Beeld: Getty

Hoe een bloedige aanvaring met een verwend rotjochie Els Quaegebeur weer eens doet beseffen: niks mis met af en toe streng zijn.

Zaterdagochtend, aquarium Artis. Mijn dochter Kate (4) en ik stonden zoals gebruikelijk gedurende lange tijd in een donkere zaal naar de haaien te kijken. Met hun ontevreden smoelwerk trokken ze eindeloos baantjes in hun krappe behuizing. Kate kan van dit tafereel geen genoeg krijgen. Artis is voor haar niets anders dan de softijsjesmachine in het restaurant en het aquarium – of het museum, zoals zij het noemt. De overige Artisbewoners beschouwt ze als behang.
“De haaien kunnen er niet uit toch, mama?”
“Ze kunnen er niet uit. Geen zorgen.”
“En als ze van iemand vleugels krijgen?”
“Dan misschien wel.”
“Maar ze krijgen niet van iemand vleugels toch?”
“Nee, die kans lijkt me heel klein.”
“Wat bedoel je?”
“Dat ze geen vleugels krijgen.”
“O. Oké.” Goed, daar stonden we dus weer, gehypnotiseerd door het eentonig optreden van de haaien, Kate op het plankje voor het glas, ik achter haar.

 

Tand door haar lip

Plotseling dook in de halfduisternis een klein, blond jongetje op. Hij schoof Kate opzij als een Playmobilpoppetje waarop hij was uitgekeken. Ze viel van het plankje, tand door haar lip, huilie huilie. Met grote betraande ogen staarde ze hem aan, eerst vanuit onbegrip over zo veel lompheid, maar al snel kreeg ze iets strengs over zich. Kate wachtte op excuses, want daar kom je mee als je iemand pijn hebt gedaan, expres, per ongeluk, per ongeluk expres, whatever.

Het jongetje zei niets. Hij volgde doodgemoedereerd de bewegingen van de vissen, alsof er niet een bloedende vrouw achter hem stond te wenen. De vaders van het jongetje, die tot dan toe vanaf een bankje in het midden van de zaal hadden toegekeken, kwamen schoorvoetend aangelopen. Ze sloegen geen acht op Kate en mij, maar richtten zich meteen tot het jochie – voor wie zij niet meer dan twee zakken lucht waren. “Noah, lieverd, Noahtje, zeg even sorry tegen dat meisje. Ze heeft zich pijn gedaan.” Noahtje nam de houding aan van de haaien: stuurs, arrogant, zwijgzaam.

 

Geen speld tussen te krijgen

Vader één aaide hem over zijn hoofd. “Noahtje, zullen we heel eventjes sorry zeggen tegen dat meisje? Hè? Dat is toch aardig?” Vader twee boog zich bemoedigend naar hem toe. “Noahtje, honey, kom, dan doen we het samen. Goed? Vind je dat fijn?” Kate stond inmiddels weer stevig met twee voeten op het plankje. Ze tikte Noah op zijn schouder en snauwde: “Jommetje, ik bloed en jij moet sorry zeggen.” Ik moet toe geven, de toon waarop ze het zei was behoorlijk betweterig (staat gelijk aan: contraproductief), maar verder was er geen speld tussen te krijgen. Vader één op zijn scherpzinnigst: “Ja Noahtje, zo is het wel.” 

Noah keerde ons zijn rug toe, mompelde ‘echt niet’ en ging een zwembad verder pretenderen dat zee­egels zijn lievelingsdieren waren. De vaders maakten eveneens terugtrekkende bewegingen, met een verholen trotse glimlach. Vader twee: “Het wil niet, hij is heel eigenzinnig.” Ik dacht: wat zou zo’n zee-­egel leuk staan in het gezicht van Noahtje.

 

Omdat ik het zeg

Een kwartier later kwamen we buiten. Noah zat bovenop de witte kunstwerk­dinosaurus die voor het aquarium dienstdoet als glijbaan. Kate liet zich niet meer kennen. Ze klom omhoog langs de staart van de dino, vermorzelde Noah met haar seriemoordenaarsblik en gleed langs de nek naar beneden. Na tien keer had ik wel gezien. “We gaan”, zei ik. Kate: “Nog één keer.” Oké. Ze ging nog een keer. “We gaan nu”, zei ik. Zij: “Nog één keer.” Ik: “Goed, maar dit is die ene keer die ook echt de laatste is.” Ze gleed alweer. Nog voor ze beneden was, riep ze al, niet als vraag maar als gegeven: “Nog één keer!” Ik schudde mijn hoofd, raapte haar schoenen en jas op uit het gras en stak mijn hand uit. Met tegenzin pakte ze hem vast. “Waarom gaan we dan nuuuuhuuuu?” Daar had ik maar één antwoord op: “Omdat ik het zeg.” Geen zin in het softe gedoe van de papa’s van Noah. Geen leugens (“Oeh schat, Artis gaat zo dicht. Straks zitten we hier opgesloten.”), geen zin in omkoperij, discussies of een compromis van het type mama = de loser. Gewoon, omdat ik het zeg. Heerlijk.

 

Luier ruiken: schuldig

Er zijn veel gebruiken rond kleine kinderen waarvan ik me had voorgenomen ze nooit over te nemen toen Kate net was geboren. Aan haar luier ruiken in de publieke ruimte. Vrienden en familieleden informatie opdringen over haar zindelijkheidsvoortgang. Bij een etentje alle aandacht opzuigen door de Maxi­Cosi midden op tafel te planten.  Opscheppen over hoe ‘voorlijk’ ze is in basale vaardigheden als rollen, kruipen of ‘bal’ zeggen. Het woord voorlijk überhaupt gebruiken. De vraag ‘Hoe vaak komt-­ie/ze?’ stellen in  gesprekken over nachtvoeding. Dit is niet helemaal gelukt (luier ruiken: schuldig), maar ik houd me er aardig aan.

