Zonder je kind op vakantie, het is een grof schandaal vinden haar medemoeders. En toch doet single moeder Joan het elk jaar.

“Doet u maar een lekker wijntje”, zeg ik tegen de stewardess terwijl ik mijn tijdschrift opzijleg. De pasta or chicken laat ik voor wat het is, het glas rode wijn samen met wat pinda’s voldoet prima. En dit keer kan het. Normaal, als ik met mijn vierjarige zoon Callum vlieg, drink ik geen druppel alcohol. Ik ben een alleenstaande moeder met een groot verantwoordelijkheidsbesef. Ik wil fris en scherp blijven en kan het me niet veroorloven rozig van de wijn even lekker weg te zakken. Voor hetzelfde geld besluit zoonlief dan net dat hij best in zijn eentje naar de wc in de businessclass kan wandelen of maakt het vliegtuig een dusdanige manoeuvre dat ik met zuurstofmaskers in de weer moet. Kans is klein, maar toch.

 

Ongestoord batterij opladen

Maar dit keer zit er geen stuiterend kind naast me, maar mijn moeder. En gaan we niet naar een oord met speeltuinen en zandbakken, maar naar Las Vegas. Ons jaarlijks uitje en het moment waarop ik heerlijk ongestoord mijn batterij kan opladen. En dat begint dus al in het vliegtuig. Ik kan naar hartenlust films kijken die ik zélf leuk vind. Ik heb eindelijk tijd voor de nieuwe Esther Verhoef en ik hoef me geen breuk te sjouwen. Naast mijn voeten ligt slechts mijn handtas en een tasje tijdschriften, in plaats van een hutkoffer vol attributen, cadeautjes en versnaperingen die helpen een kleuter tien uur lang aan boord te vermaken.

 

Vijftien jaar naar Vegas

Al vijftien jaar lang maken mijn moeder en ik in de zomer een trip van twee weken naar Las Vegas. We houden allebei van zon, shoppen, lekker eten, luxe hotels en een gokje wagen en dat kan daar allemaal, zonder dat je er de hoofdprijs voor betaalt. Toen ik vijf jaar geleden zwanger werd, riep mijn vader – hij was toen 59 – meteen dat onze reisjes door moesten blijven gaan. Hij zou er persoonlijk op toezien dat mijn kind de beste zorg zou krijgen, namelijk die van zijn opa.

 

'Ik heb opa toch?'

Inmiddels vier ik dit jaar voor de vierde keer vakantie zonder mijn kind en kan ik vol trots vertellen dat er zich op Schiphol geen noemenswaardige drama’s afspelen en  zowel mijn zoon als ik geen traan laten bij het afscheid. Als ik Callum thuis vraag of hij me gaat missen, antwoordt hij laconiek: “Waarom mama, ik heb opa toch?” Mijn vader ontpopt zich in deze vakanties namelijk tot een superoppasser die geheel tegen zijn natuur in gezellig met mijn zoon kampeert of een bungalow in een park met subtropisch zwemparadijs huurt. Ik zie mijn vader als opa  dingen doen die hij in mijn jeugd nooit zou hebben overwogen. Toen was hij voornamelijk aan het werk en wilde tijdens vakanties rust. Maar voor Callum is hem niets te dol en opa en kleinzoon genieten erg van deze periode.

 

Brok in mijn keel

Natuurlijk sta ik op Schiphol met een brok in mijn keel en heb ik mijn zoon onderweg naar de luchthaven minstens twintig keer gezegd hoeveel ik van hem houd en hem overladen met kusjes en hij heeft me even vaak terug gekust en geknuffeld en verteld dat ik écht de allerliefste mama ben van de hele wereld. Maar eenmaal in de rij voor de incheck balie is Callum alleen nog maar geïnteresseerd in hoeveel cadeaus ik voor hem mee zal brengen en of die straks wel allemaal in mijn koffer passen. 

 

Ontaarde moeder

Mijn zelfverworven vrijheid is iets wat ik graag deel op verjaardagen, met vriendinnen, moeders op het schoolplein en voorheen die van de crèche. De reacties zijn wisselend. Dat ik zonder schuldgevoel en/of buikpijn twee weken zonder mijn kind kan zijn, wordt niet altijd even goed begrepen. Vooral collegamoeders kunnen de woorden “Goh wat leuk” op een dusdanige manier uitspreken dat ik vermoed dat ze eenmaal thuis meteen Jeugdzorg bellen. Ik zie ze denken: wat een ontaarde moeder. Zou het voor mijn werk zijn, dan is het een ander verhaal. Maar dat is het niet. Het is puur voor mijn eigen plezier. Ondanks die negatieve reacties, blijf ik stug pleiten voor meer me-time voor moeders.

 

Commentaar van andere vrouwen

Als ik om me heen kijk, vrees ik dat het puur iets is voor vrouwen om andere vrouwen te beoordelen en veroordelen. Toen een collega laatst een weekend naar Spanje ging met vriendinnen en haar negen maanden oude zoon achterliet bij zijn vader, kreeg ze voornamelijk commentaar van andere vrouwen. Van haar moeder en schoonmoeder en buurvrouwen. Ze moest vooral dankbaar zijn dat haar man een héél weekend lang voor zijn eigen zoon wilde zorgen. Haar afwezigheid werd nog enigszins begrepen als ze om het kwartier naar huis zou appen om te informeren hoe het kind en man verging. Iets wat ze uiteraard niet deed. Haar man genoot van deze quality time met zijn zoon en redde zich prima. En dat hun zoon twee dagen lang dezelfde romper droeg, ach dat nam ze op de koop toe. 

 

Stiekem veel jaloezie

Onder de afkeuring die ik ondervind als ik vertel dat ik niet drie weken kampeer met mijn zoon in Zuid-Frankrijk, maar aan het zwembad in Vegas lig met een strawberry daiquiri, schuilt volgens mij stiekem ook veel jaloezie. De laatste keer dat ik dat op het schoolplein aan een moeder van een vriendje uit Callums klas vertelde, keek ze me ontzet aan. Véértien dagen en véértien nachten zonder mijn kind? Hoe kon ik? Zij zou geen weekend zonder haar bloedjes kunnen. Sterker nog, na de geboorte van haar dochter van nu tien, was ze nog geen nacht van huis geweest. Even doorvragend bleek dat ze eigenlijk best hunkerde naar een avond uit eten of stappen met vriendinnen. Maar haar kinderen accepteerden niet dat iemand anders dan zij ze naar bed bracht. Zelfs hun vader was geen acceptabel alternatief. Hij kon blijkbaar net even iets minder goed voorlezen dan zij en wist niet hoe hij de tanden moest poetsen van de kinderen. Dat tandenpoetsen geen hogere wiskunde is en dat je een bedritueel best snel onder de knie kan krijgen, was ze met me eens, maar ze wist gewoon niet hoe ze de knop moest omdraaien bij haar gezin. 

 

Net Moeder de Gans

Het lijkt of wij moeders sterren zijn in het naar ons toe trekken van de zorg voor de kinderen.  Niemand weet immers zo goed wat het kind nodig heeft als de moeder, zo vertellen we onszelf. Ik ben daarin geen uitzondering. 351 dagen per jaar ben ik net Moeder de Gans en zorg ik ervoor dat het mijn kuiken aan niets ontbreekt. Ik organiseer mijn werk rondom judo, zwemles en speelafspraken. Maar toch, eens per jaar moet ik er dus echt even uit. Wil ik alleen maar denken aan zaken als ‘zit er al een vier in de klok?’ en ‘wat ga ik vanavond eten en waar?’ Ik kan naar hartenlust zes uur achter elkaar shoppen in de outletmall – wel voornamelijk kinderkleding, sommige dingen vallen ook negenduizend kilometer verderop nog niet af te leren – maar zonder gebedel om ijsjes. Natuurlijk verlang ik na die twee weken als een malle naar mijn kind en tel ik op de terugvlucht de minuten af tot ik dat lekkere mannetje kan doodknuffelen. Maar in Amerika is hij uren uit mijn gedachten. We skypen dagelijks, maar bij zoonlief is het blijkbaar ‘uit het oog, uit het hart’. Want als ik dan eindelijk goed werkende wifi heb gevonden en naar huis skype, krijg ik eerst mijn vader in beeld die vertelt hoe vaak ze vandaag van de grote glijbaan af zijn geweest. In de verte zie ik een glimp van mijn zoon. Ik zeg enigszins dringend dat ik Callum nu toch echt zelf even wil spreken. Maar dan klinkt het nuchtere antwoord vanuit de tuin: “Nee hoor mama, ik kan nu niet komen. Ik ben in de zandbak. Ik zie je volgende week wel weer.” 

 

Dit verhaal staat in Kek Mama 07-2015

In samenwerking met Kek Mama