Beeld: Getty
Beeld: Getty

Van de ene op de andere dag voor het kind van een ander zorgen. Daniëlle deed het. En nog top ook.

Danielle en (37) en Maarten (41) zorgen voor het zoontje van Maartens neef. Bram is nu twee en kwam bij hen wonen toen hij net een jaar was.

“Ik was blij toen Bram bij ons kwam wonen, maar het was een ingewikkelde blijdschap. Maarten en ik hebben jarenlang tevergeefs geprobeerd zelf een kind te krijgen en die teleurstelling had ik nog niet verwerkt. Toen Bram aan ons werd toegewezen, merkte ik dat mijn oergevoel direct weer werd aangewakkerd. Eindelijk kon ik eraan toegeven.
 

‘Hallo, wij nemen alles mee!'

Brams ouders konden door allerlei problemen niet voor hem zorgen, maar wilden hem wel graag bij familie hebben. Wij waren de beste kandidaten. Ik vond het best eng: zou dat kleine jongetje zich wel aan ons kunnen hechten? Hoe voelt dat dan, als het niet je eigen kind is? Zou ik wel een goede moeder voor hem zijn? Maar goed, we gingen ervoor en een week voor zijn komst stapten Maarten en ik als een stel opgewonden jonge ouders de Prénatal binnen. We riepen vrolijk: ‘Hallo, wij nemen alles mee!’ De verkoopster keek echt stomverbaasd.

Bram werd door zijn begeleider gebracht. Ik kreeg een briefje in mijn handen gedrukt waarop stond wat hij moest eten en drinken. ‘En hij slaapt slecht’, werd er nog snel bij verteld. Dat was het. Echt heel raar, zoals dat ging. Ik was nerveus en durfde hem die eerste paar uur geen seconde alleen te laten. Ik vroeg me ook steeds af of hij het wel leuk bij ons vond. Maar het ging best goed – als ik met hem speelde moest hij zelfs af en toe lachen. We moesten wennen aan elkaar, maar het ging ook wel natuurlijk. Hij was zelfs relaxter dan ik, alsof hij aanvoelde dat dit zijn veilige, nieuwe thuis was.
 

Loslaten is wel een dingetje

Toen ik hem die eerste avond naar bed bracht, viel hij in een diepe, tevreden slaap. Ik kon het haast niet geloven, ging elk halfuur kijken of het wel goed ging. Dat hij de hele nacht doorsliep bevestigde voor mij dat we de goede beslissing hadden genomen. Bram is inmiddels een jaar bij ons en het gaat prima. We houden zoveel van hem. Alleen, mijn verantwoordelijkheidsgevoel zit me soms in de weg. Toen hij bij ons kwam wonen, stopte ik met werken om hem alle aandacht te geven die hij nodig had. Ik merk nu dat ik graag weer aan de slag wil, maar moet er niet aan denken hem naar de crèche te brengen. Het voelt zo egoïstisch. Loslaten is wel een dingetje. Laatst heeft hij voor het eerst bij mijn ouders gelogeerd. Ik kreeg een brok in mijn keel toen ik hem achter het raam zag staan zwaaien. Het is natuurlijk heel normaal dat een kind bij opa en oma logeert, misschien maakte me dat wel zo emotioneel. Dat we op dat moment een normaal gezin waren.”
 

Marit (40) en Sven (43) zorgen voor het dochtertje van Marits neef. Julia (8) was pas acht weken oud toen ze naar hen verhuisde.

“Ik kreeg een compleet gestreste baby in mijn armen. Julia’s ogen stonden wijd open, ze huilde, ik kon de spanning in haar lichaam voelen. Mijn oerinstinct reageerde direct. Ik hield haar heel dicht tegen me aan, alsof ik haar wilde laten weten: bij ons ben je geborgen. Na een paar dagen durfde ze zich aan mijn warmte over te geven en werd het huilen minder.
 

'Het brak mijn hart: zo’n klein meisje met zo’n groot trauma'

Julia is de eerste weken van haar leven aan haar lot overgelaten. Het brak mijn hart: zo’n klein meisje met zo’n groot trauma. Hoe kun je nou niet reageren als een pasgeboren baby huilt? Het voelde ook oneerlijk. Mijn man en ik hebben jarenlang geprobeerd een kind te krijgen; Julia’s ouders hadden haar ondoordacht gekregen en niet voor hun kind gezorgd. Ik was niet trots op die gedachte hoor, want mijn neef en zijn vrouw hebben psychische problemen waar ze niks aan kunnen doen. Ik heb Julia vooral veel liefde en aandacht gegeven: kom maar hier, hier is het veilig. Ik wil zo graag dat ze gelukkig is bij ons. Medelijden heb ik natuurlijk ook. Ik zal nooit dat ene stukje voor haar kunnen oplossen – dat ze niet bij haar eigen ouders woont. Haar voogd van Jeugdzorg beslist over haar en niet ik, best vreemd vind ik dat. Ik ben nota bene de persoon die Julia het beste kent.

