bankrekening student moeder
Beeld: Pexels

Marli (24) studeert klinische psychologie, woont samen met Daan en heeft een dochtertje: Yara van twee.

“Na college vind ik mijn fiets meteen terug in die zee van oude barrels. Het is de enige met een kinderzitje: die van de andere ouders staan in de stalling, want dat zijn allemaal universiteitsmedewerkers.
 

Jong

Ik hoopte altijd al jong moeder te worden. Mijn eigen moeder was veertig toen ze mij kreeg: ik was de jongste van drie. Zij zei vaak: ‘Als ik had geweten dat het zo leuk zou zijn, was ik er veel eerder aan begonnen.’ Dat heeft vast invloed op mij gehad. Net als het feit dat mijn ouders ons altijd erg vrij hebben gelaten. Als mijn zussen en ik gingen stappen, kregen we nooit een eindtijd, ze rekenden erop dat we hun vertrouwen niet beschaamden. Het scheelt ook dat ik midden in de stad ben opgegroeid, met alle geneugten op kruipafstand. Voor veel van mijn studiegenoten in het eerste jaar was het alsof hun leven nu pas echt ging beginnen: dat gevoel had ik totaal niet. 
 

Eenpersoonsmatras

Ik had net mijn bachelor gehaald, toen ik ontdekte dat ik zwanger was. Gepland was het niet echt, maar met anticonceptie namen Daan en ik het niet zo nauw, dus dan kun je niet al te geschokt zijn wanneer dat streepje oplicht. We hadden sinds drie jaar een relatie. Daan is vier jaar ouder dan ik en werkte als bedrijfsleider in een café. We hebben even getwijfeld: ik deelde nog een woning met een vriendin en sliep op een eenpersoonsmatras. Daan zat ergens in onderhuur. Was het bedje dat we ons kind konden bieden wel gespreid genoeg? Maar de blijdschap over de zwangerschap en het besef dat het in een liefdevol nest zou opgroeien, wogen zwaarder dan die materiële argumenten. 
 

'Ik ben flink vooruit gaan werken'

De zwangerschap gaf me vleugels. Ik ben flink vooruit gaan werken, zodat ik rond mijn bevalling zo min mogelijk studievertraging zou oplopen. Bevallingsverlof kreeg ik niet als student, maar ik maakte wel vier maanden aanspraak op een bijdrage uit een zogenaamd profileringsfonds, dat je inkomen aanvult wanneer je wegens bijzondere omstandigheden tijdelijk niet kunt studeren. Het was hetzelfde bedrag dat ik al kreeg: € 1025 per maand, opgebouwd uit een basisbeurs, een aanvullende beurs en een lening. Daan werkt inmiddels als kok in een klein buurtrestaurant en verdient ongeveer hetzelfde bedrag.
 

Geen pasta met ketchup

Vlak voor mijn bevalling vonden we een etage voor € 700: veertig vierkante meter, met één slaapkamer en een wc-deur die net niet helemaal dicht kan als je op de bril zit. Meubels kregen we van vrienden en familie, en de kinderspullen zijn gesponsord door onze ouders. De mijne betalen daarnaast nog mee aan een krat biologisch eten, dat wekelijks bij ons wordt thuisgebracht. Daan neemt vaak kliekjes mee van het restaurant, dus ons kind leeft gelukkig niet van het standaard studentendieet van pasta met ketchup en Boursin. Aan het einde van ons geld houden we altijd een stukje maand over, zoals die poster van Loesje zegt. Toch klaag ik niet. Ik heb een paar oudere vriendinnen die al zijn afgestudeerd, maar geen baan kunnen vinden. Dan is die studiefinanciering van mij zo slecht nog niet. 
 

Studeren tijdens slaapjes

Toen Yara vier maanden oud was, heb ik mijn studie weer opgepakt. De eerste maanden viel dat nog best tegen, vooral als we weer eens een doorwaakte nacht achter de rug hadden. Ik troostte mezelf ermee dat een studiegenoot met een enorme kater het óók moeilijk had, maar dan op een andere manier. Ik denk dat jonge werkende moeders het zwaarder hebben dan ik. Ik hoef maar voor acht uur college per week opvang te regelen. Studeren doe ik tijdens Yara’s slaapjes, overdag en ’s avonds, al wordt dat wat lastiger nu ze wat groter wordt. Daan is ’s ochtends altijd thuis, dus we redden het nog steeds zonder opvang.
 

Pootjebaden en stroopwafelkruimels

Ik zie vooral voordelen aan mijn situatie. Wel vind ik het soms eenzaam dat ik behalve Daan niemand heb die in dezelfde situatie zit als ik. In het zwangerschapsklasje was ik de vreemde eend in de bijt omdat ik zo veel jonger was dan de anderen. Op de universiteit hoor ik er ook niet echt bij, omdat ik zelden mee de kroeg inga. Daar staan de leuke momenten met mijn dochtertje tegenover: melk voeren aan de geitjes op de kinderboerderij, pootjebaden in het pierenbad, stroopwafelkruimels eten op de markt.
 

'En dan staan we in ons eentje op de dansvloer'

In april hoop ik mijn eindscriptie in te leveren. Het is de vraag wie er zit te wachten op een pas afgestudeerd broekie met nul werkervaring en een peuter thuis. Omdat ik toch nog drie jaar recht heb op studiefinanciering, heb ik besloten er nog een studie aan vast te plakken: een twee-jarige opleiding tot GZ-psycholoog. Die zal ik weer tijdelijk moeten onderbreken, omdat ik net heb ontdekt dat ik weer zwanger ben. Als ik dertig ben, hebben we twee kinderen op school zitten, wonen we iets minder studentikoos, heb ik hopelijk een baan bij een GGZ-instelling en Daan zijn eigen restaurantje. En dan staan we in ons eentje op de dansvloer, omdat onze vrienden dan net aan kinderen zijn begonnen.”

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >