Meer dan de helft van de relaties komt in een relatiecrisis terecht als er kinderen komen. En dan is de grote vraag: wat doen we? Uit elkaar of ervoor vechten?

“Het vervelende van samenwonen vind ik dat de leverworst ’s avonds minder lang is dan ik hem heb achtergelaten.” Dat zei de vriend van Janet (39) toen ze nog maar kort samenwoonden en hij uit zijn werk thuiskwam. En ze wist: dit is misschien niet de meest flexibele man. Maar ze was zwanger, er was geen uitweg, en het bleek niet eens hun  grootste obstakel.
Ze kregen twee zoons die nu tien en acht zijn. De eerste jaren waren zwaar, zegt Janet. “Ik was blij met onze jongens en ons gezin, maar ik miste een hoop.  Aandacht voor mij bijvoorbeeld, en iets vrouwelijks in huis. Het was wel heel veel geschreeuw en gestoei.” Sex was vanaf het begin af aan een probleem, haar vriend had er gewoon niet zo’n behoefte aan. “Op een gegeven moment zei hij: ‘Als het zo belangrijk voor je is, moet je maar een minnaar nemen. Ik wil er alleen niets van merken.’ Ik voelde me zo in de steek gelaten.” Janet dacht lang na over de mogelijkheid en besloot toen in te gaan op de avances
van een andere man. “Ik fleurde er enorm van op. Ik had sex, ik voelde me weer geliefd en gewild.”

En zo ging het een tijd goed. Tot haar vriend een sms’je van haar minnaar vond. “Het was een nogal geil tekstje, zoals dat gaat als je een minnaar hebt. Ik vond het zielig voor mijn vriend dat hij dat had gezien, maar ik had er geen spijt van. Door mezelf dit te gunnen, werd ik weer compleet.” Haar vriend wilde er verder niets van weten, maar raakte haar tweeënhalf jaar met geen vinger meer aan. Ze gingen samen in therapie en kwamen erachter dat ze volledig anders in relaties staan. Zij zoekt verbondenheid, hij is bang zichzelf in de ander te verliezen. “Ik ben emotioneel, afhankelijk en een pleaser. Hij is autonoom, lijkt vol zelfvertrouwen en gaat uit van zichzelf.”

Meer dan de helft van de jonge ouders belandt in een crisis na de geboorte van het eerste kind, zeggen filosoof-ethicus Corrie Haverkort en pedagoog en stiefgezincoach Marlijn Kooistra in hun boek Liever liefde dan de beste buggy. Dat komt doordat mensen geen reëel beeld hebben van wat het ouderschap inhoudt en hoe het je relatie kan veranderen, zeggen zij. Aanstaande ouders zijn vooral druk met het inrichten van de babykamer, leuke kleertjes en het zoeken naar de beste buggy. Maar waar een kind echt blij van wordt – ouders die het samen fijn hebben – daar is weinig aandacht voor. Ouders zouden er goed aan doen, aldus Haverkort, om al vóór er kinderen komen afspraken te maken over de verdeling van zorg én over de tijd en ruimte die ze zelf nodig hebben. Daar krijg je betere
relaties van.

Lees het hele artikel in Kek Mama 01-2016. Bestel 'm hier online.

In samenwerking met Kek Mama