Julia moet elke drie weken een dag naar haar ouders. Ik snap dat het goed is dat ze contact met hen heeft, maar het is heel heftig. Na elk bezoek moet ze emotioneel een paar dagen bijkomen. Dan zit ik met een kind dat opnieuw haar draai moet vinden. Ik zie wat het met haar doet, maar mijn mening telt niet. Op papier ben ik niet haar moeder, terwijl het wel zo voelt. Dat doet pijn.”
 

Makkelijk was het niet

Carina (41) is single en zorgt sinds een jaar voor Jorik, de 13-jarige zoon van haar overleden broer.

“Mijn broer zou het ook mij voor doen, denk ik als de hele situatie me te veel wordt. Hij is dood en wij moeten zorgen dat het goed komt met Jorik. Mijn broer had grote psychische problemen. Op een avond is er iets bij hem geknapt en heeft hij zelfmoord gepleegd. Zijn vrouw kon niet voor Jorik zorgen, hoezeer de hele familie haar ook probeerde te helpen. Ik vond het vanzelfsprekend dat ik mijn neefje in huis zou nemen, maar makkelijk was het
niet. Ik was nog zo verdrietig om mijn broer.

Door alle problemen met zijn vader heeft Jorik veel nare dingen meegemaakt. Je merkt dat ook aan hem. Hij heeft veel ruimte nodig, is soms heel kinderlijk en heeft last van boze buien. En nu begint hij ook nog te puberen. Al die gevoelens waarmee hij moet dealen, het is ook niet makkelijk. Hij heeft zo veel vragen over zijn vader en hoe het nu verder moet met mama. Ik geef altijd eerlijk antwoord en als ik het niet weet, zeg ik dat ook.
 

'Ik baal als zijn moeder weer eens niet komt opdagen’

Alle rompslomp eromheen is zwaar. Niet eens dat ik mijn vrije leventje heb moeten opgeven, dat gaat me makkelijk af. Ik vind het ingewikkeld dat ik ook te maken heb met Joriks moeder. Er zijn duidelijke af spraken gemaakt over hoe en wanneer hij haar ziet. Ik begrijp dat het contact belangrijk is, maar als zij niet op komt dagen of weer eens een uur te laat is, zakt de moed me weleens in de schoenen.

Ik doe mijn best Jorik een zo’n normaal mogelijk leven te geven. We hebben een planbord in de keuken hangen, eten samen, hij gaat gewoon naar school en moet zich aan de regels houden. Soms moet ik boos op hem worden, dan voel ik me altijd weer schuldig. Mijn verstand zegt dat het moet, maar gevoelsmatig wil ik alleen maar lief voor hem zijn. Ik denk weleens dat ik te veel mijn best doe. Nou ja, voorlopig redden we het prima met zijn tweetjes. Mijn neefje en ik zijn twee handen op één buik.”

Dit artikel staat in Kek Mama 13-2016.

kinderen-met-twee-moeders-of-vaders

Kinderen met homoseksuele ouders groeien even gelukkig, tevreden en goed functionerend op als kinderen uit een gezin met een vader en een moeder. Dat zegt hoogleraar homoseksueel ouderschap Henny Bos.

Door de kinderen te observeren, filmen en vragenlijsten in te laten vullen, zag Bos hoe ze zich gedroegen op school en binnen het gezin. En wat blijkt? Ze voelen zich niet minder gelukkig. Ook vertonen ze niet meer grensoverschrijdend gedrag.

 

'Begrensde acceptatie'

Maar toch kunnen ze volgens de wetenschapper van één ding wel last hebben: de 5 procent die uitgesproken negatief is over homoseksualiteit. Bos: "Er is sprake van een begrensde acceptatie vanuit de maatschappij: enerzijds heb je in Nederland als homo of lesbische vrouw veel vrijheid, maar tegelijkertijd vinden mensen het geregeld vies als twee mannen elkaar zoenen."