Van ‘omdat ik het zeg’ (hierna: oihz) echter wist ik al toen ik mijn spiraal liet verwijderen in de hoop zwanger te raken: die voer ik in. Oké, niet meteen na het doorknippen van de navelstreng. Niet zonder empathie. Niet om elk wissewasje. Maar ook zeker niet als uitzondering (want dan werkt het niet). Choose your battles and choose them well.

 

Begrijpende, uitgestreken overlegouder

Een aantal jaar geleden, toen ik nog vrijgezel was en alleen mezelf had om tegen te oihz’en, hoorde ik mijn moeder tegen mijn zienderogen onder uitputting lijdende broer (vader van twee kinderen) zeggen: “Van de tien keer dat je strijd met ze hebt, moet jij zeven keer winnen. Zonder te veel geouwehoer.” In eerste instantie vond ik dat nogal dictatoriaal klinken. 

Later bedacht ik dat ze het zo ook bij ons heeft gedaan. Wij zijn opgevoed met een behoorlijke dosis oihz’s, en ik geloof niet dat ik daardoor getraumatiseerd ben. Integendeel. Onze bewegingsruimte was groot, maar wel duidelijk begrensd. Dat was prettig. Ik denk dat ik gek (en heel vervelend) zou zijn geworden van zo’n altijd en alles begrijpende, uitgestreken overlegouder.

 

Beetje streng

Ja, oihz klinkt een beetje streng. Het is ook een beetje streng. Ik geef er heus wel wat meer uitleg bij, maar niet te veel als het gaat om dingen die gewoon handig zijn om aan te leren, ongeacht hoe je je bestaan later gaat inrichten. Netjes eten. Mensen aankijken. Aardig zijn.Niet door andermans verhalen heen tetteren. Afmaken waar je aan begint. Je nagels en gebit op orde houden. EXCUSES AANBIEDEN. Over die dingen ga ik niet in discussie met mijn vierjarige, want daar schiet niemand iets mee op. Met name zij niet. Ik bedoel, wat is het alternatief bij dit soort basale zaken? Als ik het aan Kate zelf overlaat, krijgt ze zo’n beetje dit leven: Nooit haren wassen. Tanden poetsen alleen als de opgehoopte schimmel het snoepen verhindert. Kroketten naar wens. Nooit opruimen. Op sportdag een prinsessenjurk aan met een sleep van drie meter. Elke dag Frozen kijken plus Frozen- merchandise aanschaffen. Met spuug spekkies op de muur plakken en ze daarvan af eten. Op 24 juli een schoen zetten. Altijd in het grote bed slapen. De eiPet mee in bad nemen om Netflix te kijken. Nimmer iets eten wat groen is, maar wel dagelijks twee bolletjes smurfenijs met spikkels. 

 

Redelijkheid en maat houden

En de grap is: het is toch nooit genoeg. Van de leuke dingen dan. Als er iets vervelends moet gebeuren is het eigenlijk altijd te veel. Begrijp me niet verkeerd, ik vind kinderen fantastisch (Noahtje lieverd, reken je jezelf gerust tot uitzondering), maar ik ben toch geen ongenuanceerde kinderhater als ik zeg dat redelijkheid en maat houden niet hun sterkste eigenschappen zijn?

Wie dit onzin vindt, moet maar eens kijken op de geestige Instagram @iamanassholeparentbecause. Daarop plaatsen ouders foto’s van hun jankende bloedjes met een korte uiteenzetting van de reden waarom zij asshole parents zijn. Laatst postte een vrouw een foto van haar rood aangelopen dochtertje. Boos. Heel boos. Omdat haar moeder het niet voor elkaar kreeg de geluiden in het restaurant uit te zetten. Mijn favoriet is de foto van een vader met op de ene arm een hysterisch huilend peutermeisje in een hartjespyjama en in zijn andere hand een drilboor twee keer de maat van haar hoofd. Tekst: ‘Meltdown because daddy won’t let me play with the drill.’

 

Gebrek aan logica

Het gebrek aan logica in een kinderbrein vraagt om grenzen. Daar ga ik niet ingewikkeld over doen. Zo nu en dan een simpel oihz is heel verfrissend. Zeker in het geval van onderwerpen die ik al herhaaldelijk wél uitgebreid heb toegelicht. Ik vertik het om voor de vierde keer uit te leggen dat de iPad niet van nattigheid houdt en hij dus niet mee in bad kan, hoe goed ik me ook kan voorstellen dat het na een lange dag van school en BSO weldadig zou zijn om vanuit het schuimwater naar Peppa Pig te kijken. Jammer. Gaat niet. Omdat ik het zeg. Leven is soms ploeteren. Hoe eerder ze daarmee vertrouwd raakt, hoe beter.

Sinds kort zegt Kate zelf weleens oihz tegen haar poppen (veel strenger dan ik het doe). Een vriendin van mij – zeer anti­oihz – schrok ervan toen ze het laatst opving. “Vind je dat niet heel erg? Het klinkt echt als uit de jaren vijftig.” Dat zal best, maar ik snap Kate wel; die wil de kinderen ook weleens op tijd in bed in hebben, zonder gezeik. Terwijl de vriendin doorpraatte over de gevaren van oihz dacht ik aan de vaders van Noahtje. En nu weer. Ze staan waarschijnlijk nog steeds te wachten naast die dino. Ik hoop het van harte.

 

Dit verhaal staat in Kek Mama 08-2015

In samenwerking met Kek Mama