Het leven wordt er niet leuker op als jij of je man opeens werkloos thuis zit. “Zie dat gekrenkte ego maar weer eens op te krikken.”

Bij de een hangt het al maanden als het zwaard van Damocles boven het hoofd, bij de ander komt het uit het niets: je vliegt eruit. Klaar, niets meer aan te doen, zoek het maar uit.  Eerst is er het ongeloof en de tranen, daarna de eindeloze lijst met praktische zaken. Er moet een uitkering worden aangevraagd, besloten worden of je wel of niet de kinderopvang opzegt en financieel moet alles op een rijtje worden gezet.
Zo’n 6,6 procent van de Nederlandse bevolking heeft hier op dit moment mee te maken, dat komt neer op bijna 600.000 mensen. Dat aantal is gelukkig dalende, maar helaas gaat dat nog wel tergend langzaam. En dus zitten er nog steeds honderdduizenden mannen en vrouwen thuis op de bank.

Pittige maanden

“Zakken chips, koekjes, drop; mijn man kreeg enorme vreetbuien. Iedere ochtend stond hij eieren te bakken. En maar rotzooi maken en niet opruimen. Als er iets voor mij werd bezorgd, zei hij zuur: ‘Er was vandaag alweer een pakketje voor je.’ En maar telefoneren. Heel vaak en heel hard. Zelfs als-ie op de zolder stond, kon ik het hele gesprek horen.”
Zomaar wat irritaties die Lisa (33) nu nog weet op te sommen. Haar vriend zat tot voor kort werkloos thuis. Vijf pittige maanden, vooral ook omdat ze net bevallen was van hun tweede kind. “Mijn kraamtijd liep helemaal anders dan ik me had voorgesteld. Ik wilde tutten met mijn zoontje, er extra van genieten omdat het de laatste keer zou zijn. Maar alles draaide om zijn ontslag. Zijn collega’s kwamen langs en zaten huilend op de bank, tijdens de kraamvisite ging het alleen maar over zijn werk. Hij stond centraal, niet de baby. Ik wilde mijn vriend steunen, maar ik had zelf ook aandacht nodig. En daarbij: ik had gewoon niet altijd de puf er voor hem te zijn.”

Lees het hele verhaal in Kek Mama 03-2016. Bestel hier online.