’: gelige of bruine vlekken die worden veroorzaakt door een fout in de samenstelling van het glazuur van de tand. Om de schade te beperken is het belangrijk dat het gebit goed verzorgd wordt. De tandarts kan ook helpen, door een speciale pasta of fluoride aan te brengen.
  4. Het glazuur van het melkgebit is dunner en minder sterk. Hierdoor ontstaan makkelijker gaatjes en slijt het glazuur van het melkgebit sneller. Op 7- of 8-jarige leeftijd kunnen de knobbels van de melkkiezen door het kauwen al zelfs zijn weggesleten. Goed dus, om het gebit van je kind goed te verzorgen.
  5. Tanden wisselen doen kinderen vaak vanaf 5- of 6-jarige leeftijd. In tegenstelling tot doorkomende melktandjes, merkt je kind hier vaak weinig van - behalve dat de melktand los gaat zitten. Goed poetsen is tijdens de wisselfase extra belangrijk, omdat de nieuwe tanden erg gevoelig zijn voor cariës (gaatjes).
  6. In principe is de richtlijn dat de speen rond het derde jaar wel weg kan, anders loopt je kind risico op een zogenaamde ‘overbite’. Opvoedkundige Tischa Neve: "Laat je kinderen te lang met een speen rondlopen, dan zijn ze niet te verstaan met zo'n ding in hun mond. Ook is het slecht voor de mondmotoriek en het gebit. Het wordt voor ouders alleen maar gemakzucht. Je denkt al snel: hup, speen erin, dan is mijn kind wel stil."
  7. Om het gebit te beschermen en je kind levenslang goede mondverzorgingsgewoontes bij te brengen, heeft de tandarts drie belangrijke tips: beperk de suikerinname om tandbederf te voorkomen, zorg ervoor dat kinderen genoeg fluoride krijgen (bijvoorbeeld door een behandeling bij de tandarts of door supplementen) en leer je kinderen om regelmatig en goed te poetsen en te flossen.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

zwemles-kind-zwemdiploma

Op welke leeftijd begint je kind met zwemles? Welke diploma's zijn noodzakelijk en hoe zit het eigenlijk met schoolzwemmen? Alles wat je moet weten zetten we voor je op een rij.

Wat is de ideale leeftijd om je kind te leren zwemmen?

De Nationale Raad Zwemveiligheid vindt: hoe eerder, hoe beter. (De meeste kinderen die verdrinken, zijn immers tussen de 0 en 4 jaar oud.) Vaak beginnen kinderen tussen hun vierde en vijfde jaar met zwemles voor het A-diploma, maar je kunt je kind altijd eerder op les doen. Kies bijvoorbeeld voor overlevingszwemmen of ouder- en kindzwemmen. Hier leert-ie hoe hij zichzelf kan redden met de mogelijkheden die bij zijn leeftijd passen. Je kind leert hier weliswaar geen zwemslagen, maar kan hierna wel goed aan zijn A-diploma beginnen. Wil je er écht vroeg bij zijn? Dan is guppyzwemmen ideaal. Hier leren baby's/peuters van 2 maanden tot 2 jaar hoe je moet blijven drijven en bewegen in het water.

 

Op welk moment kan je je kind het beste aanmelden voor zwemles?

Het moment van inschrijven verschilt per zwemlesaanbieder. Soms zijn er lange wachtlijsten, dus probeer je vroegtijdig te verdiepen in een zwembad bij jullie in de buurt, zodat je weet of er nog plek is.

 

Lees ook
13x de leukste (subtropische) zwembaden voor kinderen >

 

Waar moet je op letten bij het selecteren van een geschikte les/aanbieder?

Zwemles, zwembaden, zwemscholen en zwemverenigingen: er zijn verschillende aanbieders en ook de lesmethoden, prijzen en lengte van wachtlijsten verschillen. Kijk vooral naar wat er bij jouw kind past, maar check wel of de organisatie de Licentie Nationale Zwemdiploma’s heeft. Alleen dan mogen de Nationale Zwemdiploma’s van het het Zwem-ABC worden uitgegeven.

 

Hoe zit het met schoolzwemmen?

Vroeger moest je als kind verplicht schoolzwemmen: eigenlijk gewoon zwemles op de basisschool. Deze begon als de leerlingen rond de 7 jaar waren. Tegenwoordig gaat dit anders en geven veel gemeenten (zo'n 70 procent) geen subsidie meer voor schoolzwemmen. Zij vinden dat jij als ouder zelf verantwoordelijk bent voor de zwemles van je kind(eren). 

 

Moet je kind zwemdiploma A, B én C halen?

Niets moet, maar de Nationale Raad Zwemveiligheid beschouwt diploma C als de Nederlandse Norm Zwemveiligheid - wellicht toch raadzaam om je kind voor alledrie te laten gaan, dus. Goed om te weten: de tarieven voor zwemlessen (dus ook voor het behalen van de diploma's) verschillen per aanbieder.

 

Hoelang doet een kind gemiddeld over deze drie diploma's?

Uitgangspunt voor het gemiddelde kind om diploma A te halen is een lesduur van in totaal 48 uur. Voor diploma B staat nog eens twaalf uur, en voor C ook twaalf uur. Maar natuurlijk kan dit per kind verschillen.

Meer over zwemles lees je hier.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >