Beeld: Getty

De man van Caroline verzet geen stap zonder smartphone. “Hebben we net gevreeën, zit-ie alweer te appen.”

Vrijdagavond acht uur. Joost en ik ploffen op de bank met sushi en witte wijn. Gaar van een drukke week, klaar voor een avondje samen. Na twee happen en drie slokken hoor ik een piepje – in tweevoud. Hee, de vriendengroep is wakker en begint met een  appbombardement over een feestje volgende week. Voor ik het doorheb, zitten we allebei verwoed mee te appen. 64 berichten later ben ik het beu. We zijn met z’n allen allang en breed off topic bezig en hoewel het reuze gezellig en lollig is, was dit nou net niet mijn idee van een avondje met z’n tweeën. Ik zet m’n iPhone op stil en flikker hem in een hoek. En verwacht van Joost dat hij hetzelfde doet.

 

Onafscheidelijk

Het voelt zo langzamerhand alsof we thuis niet meer met z’n vieren zijn, maar dat er op een onbewaakt ogenblik twee volwaardige gezinsleden zijn binnengeslopen. Ze eten nog net niet mee. Want de enige telefoonregel die we tot dusver hebben, is dat onze iPhones door niemand – dus ook niet door onze dochters Mara (5) en Hanna (3) – gebruikt worden als we aan tafel zitten. Een regel die we overigens zelf regelmatig overschrijden, al is het maar om tijdens het eten te Skypen met een van de oma’s of een lollig filmpje te maken van Hanna die eigenhandig een yoghurthaarmasker fabriceert. En ach ja, dan gooien we dat direct maar in de app-groep van de familie. Toch stoort dat ding me. Joost en z’n iPhone zijn namelijk onafscheidelijk. Sterker nog: zijn telefoon is zijn leven. Staat een afspraak niet genoteerd in zijn digitale agenda, dan bestaat-ie volgens hem niet. Laatst keek hij me met grote ogen aan toen ik tijdens de ochtendspits terloops melde dat ik zo’n zin had in vanavond.

“Hoezo vanavond, wat ga je doen dan?”
“Nou, ik ben om zes uur weg. Eten met Joan, Maud en Lotte. Daarna gaan we vast nog
even de kroeg in. Dat heb ik echt al drie keer verteld.”

 

Appen en mailen

Terwijl mijn irritatie toeneemt, pakt Joost zijn telefoon. “Ik weet van niks. Het staat niet in mijn agenda. Je hebt het zeker niet geappt of gemaild.” Ik ontplof. Moet ik nou echt elke afspraak van wie dan ook in dit gezin appen of mailen? Hoofdschuddend loop ik naar de keuken. Waar is het hier misgegaan? En hoe kunnen we het tij keren? Want dit gebeurt me vaker dan me lief is. ’s Avonds uit ik mijn ongenoegen bij mijn vriendinnen. We zuchten, steunen en kreunen en lachen elkaar vervolgens keihard uit. Zonder dat we het zelf doorhebben, kijken we namelijk al mopperend op onze telefoons of er nog berichten zijn binnengekomen. Collectief verdwijnen ze van tafel.

Mijn grootste irritatie is ook mijn grootste valkuil. Zelf check ik thuis ook veel te vaak mijn mail, Facebook,  Instagram, het nieuws en Buienradar. Ik ben net zo verknocht aan mijn iPhone als Joost, maar vastberaden daar verandering in te brengen. Daarom ligt die vaker in de kast, in plaats van op de bank naast me. En als ik de verleiding niet kan weerstaan om bij elk piepje op te springen, moet-ie maar opstil. Ik ben cold turkey aan het afkicken van deze irritante verslaving.

 

Telefoon op zijn nachtkastje

Joost ziet dat geheel anders. Hij is heus niet verslaafd. Vindt hij zelf. Bovendien: gezien zijn leidinggevende functie in een bedrijf dat van zeven uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds is geopend, moet hij altijd bereikbaar zijn. ’s Nachts ligt zijn telefoon op zijn nachtkastje, voor het geval er wordt ingebroken en de beveiliging belt. Helaas gebeurt dat ook met enige regelmaat. Overigens, vóór die telefoon op het nachtkastje belandt, maakt hij trouw z’n online rondje. Even de mail checken, YouTuben, nu-punt-en-ellen, Facebooken en natuurlijk apps versturen naar de tig groepen waarin hij zit. Ik doe m’n best al het gepiep naast me te negeren, maar onder tussen vind ik het bloedirritant. Ik wil niet gestoord  worden als ik slaap of daar wat anders uitvreet – toch gaat mijn  telefoon mee naar bed omdat hij ook dienstdoet als wekker. Dus ja, als Joost dan toch nog even ligt te swipen, kan ik net zo goed even meedoen. Zo ben ik dan ook wel weer.

Regelmatig (lees: elke avond) liggen we in bed naast elkaar te internetten. Gezichten blauw van het licht, vingers koud van het swipen. Op een avond kijk ik naar Joost. Die ligt op zijn buik, telefoon op zijn kussen, te kijken naar de top tien van The Voice-audities van de wereld (vraag me niet waarom). Ineens schiet me het gesprek te binnen dat we onlangs samen hebben gevoerd. Over ons seksleven, dat nogal is ingekakt sinds de meiden er zijn. Want moe, geen zin, te laat, ga zo maar door. Ik bedenk me dat die meiden een slap excuus zijn. Tegen de tijd dat wij zijn uitgeswiped, vallen mijn ogen dicht en wil ik alleen nog maar slapen. Niet de meiden, maar die telefoons hebben invloed op ons leven tussen de lakens.

 

"Dit méén je niet"

Ik mik de mijne op mijn nachtkastje, pak die van hem af en verleid Joost tot een gezellig onderonsje. Terwijl we fijn samen bezig zijn (moeten we echt vaker doen!), hoor ik naast me alweer een app binnenkomen. Ik negeer het geluid en focus me op de lekkere man die op me ligt. Achteraf loop ik van de badkamer terug naar bed. Net als ik wil zeggen hoe fijn ik het vond, zie ik hoe Joost nog gauw een appje verstuurt. “Dit méén je niet!” Ik kruip naast hem en keer hem boos de rug toe. Licht uit en slapen. 

De volgende dag geeft Joost toe dat het geen handige zet van hem was. We staan in de badkamer onze tanden te poetsen, kijken elkaar aan en schieten allebei in de lach. We gaan ons leven beteren. De telefoons gaan in Huize Pelders vaker aan de kant. Bij het ontbijt vraagt Joost naar mijn planning voor de komende weken. Afspraken, verplichtingen, wat staat er allemaal op de agenda? “Caro, zet het even op de app alsjeblieft. Dan synchroniseer ik dat meteen met mijn agenda. Anders kan ik het echt niet onthouden.” Ik geef hem een knipoog en beloof het. Volgens mij hebben we nog een lange weg te gaan. 

In samenwerking met Kek Mama