 

Lees ook
Vrolijke opvoedtantes Els en Do over opgroeien zonder mannen >

 

'Wie is nou je echte moeder?'

"De samenleving zendt tegenstrijdige boodschappen uit en dat zien we ook terug in ons onderzoek", vervolgt Bos. "Zo krijgt de helft van de kinderen met twee moeders of twee vaders weleens vragen als: wie is nou je echte moeder? Of: mis je dan geen vader?’" Het zou volgens de wetenschapper best kunnen dat kinderen het moeilijk hebben met zulke vragen, maar ouders kunnen hier een belangrijke rol in spelen: "Hoe bereiden zij hun kinderen voor op opmerkingen en reacties vanuit de maatschappij? Ook de zichtbaarheid van andere vergelijkbare gezinnen helpt. Dat kinderen om zich heen zien dat er meer zijn zoals zij."

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
De juf

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: Juf Annette (41) geeft les aan groep 7.

Dinsdagochtend elf uur, een binnenzwembad op de Veluwe. We zijn met de bovenbouw op kamp. Er zijn maar liefst 75 leerlingen mee. Vorig jaar waren het er vijftig, en toen vond ik al dat het maximum was overschreden. Nu zijn er niet eens meer slaapzalen voor de begeleiders in onze kampeerboerderij. ’s Nachts liggen we met tien leerkrachten en tien ouders op opblaasmatrassen in de ruimte tussen de voordeur en de keuken. Max, de vader van Julia, heeft zich op de plek naast mij weten te wurmen. Hij trakteert me iets te vaak op ongewenste knipoogjes. Gelukkig heb ik een niets onthullende pyjama aan. Maar het slaapt niet lekker.
 

Buikpijn van de spanning

Ik heb al weken buikpijn van de spanning, omdat ik veel verantwoordelijkheden heb. En dan heb ik ook nog de cursus voor bedrijfshulpverlener gevolgd. Wat heeft me bezield? Als dank voor mijn ijver ben ik nu verantwoordelijk voor alle ongelukjes en ongelukken die voorbijkomen.

Ik sta als bhv’er een trapje hoger dan een EHBO’er. Ik kan niet alleen pleisters plakken, tekenbeten behandelen en mitella’s aanleggen, maar ook de stabiele zijligging toepassen, reanimeren en branden blussen.

De andere volwassenen begeleiden gezellig wedstrijden, spelletjes, droppings. Ik zeul erachteraan met mijn EHBO-kist. Gisteren, op dag één, heb ik ontelbaar veel pleisters geplakt, zeven bloedende knieën verbonden, drie hoofdwonden gestelpt en vier teken verwijderd.

Vanochtend viel Elsje (7) uit een boom. Haar enkel zwol op en werd blauw. Een breuk? Ik spoot er een coldspray op. Een van de chauffeurs bracht haar naar de EHBO in de stad.

Ze waren nog niet weg of er klonk gebrul uit de keuken. Keukenhulpje Benjamin (8) had te enthousiast uien gesneden. Uit zijn wijsvinger spoot bloed, het topje lag er bijna af. Ook hij is naar de EHBO. Met een gaasje uit mijn kist.
 

Lees ook
Juf Charlotte (41) wordt gek van de ouders van Fiene >

 

Zwembandjes

Nu zijn we dus in het zwembad. Terwijl zeven leerlingen geen diploma hebben. Die moeten zwembandjes om. Mijn hart slaat een slag over als ik twee paar bandjes aan de kant van het diepe zie liggen. Ik ren naar de badmeester. Samen scannen we de bodem van het bad. Of daar een kind ligt. Dan zie ik de zwemdiplomaloze Hamza en Anouar (beiden 8) van de glijbaan glijden. Zonder zwembandjes. Overspannen roep ik ze naar de kant, sleur ze uit het water en zeg streng: “Of die dingen aan, of ik bind jullie voor de rest van de dag vast op een stoel.”
 

Nog één nacht

Collega Inge belt vanuit het ziekenhuis. Benjamins vinger is gehecht. En Elsjes enkel is niet gebroken, maar wel zwaar gekneusd. Inge brengt ze naar huis. Morgen gaan wij ook. Ik kan niet wachten. Nog één keer douchen onder een lauw, miezerig straaltje. Nog één nacht op mijn slaapmatrasje naast de knipogende Max. Ik snak naar mijn eigen man. En naar mijn eigen bed. En naar een bad van drie uur. En naar de herfstvakantie.


Dit artikel staat in Kek Mama 10-2018.
 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >